Direct naar:

Man staat naast zweefvliegtuig
© Rijksoverheid

Eigenaren luchtvaartuigen

Luchtvaartuig is een verzamelnaam voor alle soorten en maten toestellen: vleugelvliegtuigen (sport, privé, transport, amateurgebouwd, onbemand, watervliegtuigen), hefschroefvliegtuigen, gyrocopters, (motor-)zweefvliegtuigen, luchtballonnen, Micro Light Aeroplanes (MLA's) en paramoteurs.

Wijziging beleid hergebruik van inschrijvingskenmerken bestaande uit 3 letters

Het beleid was om na 30 jaar na de doorhaling van een toestel een inschrijvingskenmerk opnieuw ter beschikking te stellen. Vanaf heden is deze termijn verlaagd naar 25 jaar. Deze wijziging geldt alleen voor inschrijvingskenmerken bestaande uit 3 letters (PH-AAA t/m PH-ZZZ) en niet voor de andere combinaties van cijfers en/of letters.

Als eigenaar van een luchtvaartuig heeft u van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een Bewijs van Inschrijving van een luchtvaartuig (BvI), een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) en een geluidsdocument nodig. Lees meer over het aanvragen van deze documenten.

De ILT houdt een overzicht bij van alle geregistreerde luchtvaartuigen. Bekijk het luchtvaartuigregister. Het ministerie van Defensie houdt een eigen luchtvaartuigregister bij, waarin de militaire luchtvaartuigen staan.

Aanbrengen van registratiekenmerken op paramotors

Een voorwaarde voor het inschrijven van een paramotor is dat de registratiekenmerken zijn aangebracht op de motor en in het scherm. De kenmerken worden dan in het scherm geplakt. Uitgangspunt is dat de paramotor vanaf de grond herkenbaar is. Naast het plakken in het scherm wordt ook het voeren van de kenmerken op een vlag geaccepteerd waarbij:

  • De hoogte van de letters en cijfers op de vlag minimaal 30 cm is.
  • De kenmerken duidelijk herkenbaar zijn.
  • De kenmerken op de motor en de vlag met elkaar overeenkomen.

Bij de eerste inschrijving van een paramotor moet worden verklaard dat de kenmerken op de motor zijn aangebracht. Voor het scherm moet worden verklaard dat:

  • De kenmerken er in zijn geplakt, of
  • dat een vlag wordt gevoerd die voldoet aan bovenstaande.

Het voordeel van deze benadering is dat een scherm niet beschadigd wordt en dat een scherm met meerdere motoren kan worden gecombineerd.

Wijzigingen aan Amateurbouwluchtvaartuigen

Op basis van de Regeling Amateurbouwluchtvaartuigen zijn er 2 mogelijkheden om goedkeuring te krijgen voor wijzigingen aan amateurbouwluchtvaartuigen:

Kitbouw Eigen ontwerp

Hierbij moet de wijziging goedgekeurd zijn (of eventueel voor uitvoering goedgekeurd worden) door de originele ontwerper of kitfabrikant.

Er is geen expliciete toestemming van de ILT nodig om de wijziging uit te kunnen voeren. Met andere woorden: een aanvraag voor een GWL indienen is niet nodig.

Als de kitfabrikant of ontwerper niet meer bestaat of geen medewerking wil verlenen aan het keuren, moet het proces uit artikel 3 van de Regeling worden toegepast.

Hierbij moet het proces uit artikel 3 van de Regeling nogmaals worden toegepast voor de gewijzigde delen van het luchtvaartuig.

Stel een versie van de controlelijst uit artikel 3 op, beperkt tot de relevante CS paragrafen.

Toon voor deze paragrafen aan dat het gewijzigde ontwerp voldoet aan die CS paragrafen.

Laat de externe deskundige(n) op de aangepaste controlelijst bevestigen dat de rapportage in orde is.

Dien daarna een aanvraag voor een GWL in, tezamen met de controlelijst als onderbouwing.

Apparatuur

Als de wijziging bestaat uit het toevoegen of vervangen van apparatuur, houd er dan rekening mee  dat de regeling verlangt dat de verplichte instrumenten en de verplichte radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur van een toegelaten type moet zijn. In de praktijk betekent dit, dat de verplichte instrumenten en de verplichte radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur een (E)TSO goedkeuring moet hebben.

Wijzigingen kunnen meldingsplichtig zijn of invloed hebben op de geluidsproductie; nadere informatie daarover staat in de bijlagen bij de Regeling Amateurbouwluchtvaartuigen.

Annex I, verlenging Bewijs van Luchtwaardigheid

Als gevolg van een correctie van de EASA neemt de ILT voortaan alleen nog aanvragen voor verlenging van een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) voor een Annex I luchtvaartuig in behandeling, als het onderhoud is vrijgegeven:

Annex I is geen EASA

Annex I luchtvaartuigen vallen buiten de werkingssfeer van EASA-regels (zie bijlage 1 van de Regulation (EU) 2018/1139). Daarom kunnen bedrijven die alleen over een EASA erkenning beschikken geen geldig bewijs van onderhoud afgeven voor Annex I luchtvaartuigen. Ook niet als zo’n bedrijf met EASA erkenning een onderhoudsaanwijzingen van de MD NL-2011-002R1 afgeeft.

Lange tijd nam de ILT BvL aanvragen voor Annex I met bewijsvoering van EASA erkende bedrijven in behandeling. Dit viel de EASA tijdens een recente audit op, waarna het verzoek aan de ILT volgde om deze onjuiste werkwijze aan te passen.

Annex I en BvL

Naar aanleiding van de EASA Audit heeft de ILT een aantal maatregelen genomen om bewijzen van luchtwaardigheid van Annex II luchtvaartuigen zonder problemen mogelijk te maken.

Nederlandse EASA erkende bedrijven, met Annex I luchtvaartuigen op hun erkenning, hebben een Nationale (NL) erkenning voor Annex I luchtvaartuigen. De EASA erkenning is hierbij ook aangepast.

Het huidige aanvraagformulier voor BvL wordt op termijn vervangen door een Nationale BvL aanvraag en een EASA BvL aanvraag.

Onderaan de webpagina staan checklists waarmee eigenaren een volledige aanvraag kunnen indienen die zonder problemen en vertraging kan worden behandeld.

Aanvraag Ontheffing Luchtwaardigheid

De formulieren voor het aanvragen van ontheffingen op het gebied van luchtwaardigheid staan onderaan de webpagina.

Er zijn 3 verschillende formulieren voor de volgende 3 situaties:

  • Een aanvraag voor een Permit to Fly zoals bedoeld in Subpart P van EASA Part 21 voor een luchtvaartuig dat in Nederland is geregistreerd (zie Form: Application permit to fly part 21);
  • Een aanvraag voor exemption zoals bedoeld in artikel 71.1 van de Basic Regulation (EC) 2018/1139 voor een luchtvaartuig dat in Nederland is geregistreerd (zie: Form: Application Exemption Article 71.1 Basic Regulation);
  • Een aanvraag voor een ontheffing van het verbod om in het Nederlandse luchtruim te vliegen zonder een geldig Bewijs van Luchtwaardigheid (artikel 3.8 van de Wet Luchtvaart). Dit formulier (Form: Application national permit to fly) is van toepassing op Nederlands geregistreerde luchtvaartuigen die òf vallen onder Annex I van de Basic Regulation, of waarnaar in artikel 2.3(a) van de Basic Regulation wordt verwezen (State Aircraft), en voor buitenlands geregistreerde luchtvaartuigen die geen in Nederland geldig Bewijs van Luchtwaardigheid hebben.

Op het verlenen van ontheffingen op het gebied van luchtwaardigheid is het Normenkader ontheffingen luchtwaardigheid 2015 van toepasing.