Interventie

Om de naleving van wet- en regelgeving te bewaken en te stimuleren, moet de inspectie handhaven. Dat kan door toezicht, dienstverlening en door opsporing van strafbare feiten. Als de inspectie constateert dat burgers of bedrijven de wet niet naleven, dan kan optreden – interveniëren – noodzakelijk zijn. Hiervoor heeft de inspecteur een breed scala aan instrumenten, interventies, ter beschikking.

Doel van interventie

Het doel van een interventie is om een overtredingssituatie te voorkomen, te beëindigen, te herstellen of te bestraffen. Het is de taak van de inspectie om burgers of bedrijven te bewegen tot naleving. Dit kan zowel goedschiks als kwaadschiks. Het is niet het doel van de inspectie om steeds zo zwaar mogelijk te straffen. Het doel is wel om telkens effectief te zijn met, als dat kan, zo licht mogelijk geschut.
 

Grenzen aan bevoegdheid van de inspecteur

Net als ondertoezichtstaanden moet ook een inspecteur handelen binnen de grenzen van zijn bevoegdheid. Die begrenzing komt van verschillende kanten:

  • Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
  • Wet- en regelgeving
  • Interventiebeleid ILT, uitgewerkt in de interventieladder

Reikwijdte

Het interventiekader geldt voor:

  • Bedrijven en personen
  • Gecertificeerde instellingen
  • Provincies (interbestuurlijk toezicht)
  • Overige overheden