Spoorvoertuigen

Spoorvoertuigen zijn verdeeld over 4 hoofdcategorieën: locomotieven en treinstellen, rijtuigen, goederenwagens, en bijzondere voertuigen. Wanneer spoorvoertuigen aan elkaar zijn gekoppeld en gaan rijden, heet dat een trein of treinsamenstelling. Het kan ook gaan om rail-werkvoertuigen in een treinsamenstelling of die zelfstandig in transportmodus naar een bouwproject rijden.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op spoorvoertuigen en de inzet van treinen. De levensfase van een spoorvoertuig houdt bepaalde verplichtingen in voor de bedrijven, die een spoorvoertuig ontwikkelen, op de markt brengen, inzetten en onderhouden. De ILT speelt een rol in iedere fase. Iedere fase brengt andere aanvragen en meldingen met zich mee.

Levensfasen van spoorvoertuigen

  1. Ontwikkeling – inventarisatie bouweisen, prototype bouwen en testen met voertuigen

  2. Op de markt brengen – verklaringen van fabrikanten, aanvragen van voertuigvergunningen, typegoedkeuringen en registratie van spoorvoertuigen en typehouders in NVR en ERATV

  3. Ingebruikname – acceptatie van spoorvoertuigen

  4. Exploitatie – spoorvoertuig als trein gebruiken, routecheck uitvoeren

  5. Onderhoud – onderhoud door onderhoudsbedrijven en ECM's, regels voor werkplaatsen

  6. Vernieuwing – wijziging van ontwerp

  7. Wijziging inzet – het spoorvoertuig anders gebruiken, intensiteit van de ritten wijzigen, verbouwing van het spoorvoertuig

  8. Uit dienst halen – spoorvoertuig gebruiken buiten Nederland, gebruik op bijzonder spoor of lokaal spoor of sloop

Keuringen voor voertuigen op de bouwplaats

Wordt er aan de spoorweginfrastructuur gebouwd of onderhoud gepleegd, dan rijden verschillende rail-werkvoertuigen over de rails. Dan is het spoor een 'bouwplaats' en zijn de voertuigen in werkmodus. Deze rail-wegvoertuigen zijn in bezit van bedrijven die aan het spoor werken, bijvoorbeeld aannemers. ProRail verzorgt toelating tot de bouwplaats en vereist daarvoor een TCVT-keuring. TCVT staat voor stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport.

Verschil werkmodus en transportmodus

Komt het voertuig alleen op het spoor in werkmodus en is het spoor een bouwplaats, dan is hiervoor geen voertuigvergunning van de ILT of de European Railway Agency (ERA) nodig. Rijdt het voertuig zelfstandig over het hoofdspoor naar de bouwplaats of wordt het getrokken, dan is het in 'transportmodus'.

In die situatie moet voor het voertuig een voertuigvergunning van de ILT of de ERA aanwezig zijn. Meer informatie vindt u in de technische uitleg over locomotieven, passagiers- en goederenwagons TSI LOC en PAS en de TSI WAG (Engels) en de Regeling Indienststelling Spoorvoertuigen (RIS).

Entity in charge of maintenance (ECM)

De houder van een spoorvoertuig is verantwoordelijk voor het onderhoud. Een entity in charge of maintenance (ECM) ondersteunt deze taak. Soms zijn de houder en de ECM dezelfde partij. De houder en de ECM zorgen samen met de gebruiker(s) van de spoorvoertuigen dat onderhoud en reparaties zijn geregeld. Om de veilige staat van spoorvoertuigen te bewaken, heeft een ECM een onderhoudssysteem.

Erkenning werkplaatsen voor onderhoud

Een ECM-certificering is verplicht voor iedere entiteit, die verantwoordelijk is voor het onderhoud van een type spoorvoertuig voor het hoofdspoor. Daarvoor moet de werkplaats voor het onderhoud een erkenning hebben. U kunt deze werkplaatserkenning of ECM-certificaat aanvragen bij de ILT.