Spoorvoertuigen

Vanaf 16 juni 2019 is de samenwerking tussen de European Railway Agency (ERA) en de ILT voor de vergunningverlening een feit.

Dit betekent dat de kosten, het aanvraagproces, de behandeling van de aanvraag, de besluitvorming, de beschikking en het eventuele bezwaar/beroep er per 16 juni 2019 er anders uitzien. De wijzigingen komen voort uit het Vierde Spoorwegpakket en het besluit van Nederland om per 16 juni 2019 te gaan samenwerken met de ERA. De introductie van het Vierde Spoorwegpakket voorziet onder meer in de behoefte van leveranciers om meer vrijheid te hebben bij  het configuratiemanagement van spoorvoertuigen die over een typevergunning beschikken. Die vrijheid wordt geboden maar vraagt evenredig een uitgebreidere verantwoordelijkheid bij de vergunninghouder. Deze verantwoordelijkheid kan gevolgen hebben voor het veiligheidsmanagementsysteem van een vergunninghouder met betrekking tot de vereiste competenties voor dit configuratiemanagement.

Vanaf 16 juni 2019 is de One-Stop-Shop (OSS) van de ERA de enige toegang voor het indienen van een aanvraag voor een vergunning voor een spoorvoertuig.

Vergunningverlening door ERA of ILT

De Uitvoeringsverordening (EU) 2016/796 houdt in dat de ERA vanaf 16 juni 2019 onder meer verantwoordelijk wordt voor het verlenen van vergunningen voor spoorvoertuigen binnen de lidstaten van Europa. Als een spoorvoertuig uitsluitend moet worden ingezet in één enkele lidstaat, bijvoorbeeld Nederland, dan kan een aanvrager er voor kiezen om de aanvraag in zijn geheel door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) te laten behandelen. Voor alle overige aanvragen voor een vergunning geldt dat uitsluitend de ERA de vergunning mag verlenen. Ook bij de aanvragen waarbij de ERA de vergunning afgeeft, zal de ILT, in samenwerking met de ERA, een beoordeling uitvoeren op de Nederlandse eisen.

Nieuw vergunningenstelsel
Een van de doelstellingen die Europa met de uitvoeringsverordeningen mede op verzoek van de leveranciers van spoorvoertuigen wil bereiken, is een efficiënter vergunningverleningsproces. Een nieuw vergunningenstelsel maakt het mogelijk om vergunningen af te geven voor versies en varianten van eerder vergunde typen spoorvoertuigen. Hoe dat gaat, staat  in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545.

Een vergunning heeft vanaf 16 juni 2019 een houder
Aan de basis van dit nieuwe vergunningenstelsel ligt de verantwoordelijkheid voor configuratiemanagement van een type spoorvoertuig. Dit in relatie tot de “fundamentele ontwerpkenmerken” op basis waarvan een typevergunning is afgegeven. Vanaf 16 juni 2019 is een vergunninghouder verantwoordelijk voor het configuratiemanagement van het type spoorvoertuig. De houder van de vergunning moet vanaf 16 juni 2019 zelf bepalen of wijzigingen aan voertuigen een nieuwe vergunning noodzakelijk maken.

Van VVI / AVVI naar een voertuigvergunning
Vergunningen voor indiensstelling (VVI) en Aanvullende vergunningen voor indienstelling (AVVI) worden niet meer verleend. Vanaf 16 juni 2019 krijgt een voertuigtype een typevergunning en krijgt ieder voertuig dat tot dat type behoort een eigen voertuigvergunning.

Het aanvraagproces voor een voertuigvergunning vanaf 16 juni 2019
Het aanvraagproces is opgedeeld in fasen en wordt in detail omschreven in EU uitvoeringsverordening 2018/545, en de daarbij behorende application guide.