Annex V MARPOL

Herziening MARPOL Annex V: het lozen van vuilnis en vaste bulkstoffen

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft aangescherpte lozingsvoorwaarden aangenomen. Deze regels staan in de herziene Annex V bij het MARPOL Verdrag. De herziene Annex V (Regulations for the prevention of pollution by garbage from ships) richt zich op vuilnis en op ladingrestanten van vaste bulkstoffen.

Belangrijkste aanpassingen

De belangrijkste aanpassing is het invoeren van een algeheel lozingsverbod, met een enkele uitzondering. Voor vuilnis vallen voedselrestanten onder deze uitzondering. Dit in verband met de hygiëne aan boord. Ladingrestanten mogen alleen worden geloosd als ze niet geclassificeerd zijn als schadelijk voor het mariene milieu. Op elke uitzondering op het lozingsverbod is een minimale afstand tot de kust verbonden van waaraf legaal mag worden geloosd. Zo mogen vermalen voedselrestanten alleen geloosd worden op minimaal 3 mijl uit de kust en mogen onvermalen voedselrestanten en ladingrestanten die niet schadelijk zijn voor het mariene milieu alleen geloosd worden op minimaal 12 mijl uit de kust. Deze voorwaarden zijn van toepassing op lozingen buiten de vastgestelde bijzondere gebieden.

Meer in detail

Naast het invoeren van het principe van het algehele lozingsverbod kent de herziene Annex V nog andere aanpassingen. Ten eerste zijn alle definities duidelijker omschreven en in alfabetische volgorde gezet waardoor de tekst gebruikersvriendelijker is geworden. Bijzondere aandacht is besteed aan de definitie van plastic omdat dit nog steeds een aanzienlijke bron van verontreiniging is. Dit ondanks het feit dat hiervoor sinds 31 december 1988 al een algeheel lozingsverbod geldt.

Bijzondere gebieden

Ook in de herziene Annex V is er een onderscheid gemaakt tussen toegestane lozingen binnen een bijzonder gebied en toegestane lozingen buiten een bijzonder gebied. Als bijzondere gebieden zijn tot nu toe aangewezen: de Middellandse Zee, de Baltic, de Rode Zee, de Gulfs Area, de Noordzee, het Antarctisch gebied en de Wider Caribbean Region. Binnen een bijzonder gebied mogen alleen vermalen voedselrestanten worden geloosd en wel op een afstand van tenminste 12 mijl uit de kust. Voor het Antarctisch gebied geldt hierbij aanvullend dat resten van gevogelte zoals kip alleen mogen worden geloosd als deze resten eerst steriel zijn gemaakt.

Ladingrestanten

Onder de lozingsvoorwaarden voor ladingrestanten mogen alleen die restanten worden geloosd die niet schadelijk zijn voor het mariene milieu. De IMO gaat richtlijnen opstellen met criteria op basis waarvan kan worden vastgesteld of de restanten van een vaste bulkstof schadelijk of niet schadelijk zijn voor het mariene milieu. Schadelijke restanten mogen niet worden geloosd maar moeten worden afgegeven aan een havenontvangstinstallatie. Dit is van toepassing op lozingen buiten een bijzonder gebied.

Lozingen van ladingrestanten binnen een bijzonder gebied zijn in principe verboden maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Het gaat om ladingrestanten die niet binnen de criteria van schadelijk vallen en het kan gaan om een reis waarvan beide havens binnen het bijzondere gebied liggen en het gaat om havens waar geen havenontvangstinstallaties voor deze ladingrestanten zijn. In dat geval mag waswater uit de ruimen worden geloosd maar alleen buiten de 12 mijl van het land.  

Garbage management plan en garbage record book

De herziene Annex V heeft in voorschrift 10 regels staan voor verplichte posters, het garbage management plan en het garbage record book. Deze voorschriften zijn ten opzichte van de huidige Annex V op onderdelen aangescherpt. Zo moet vanaf 1 januari 2013 ieder schip van 100 GT en groter een garbage management plan hebben.

Verder is in voorschrift 10 opgenomen dat het verlies van vistuig dat mogelijk een aanzienlijk gevaar kan opleveren voor het mariene milieu of de navigatie direct moet worden gemeld aan de vlaggenstaat van het schip. Wanneer het verlies plaatsvindt binnen de jurisdictie van een kuststaat moet dit verlies ook aan de kuststaat worden gerapporteerd.

Tenslotte kan worden genoemd dat de vorm van het garbage record book gelijk is gebleven maar dat de omschrijving van het vuilnis is aangepast aan de herziene definities. Daarbij is, net als bij Annex I en II, voorgeschreven dat het bewijs van afgifte aan een havenontvangstinstallatie bij het record book bewaard moet blijven. Het garbage record book moet tenminste tot twee jaar nadat de laatste aantekening hierin is gemaakt aan boord blijven.