Opleiding

Vakbekwaamheidscertificaat

Een chauffeur die gevaarlijke stoffen vervoert moet in het bezit zijn van een ADR-vakbekwaamheidscertificaat. Dit certificaat bestaat uit een basisgedeelte met eventuele aanvullende specialisaties. Bij de volgende vormen van vervoer is een specialisatiecursus vereist:

  • tankvervoer
  • vervoer van explosieven (klasse 1)
  • vervoer van radioactieve stoffen (klasse 7).

De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktijk-gedeelte. Het examen moet worden afgelegd bij het CCV, onderdeel van het CBR. Chauffeurs die in het bezit zijn van een ADR-vakbekwaamheidscertificaat, moeten elke vijf jaar een herhalingstoets afleggen.

Als een zending gevaarlijke stoffen is vrijgesteld van het ADR, of wordt vervoerd onder de 1000-puntenregeling, hoeft de chauffeur niet in het bezit te zijn van een vakbekwaamheidscertificaat. Hij moet wel de bewustwordingscursus hebben gevolgd.

Bewustwordingscursus

Personen die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke stoffen maar andere taken hebben dan die van de chauffeur, moeten worden opgeleid in relatie tot hun taken. Zij moeten met een bewustwordingscursus bewust worden gemaakt van de gevaren en risico’s die zij bij hun werkzaamheden kunnen tegenkomen. Ook moeten zij leren hoe zij hiermee op een veilige wijze moeten omgaan, dit op basis van hoofdstuk 1.3 van het ADR.

De bewustwordingscursus mag door het bedrijf zelf worden gegeven en er hoeft geen algemeen examen te worden afgelegd. Zowel de organisatie als de werknemer moeten kunnen aantonen dat aan deze cursus werd deelgenomen.

Bijrijder

Op een transporteenheid mag een bijrijder meerijden om redenen van veiligheid, beveiliging, opleiding of exploitatie. Zolang de bijrijder het voertuig niet bestuurt hoeft deze niet in het bezit te zijn van het ADR-certificaat, wel moet hij de bewustwordingscursus hebben gevolgd.