Internationale vrijstellingen zijn in alle EU-landen plus IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein van toepassing. Deze vrijstellingen staan in artikel 3 van EG verordening 561/2006.
De vrijstellingen zijn van toepassing op:
- Voertuigen die gebruikt worden voor geregelde diensten van personenvervoer over een traject van niet meer dan 50 kilometer
- Voertuigen of combinaties van voertuigen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 7,5 ton die gebruikt worden voor het vervoer van materiaal, uitrusting of machines die de bestuurder nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep of voor het leveren van goederen die op ambachtelijke wijze zijn gemaakt en die enkel binnen een straal van 100 km rond de vestigingsplaats van de onderneming worden gebruikt. Op voorwaarde dat het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is. Dit laatste houdt in dat het voertuig niet meer dan 12 uur per week wordt bestuurd.
- Voertuigen waarvan de toegestane maximumsnelheid niet meer dan 40 kilometer per uur bedraagt.
- Voertuigen van, of zonder bestuurder gehuurd door, de strijdkrachten, civiele bescherming, brandweer en korpsen voor de handhaving van de openbare orde voor zover het vervoer plaatsvindt in het kader van de taak waarmee deze organen zijn belast en onder hun controle valt.
- Voertuigen, met inbegrip van voertuigen gebruikt bij niet-commerciële vervoersoperaties met betrekking tot humanitaire hulp, die gebruikt worden in noodsituaties of voor reddingsoperaties.
- Speciaal voor medische doeleinden gebruikte voertuigen.
- Voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor reparaties en wegslepen, binnen een straal van 100 kilometer rond hun standplaats.
- Voertuigen die op de weg worden beproefd met het oog op de technische ontwikkeling, reparatie of onderhoud, en nieuwe of vernieuwde voertuigen die nog niet in gebruik zijn genomen. Het brengen en halen van voertuigen voor reparatie valt hier dus niet onder, wel de proefritten die een monteur met een voertuig maakt.
- Voertuigen of een combinatie van voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederenvervoer en waarvan de toegestane maximummassa niet meer dan 7,5 ton bedraagt. Al het vervoer dat door een onderneming wordt verricht is commercieel vervoer.
- Voertuigen met een toegestane maximummassa van tussen de 2,5 en 3,5 ton inclusief aanhangwagens of opleggers, die worden gebruikt voor het vervoer van goederen, als deze voor rekening van de onderneming of bestuurder zijn. Het vervoer mag niet voor rekening van derden zijn. Daarnaast mag het besturen van het voertuig niet de hoofdactiviteit zijn van de bestuurder.
- Commerciële voertuigen die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar ermee wordt gereden een historische status met een leeftijd van minimaal 40 jaar, en die voor niet-commercieel vervoer van personen of goederen worden gebruikt.