Toezicht en interventies

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zorgt ervoor dat exporteurs zich houden aan de EVOA. De ILT controleert containers die de haven verlaten, vrachtwagens, schepen en goederenwagons, en voert inspecties uit bij bedrijven. De ILT voert de controles uit op basis van risicoprofielen. De controle van afvalexport naar niet-OESO-landen en landen die als laatste zijn toegetreden tot de Europese Unie heeft hierbij prioriteit.

Samenwerken met douane en politie bij deze controles is voor de ILT van essentieel belang. Daarom hebben we samenwerkingsovereenkomsten met deze diensten.

In de praktijk betekent dit dat de douane EVOA-controles uitvoert en die combineert met andere douanetaken. De politie is vooral actief bij transportcontroles waarbij ze ook de naleving van de EVOA controleert.

Voor advies aan douane en politie heeft de ILT een meldpunt ingericht. De meer ingewikkelde gevallen die de douane en de politie melden, behandelt de ILT zelf.

Interventiemogelijkheden van de inspecteur

Constateert de inspecteur een ongewenste situatie of afwijkingen van de regelgeving? Dan maakt de inspecteur gebruik van zijn bevoegdheden om naleving van de regels te stimuleren of af te dwingen, en de situatie te herstellen.

Hiervoor heeft de inspecteur verschillende interventiemogelijkheden. Dit zijn zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. Deze instrumenten kunnen preventief, correctief, repressief, punitief en reputatief van aard zijn. Ze hebben verschillende doelen: het voorkomen van overtredingen, het herstellen van overtredingen of het bestraffen van overtredingen.

Voor de EVOA betekent het herstellen van overtredingen bijvoorbeeld dat het afval moet worden teruggebracht of dat de juiste documenten moeten worden toegevoegd.

Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten

Anders dan bij het strafrecht geldt bij de bestuurlijke handhaving geen wettelijke eis van bewijsmiddelen. Maar het toepassen van een handhavingsinstrument moet wel gebaseerd zijn op een zorgvuldig onderzoek naar de feiten, en goed gemotiveerd zijn.

De inspecteur moet de verboden handeling goed vastleggen voordat hij een bestuursrechtelijke sanctie neemt. Dit vastleggen kan hij doen met bijvoorbeeld controleverslagen, foto’s en monstername. Ook moet duidelijk zijn wie de verboden handeling verricht of verrichten.

Dit is in eerste instantie de taak van de inspecteur. Hij mag daarbij ook gegevens gebruiken die zijn verkregen bij de strafrechtelijke handhaving. Dit kan alleen met toestemming van het Openbaar Ministerie.

Hiertoe worden de volgende middelen gebruikt:

Strafrechtelijke handhavingsinstrumenten

De strafrechtelijke handhaving van de EVOA is bepaald in de Wet op de economische delicten (Wed). Alleen bevoegde opsporingsambtenaren mogen strafrechtelijk optreden. Deze ambtenaren staan onder leiding van het Openbaar Ministerie. Zij kunnen de volgende instrumenten gebruiken:

Landelijke Handhavingstrategie (LHS)

Ook de Landelijke Handhavingstrategie (LHS) kent bestuursrechtelijke en strafrechtelijke interventiemogelijkheden. Deze interventies kunnen tegelijk of na elkaar toegepast worden.