“Soms moet je sectorpartijen aanzetten tot verandering.”

Verhalen

Onlangs bracht de ILT de jaarlijkse rapportage uit waarin zij de aanbevelingen Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) ten aanzien van spoorveiligheid monitort. De Onderzoeksraad deed deze aanbevelingen naar aanleiding van treinincidenten in 2015 en 2016. Sindsdien monitort de ILT of en hoe spoororganisaties, zoals de NS en ProRail, deze aanbevelingen opvolgen. Hier horen ook partijen bij die gevaarlijke stoffen laten vervoeren over het spoor. Kenny van Hooijdonk is senior-inspecteur Rail bij de ILT. Henk Bril is coördinator transportveiligheid bij Sabic. En vanuit Chemelot coördineert hij, met de branchevereniging voor de chemische industrie (VNCI) en de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG), de opvolging van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad. Kenny en Henk vertellen over hoe de aanbevelingen in de praktijk worden gebracht.

Van Hooijdonk ILT en Bril Sabic
Kenny van Hooijdonk/ILT en Henk Bril/Sabic

Kenny: “De aanbevelingen die de Onderzoeksraad doet zijn heel concreet en gericht op het vergroten van de spoorwegveiligheid. Deze aanbevelingen helpen om met een onafhankelijke blik te kijken naar spoorwegveiligheid. Voor mij persoonlijk geeft dit een betere kijk op de zaken waar de betrokken partijen tegen aan lopen. Soms moet je sectorpartijen aanzetten tot verandering. Er zijn situaties waarbij het op de achtergrond best gecompliceerd is om veranderingen door te voeren. Tijdens het structurele overleg tussen ProRail, wegbeheerders en andere sectorpartijen komen zulke vraagstukken aan de orde.”                                                                                                  
Henk is blij met deze structurele overleggen: “De ILT bevraagt ons 1 of 2 keer per jaar hoe het staat met de opvolgingen van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad. Die input verwerkt zij in haar jaarlijkse rapportage naar de Tweede Kamer. Daarnaast organiseren de VNCI en DB Cargo jaarlijks een ‘operationeel overleg spoorveiligheid’. Daar schuiven alle belanghebbende partijen voor het goederenvervoer aan. Dit jaar schuiven voor het eerst ook onze Belgische collega’s aan.”    
 

Maatschappelijke meerwaarde

Kenny: “Wanneer de aanbevelingen worden gepubliceerd staan de betrokken partijen open voor de aanbevelingen. En zijn zij gemotiveerd om daar iets mee te doen. Echter, naar verloop van tijd kan dat verwateren. Of het kan blijken dat de aanbevelingen niet de gewenste resultaten opgeleverd hebben. De ILT kan hierbij een verbindende factor zijn tussen de betrokken partijen en zij kan deze partijen scherp houden.” 

Twee goederentreinen rijden langs rangeerterrein Kijfhoek.
Beeld: ©ILT

Effectief en reflectief

Volgens Henk is het een groot goed dat we in Nederland een onafhankelijke en deskundige instantie als de Onderzoeksraad hebben. “De betrokken partijen, zoals de chemiesector, vinden de aanbevelingen van de Onderzoeksraad bijzonder waardevol. Het is goed dat er een onafhankelijke partij is als de ILT die toezicht houdt op de opvolging van deze aanbevelingen en spoorveiligheid in het algemeen. De aanbevelingen helpen ons als chemische bedrijven, door te reflecteren op onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid en bewustwording stoppen niet bij de poort van de eigen fabriek. Ook het veilig vervoer van deze goederen naar de klant hoort daar bij.”

Breder blikveld

Henk: “Je moet als keten over elkaars ‘schutting’ heen kunnen kijken. Wij bemoeien ons nu meer dan vroeger met de manier waarop de vervoerders het vervoer uitvoeren. Zo kijken wij niet alleen meer naar de veiligheid van de wagons. We kijken nu veel breder naar de veiligheid in de hele keten.  Wij kijken bijvoorbeeld ook naar de route van de treinen, de staat van de infrastructuur en de spoorbeveiliging. Maar we blijven daarbij afhankelijk van zaken die wij als chemische sector niet kunnen beïnvloeden, zoals de staat van de infrastructuur. De aanbevelingen van de Onderzoeksraad hebben ons duidelijk gemaakt dat kleine afwijkingen grote gevolgen kunnen hebben in het vervoersproces. Bijvoorbeeld het wijzigen van de treinsamenstelling op het laatste moment.”

Een dubbeldekker trein van de NS, rijdt langs rangeerterrein Kijfhoek.
Beeld: ©ILT

Kansen en uitdagingen

Kenny: “De grote uitdagingen zitten voor mij in de hoeveelheid betrokkenen. Er zijn veel betrokken partijen waarvan verwacht wordt dat ze veranderingen doorvoeren én onderling samenwerken. Echter, alle betrokken partijen hebben hun eigen belangen. Door die partijen met elkaar in gesprek te krijgen, ontstaan de grootste kansen en kan er een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de spoorwegveiligheid. De betrokken partijen willen best stappen zetten, maar dat kunnen ze vaak niet alleen. Henk voegt daaraan toe: “Wij zijn bijvoorbeeld kritischer gaan kijken naar de routes van onze treinen en overleggen hierover met onze vervoerders.”

Wens voor de toekomst

Kenny: “Een nauwe samenwerking tussen de chemiebedrijven, de brancheorganisaties, spoorwegondernemingen, ProRail en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is nodig om tot een volledige ketenverantwoordelijkheid te komen. Terugkijkend zie ik dat alle betrokken partijen gemotiveerd zijn om bij te dragen aan spoorveiligheid. En dat zij dat ook al actief doen. Om tot een afronding van alle aanbevelingen te komen, is nog wel inzet nodig. Met de positieve instelling van de betrokken partijen heb ik er vertrouwen in dat zij daarin gaan slagen.‘’
Henk voegt daaraan toe: “Om een verdere systeemsprong in veiligheid op het spoor te kunnen maken is er behoefte aan een veiligheidsregisseur, die de gehele keten overziet en de deelnemers aanspreekt op hun veiligheidsperformance en -cultuur. Het ministerie van IenW zou deze rol moeten invullen.”