Vermogen toekennen aan een verbinding

Woningcorporaties mogen na het oprichten van een verbinding geen aanvullend vermogen verschaffen aan de verbinding. Vermogen verschaffen mag alleen bij het oprichten van de verbinding. In bepaalde situaties kan de Autoriteit woningcorporaties (Aw)  een ontheffing geven.

Let op: Deze informatie is gebaseerd op de Woningwet die geldig is tot en met 31 december 2021. Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Woningwet in.

Verstrekken van vermogen

Onder verstrekken van vermogen verstaat de Aw in dit verband onder andere:

  • Kapitaal verstrekken aan een verbinding anders dan bij oprichting.
  • Een lening verstrekken.
  • Een garantie verstrekken aan een verbinding.
  • Een kortlopende rekening-courant vordering op een verbinding verstrekken of zo’n vordering onder een eerder afgesproken limiet ophogen.
  • Rente en/of aflossing bijboeken.
  • Eerder verstrekte leningen kwijtschelden.
  • Aflossingstermijnen op eerder verstrekte leningen opschorten.
  • Schulden omzetten in negatief agio.
  • Het verlengen van een eerder afgegeven garantie.

Wanneer is ontheffing vereist?

Ontheffing vereist

Voor het verstrekken van vermogen aan een verbinding na de oprichting, moet een woningcorporatie ontheffing vragen bij de Aw.

Geen ontheffing vereist

Voor het verstrekken van aanvullend vermogen aan een samenwerkingsvennootschap is volgens Woningwet, art. 21a lid 4 geen ontheffing nodig.

Vereiste documenten

Per document staat aan welke eisen dit moet voldoen. In de eerste kolom staat op welke artikelen die eisen zijn gebaseerd.

Vereiste documenten
Documenten en relevante artikelen Waar moet het document aan voldoen?
Aanvraag

Woningwet art. 21a, lid 3
Btiv, art. 12

  • Bevat naam, adres en L-nummer van de aanvrager en de gegevens van de verbinding waaraan vermogen wordt verstrekt. Bevat een onderbouwd verzoek tot ontheffing en vermeldt expliciet op welke ontheffingsgrond (Btiv, artikel 12 lid 1 of lid 2 sub a, b of c) het verzoek wordt gedaan.

Toelichting op aanvraag

Woningwet art. 21a, lid 3

Btiv, art. 12

Bevat:

  • Een verklaring waarom het noodzakelijk is dat de aanvrager vermogen verstrekt aan de verbinding;
  • Een analyse van de rentabiliteit en de financierbaarheid van de verbinding. Deze beschrijft stappen waaruit blijkt of dit wel of niet mogelijk is, met eventueel alternatieven om problemen te voorkomen. Bijvoorbeeld afbouw of een faillissementsscenario van de verbonden onderneming.
  • Als dit relevant is, de visie/strategie van de aanvrager op de toekomst van de verbinding. Hoe lang blijft de aanvrager de verbinding financieel ondersteunen en voor welk maximaal bedrag?
  • Een financieringsplan waaruit blijkt welke partijen voor welk deel eigen vermogen of vreemd vermogen hebben verstrekt aan de verbinding. Hierin staat ook de voorwaarden van de leningen (herfinanciering).

Bewijsstuk van ontheffing

Btiv, art. 12 lid 2 sub b

  • Bewijs dat het om een herfinanciering van leningen gaat van de verbinding die vóór 1 juli 2015 is aangegaan.
  • Een overzicht van het tot 1 juli 2015 aan de verbinding  verschafte eigen of vreemd vermogen (leningen en rekening courant) en/of garanties.

De aanvraag wordt getoetst aan de criteria van Btiv, artikel 12 lid 1 of 2. Aan welk lid dit wordt getoetst, is afhankelijk van de ontheffingsgrond.

Zo vraagt u ontheffing aan

  1. Stuur de vereiste documenten op via ILT_Autoriteitwoningcorporaties_vergunningen@ilent.nl.
  2. U krijgt een bevestiging als de Aw de documenten heeft ontvangen.
  3. Als uw aanvraag niet volledig is, laat de Aw u dit weten. U krijgt dan de mogelijkheid om de aanvraag binnen een bepaalde termijn alsnog aan te vullen. De Aw verlengt dan de oorspronkelijke beslistermijn van 8 weken totdat de aanvraag compleet is. Is de aanvraag na een bepaalde periode nog steeds niet compleet? Dan stelt de Aw de aanvraag buiten behandeling.
  4. Als alle informatie is ontvangen, rondt de Aw de beoordeling af.
  5. U ontvangt een positief of negatief besluit.

Bezwaar en beroep

Tegen een besluit van de Autoriteit woningcorporaties kunt u als belanghebbende bezwaar maken. Dat kan door een bezwaarschrift in te dienen. Dit moet binnen 6 weken na de dag waarop het besluit is verzonden. Een ambtelijke hoorcommissie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) behandelt daarna uw bezwaarschrift. Na een (eventuele) hoorzitting neemt de ambtelijke hoorcommissie een beslissing over uw bezwaarschrift. Belanghebbenden die het niet eens zijn met deze beslissing, kunnen in beroep gaan bij de rechtbank.