Samenwerking buiten eigen werkgebied

U kunt als woningcorporatie met andere woningcorporaties een samenwerkingsvennootschap vormen buiten uw eigen werkgebied. Dit mag alleen wanneer dit bijdraagt aan het volkshuisvestelijk belang, zoals beschreven in Woningwet artikel 21 lid 5 en Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) artikel 11. 

Let op: Deze informatie is gebaseerd op de Woningwet die geldig is tot en met 31 december 2021. Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Woningwet in.

Wanneer is goedkeuring vereist?

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) moet voor een samenwerkingsvennootschap buiten het eigen gebied altijd vooraf goedkeuring geven.

Vereiste documenten

Per document staat aan welke eisen dit moet voldoen. In de eerste kolom staat op welke artikelen die eisen zijn gebaseerd.

Vereiste documenten
Documenten en relevante artikelen Waar moet het document aan voldoen?

Aanvraag

Woningwet, art. 21 lid 5

Btiv, art. 11
  • Vermeld de naam, het adres en het L-nummer. Van zowel de aanvragende corporatie, als de corporaties waarmee de aanvrager een samenwerkingsvennootschap wil aangaan.
  • Beschrijving van de aard en locatie van de werkzaamheden.
  • Leg uit hoe de activiteiten bijdragen aan het belang van de volkshuisvesting.

Zo vraagt u goedkeuring aan

  1. Stuur de vereiste documenten op via ILT_Autoriteitwoningcorporaties_vergunningen@ilent.nl.
  2. U krijgt een bevestiging als de Aw de documenten heeft ontvangen.
  3. Als uw aanvraag niet volledig is, laat de Aw u dit weten. U krijgt dan de mogelijkheid om de aanvraag binnen een bepaalde termijn alsnog aan te vullen. De Aw verlengt dan de oorspronkelijke beslistermijn van 8 weken totdat de aanvraag compleet is. Is de aanvraag na een bepaalde periode nog steeds niet compleet? Dan stelt de Aw de aanvraag buiten behandeling.
  4. Als alle informatie is ontvangen, rondt de Aw de beoordeling af.
  5. U ontvangt een positief of negatief besluit.

Bezwaar en beroep

Tegen een besluit van de Autoriteit woningcorporaties kunnen belanghebbenden bezwaar maken. Dit kan door een bezwaarschrift in te dienen. Dit moet binnen 6 weken na de dag waarop het besluit is verzonden. Een ambtelijke hoorcommissie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) behandelt vervolgens uw bezwaarschrift. Na een (eventuele) hoorzitting neemt de ambtelijke hoorcommissie een beslissing over uw bezwaarschrift. Belanghebbenden die het niet eens zijn met deze beslissing, kunnen in beroep gaan bij de rechtbank.