Vervoer radioactieve stoffen over de weg

De volgende radioactieve stoffen zijn vrijgesteld van de voorschriften van het ADR.

  • radioactieve stoffen die een integraal bestanddeel zijn van het vervoermiddel
  • radioactieve stoffen die worden verplaatst binnen een inrichting, die is onderworpen aan veiligheidsvoorschriften van toepassing in die inrichting en waarbij voor de verplaatsing geen gebruik wordt gemaakt van openbare wegen of spoorwegen
  • radioactieve stoffen die voor diagnose of behandeling in het lichaam van een persoon of levend dier zijn ge├»mplanteerd of ingebracht
  • radioactieve stoffen in producten voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik, die zijn toegelaten door de bevoegde autoriteit voor verkoop aan eindgebruikers
  • natuurlijke stoffen en ertsen die natuurlijke radionucliden bevatten, die niet zijn bedoeld om te worden bewerkt met het oog op het gebruik van deze radionucliden, op voorwaarde dat de activiteitsconcentratie in deze stoffen 10 maal de in 2.2.7.7.2 aangegeven waarden niet overschrijdt.

Veiligheidsadviseur niet meer verplicht bij meetapparatuur wegenbouw

Bedrijven die gebruik maken van nucleaire meetinstrumenten in de wegenbouw, hoeven niet meer te beschikken over een veiligheidsadviseur. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft bepaald dat deze vorm van vervoer voortaan onder de vrijstelling valt die wordt genoemd in sectie 1.8.3.2 van het ADR.

In de wegenbouw wordt meetapparatuur gebruikt om de verdichting van wegverhardingen te meten. Deze bevat nucleair materiaal. Voor 2003 waren bedrijven die werken met deze meetapparatuur vrijgesteld van de verplichting van het hebben van een veiligheidsadviseur. Deze vrijstelling is in 2003 verwijderd uit de regelgeving.

Op basis van onderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport is het beleidsstandpunt door de minister ingenomen dat deze specifieke groep bedrijven, onder voorwaarden, niet meer hoeft te beschikken over een veiligheidsadviseur. Zie Staaatscourant 6412 van 30 maart 2012 en vrijstellingn onder 1.7.1.4 ADR, RID en ADN.

Bedrijven die van doen hebben met het vervoer van gevaarlijke stoffen moeten in het algemeen beschikken over een veiligheidsadviseur zoals voorgeschreven in 1.8.3.1 van het ADR.