binnenvaart ontgassen
Beeld: © IenW

Ontgassen binnenvaarttankschepen

Tankschepen vervoeren gevaarlijke (‘natte’) stoffen. Na het lossen van een vloeibare lading moet een schipper soms de ladingtanks ontgassen. Dit kan bij een ontgassingsinstallatie. Momenteel is ‘varend ontgassen’ van een aantal stoffen verboden. Andere stoffen ontgassen mag, als wordt voldaan aan de voorwaarden van het ADN. Dat is de Europese overeenkomst voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. Samen met een aantal andere landen bereidt Nederland een verbod op ontgassen in de buitenlucht voor.

Wat is varend ontgassen?

Na het lossen van een vloeibare lading blijft er altijd wat van het geloste product in de tank van het schip achter. Deze restanten moeten soms eerst weg,  voordat de nieuwe lading aan boord kan. Daarom blaast een schipper zijn tanks en leidingen met ventilatoren door. Dit heet (varend) ontgassen; de stoffen verdampen en komen in de buitenlucht terecht.

Varend ontgassen is onwenselijk en mogelijk schadelijk voor omwonenden, de bemanning van schepen en het milieu. Voor sommige stoffen (benzine, benzeen) geldt een wettelijk verbod op ontgassen. Andere stoffen mogen onder voorwaarden van het ADN nog ontgast worden. Een vergaand verbod op (varend) ontgassen in de buitenlucht is in voorbereiding. Deze verboden komen te staan in het Verdrag voor de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI).

Wat doet de ILT?

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) en het ADN. Het ontgassen van benzine (in de atmosfeer) is nu al verboden. En op diverse plaatsen is het ontgassen van benzeen (-houdende) stoffen verboden. Zo is ontgassen in de buitenlucht in de nabijheid van bruggen, sluizen en in dichtbevolkte gebieden verboden.

NB Er gelden soms nog andere ontgassingsregels waarvoor de provincie of een havenbedrijf (namens de gemeente) toezichthouder is. Dit kan bijvoorbeeld gaan over ontgassingsverboden op delen van vaarwegen. Op de overzichtskaart zijn deze trajecten in de kleur oranje aangegeven. De ILT heeft bij deze provinciale en gemeentelijke ontgassingsverboden geen taken.

Ontgassing melden

Omwonenden kunnen vermoedens van onjuiste ontgassingen melden bij hun omgevingsdienst. Vervolgens informeert de omgevingsdienst betrokken handhavers. Dit zijn de politie, havenbedrijven en de ILT. Zij bepalen onderling wie er (op dat moment) op af kan gaan.  

Voorbereiding op verbod

De ILT bereidt zich voor op de invoer van  het gefaseerd en stofgerelateerd verbod op ontgassen in de buitenlucht. De inspectie werkt hierbij samen met omgevingsdiensten en Rijkswaterstaat. Informatie over varend ontgassen winnen zij in via een netwerk van snuffelpalen (e-noses), toezicht met drones (met camera) en via meldingen van burgers. Op basis hiervan besluit de ILT om een schip te inspecteren voor verder onderzoek naar het mogelijk ontgassen.
Wanneer een schip een gevaarlijke stof ontgast dichtbij (voorhavens van) sluizen, bruggen of in dichtbevolkte gebieden, dan kan de ILT hier tegen optreden. 

Drones

De ILT heeft eigen drones. De drone-inspecteurs kennen de wet- en regelgeving voor (vervoer van) gevaarlijke stoffen, en ook de privacyregels. Daarom vliegen de ILT-drones bijvoorbeeld naast de schepen en niet erboven. De ILT probeert te voorkomen dat personen zichtbaar zijn op de dronebeelden. Staan ze er toch op, dan worden ze onherkenbaar gemaakt, zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vereist.

Ontgassen volgens het toekomstige CDNI

Op termijn komt het verbod op ontgassen te staan in het Verdrag voor de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI). Vooruitlopend daarop doen verschillende bedrijven proeven met zogenaamde ‘mobiele ontvangstsinrichtingen’. Dit zijn verplaatsbare installaties voor het afvangen van gassen en dampen. De installaties voldoen aan de ADN-regels. Is het ontgassen van een bepaalde stof in de buitenlucht straks overal verboden? Dan moet een schipper gebruik maken van een (mobiele) ontvangstinrichting.

Welke ontgassingsroutes zijn nu toegestaan?

In augustus 2019 informeerde de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) de Tweede Kamer over de manier waarop de ILT varend ontgassen op grond van het ADN handhaaft. De Kamerbrief (21 augustus 2019) gaat in op:

  • De handhaving.
  • Gebieden waar het ontgassingsverbod geldt.
  • Invulling van het ADN-begrip ‘dichtbevolkt gebied’ zoals de ILT gebruikt bij handhaving.

In 2020 publiceerde de inspectie, als uitwerking van de Kamerbrief, een online overzichtskaart voor schippers en handhavers. Hierop staat in rood aangegeven waar ontgassen volgens het ADN niet is toegestaan.

Ontgassen is bovendien verboden als:

  • dit door (inter)nationale, provinciale of gemeentelijke wetgeving wordt beperkt (zie ADN 7.2.3.7.0);
  • de schipper niet aan alle ADN-voorwaarden voldoet;
  • het gebeurt in de nabijheid van dichtbevolkte gebieden, voorhavens, sluizen en bruggen.

Ontgassingsinstallatie

Vanwege de risico’s voor mens en milieu vraagt de inspectie ladingtanks zoveel mogelijk bij een mobiele ontgassingsinstallatie te ontgassen.