Symposium Kracht en tegenkracht: "We moeten elkaar scherp en alert houden"

Bestuurders, toezichthouders, inspecteurs en belanghouders: het onderzoek Kracht en tegenkracht van Marilieke Engbers zet alle betrokkenen in de sector aan tot nadenken. Tijdens het symposium van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) hielden onderzoeker Engbers én acteurs ruim 250 deelnemers een spiegel voor over hun overtuigingen en eigen gedrag.

Symposium Kracht en tegenkracht

Het auditorium van de Vrije Universiteit in Amsterdam was tijdens het symposium Kracht en tegenkracht op 20 februari tot de nok toe gevuld. Directeur Kees van Nieuwamerongen van Aw, opdrachtgever van het onderzoek, was zeer te spreken over de hoge opkomst uit de héle sector. Het rapport van Marilieke Engbers heeft volgens hem een gevoelige snaar geraakt. ‘We moeten allemaal bereid zijn om onze eigen denkkaders onder een vergrootglas te leggen. Daarbij moeten we elkaar scherp en alert houden.’

Engbers, die vorig jaar de vraag kreeg om mogelijke risico’s bij langzittende bestuurders te onderzoeken, stelt in haar rapport dat in ‘paradigmaverkleving’ een risico schuilt. Een paradigma wordt gedefinieerd als een stelsel van voor vanzelfsprekend aangenomen aannames die het automatische gedrag in een bepaalde context stuurt. Een bestuurder is paradigmaverkleefd als hij overtuigd is van zijn gelijk en dus van zijn eigen handelen en duldt daarom geen tegenspraak. Als iets fout gaat, ligt het aan de ander en niet aan de eigen overtuiging en gedrag. Dat risico speelt niet alleen bij bestuurders, maar bij álle betrokkenen in de sector. ‘Velen zijn zich daarvan niet bewust, dat risico moeten we in de sector herkennen én erkennen,’ stelt Engbers.

Een bestuurder moet die tegenkracht zelf organiseren, stelt Engbers. Het is bijvoorbeeld niet voldoende om te zeggen dat de deur altijd voor alle medewerkers openstaat. ‘Als je als bestuurder wil weten wat er speelt in de organisatie, moet je mensen echt uitnodigen om feedback te geven.’ Omdat je door de hiërarchische structuur er niet van uit kan gaan dat de medewerkers voldoende tegenkracht bieden aan de bestuurder, is voldoende tegenkracht van de Raad van Commissarissen (RvC) nodig. Vanuit de werkgeversrol is de RvC gelegitimeerd om te onderzoeken of het paradigma van de bestuurder nog steeds voldoende aansluit op de opgave waar de corporaties voor staat. Zeker in een dynamisch wereld is dit essentieel. Maar hoe gaan RvC’s om met dit risico?

Weerbarstige praktijk onder vergrootglas

Tijdens het symposium legden acteurs de weerbarstige praktijk van het beheersen van het risico in de bestuurskamer onder een vergrootglas. De deelnemers in de zaal waren de hoofdrolspelers: zij kropen in de huid van bestuurder, RvC-voorzitter, jonge commissaris of belanghouder. Zij kregen de opdracht om in een fictieve case bij corporatie het Huisje – gebaseerd op het onderzoek van Engbers - hun rol te onderzoeken. Hoe maakt bijvoorbeeld de jonge toezichthouder zijn twijfel over het functioneren van de organisatie en daarmee de bestuurder bespreekbaar zonder irritatie op te roepen?

In een gevulde zaal zitten mensen met naamkaartjes op hun borst. Iedereen heeft een papier vast en kijkt daarnaar.

Op basis van de adviezen uit de zaal speelden de acteurs de praktijk in de bestuurskamer uitvergroot na. Dat leverde herkenbare - en soms hilarische - situaties op. Omdat ook toezichthouders het risico lopen verkleefd te zijn aan hun idee over governance, kunnen als er een conflict ontstaat tussen toezichthouders gedachten in de bestuurskamer ongezegd blijven. De oplossing is dan niet dat iedereen hard gaat roepen wat hij denkt en voelt, maar wel dat toezichthouders hun eigen ongelijk over governance willen onderzoeken. Dan ontstaat er ruimte voor alle commissarissen om hun perspectief uit te leggen en kan de jonge commissaris rustig uitleggen dat hij een grote zorg heeft. Alleen dan krijgt hij de handen op elkaar.

Dialoog op gang

Volgens onderzoeker Marilieke Engbers is het doel van het interactieve rollenspel om stil te staan bij het eigen denkproces en de dialoog op gang te brengen. ‘In de sector werken hoogopgeleide en slimme mensen. Toch zien we dat we snel een oordeel klaar hebben over het gedrag van de ander omdat we onbewust teveel verkleefd zijn aan het eigen governance paradigma. Als je echter niet weet wat er speelt bij de ander, hoe kan je dat gedrag dan goed beoordelen?’

Controle versus vertrouwen

De acteurs speelden hun rol vanuit verschillende perspectieven die Engbers op basis van wetenschappelijke literatuur onderscheidde. De jonge commissaris handelde vanuit het paradigma agency theory dat meer uitgaat van controle en kritische houding. De bestuurder van corporatie het Huisje handelde vanuit het paradigma stewardship theory dat meer uitgaat van samenwerking en vertrouwen. "Het is belangrijk om bij jezelf en anderen na te gaan vanuit welk perspectief je handelt. Zoveel mensen, zoveel perspectieven."

Hoe beheerst RvC risico bij bestuurder

Is er daarbij veel of weinig tot geen ruimte om conflicten bespreekbaar te maken? "De druk op RvC-agenda is groot. Als een mogelijk paradigmaconflict niet goed onderzocht wordt, zie je elkaar pas over een paar maanden weer. Het risico bestaat dat een deel van de collega’s op de parkeerplaats een informeel overleg heeft, waar anderen niets van afweten. Dat levert nieuwe dilemma’s op. Het werkt beter om het constructieve conflict op te zoeken", aldus Engbers.

Reflexieve gesprek

In het afsluitende deel reageerden vertegenwoordigers van Aw, VTW, Aedes en NVBW samen met onderzoeker Engbers op uitkomsten van stellingen die aan de deelnemers waren voorgelegd. Zo vond bijna driekwart dat we in de sector te aardig zijn en het conflict te veel schuwen. Bestuurslid René Scherpenisse van Aedes (directeur-bestuurder bij Tiwos) is voorstander van het reflexieve gesprek1. "Het is veel ingewikkelder om kwetsbaar en open te zijn, maar dan kom je wel verder. Het conflict opzoeken, is soms juist de gemakkelijke oplossing." 
 

1 In het reflexieve gesprek zijn de gesprekspartners bereid om hun voor vanzelfsprekend aangenomen overtuigingen over toezicht, governance, de automatische piloot, besturen, etcetera samen te onderzoeken.

Op een podium in een zaal bevinden zich zes mensen. Op het scherm achter hen is een stelling te zien.

Ingrijpen laatste redmiddel

De circa 50 inspecteurs van de Aw konden op 3 stellingen reageren. Iets meer dan driekwart onderschrijft de stelling dat ingrijpen het laatste redmiddel is en dat zij liever het leervermogen van corporaties stimuleren. "Je moet nooit bang zijn om in te grijpen. We zijn geen zachte heelmeesters", aldus een inspecteur die het oneens was met de stelling. Een collega die het wel eens was, stelde dat hij bij voorkeur eerst in gesprek gaat. "Wees nieuwsgierig naar wat er is gebeurd. Wellicht heeft de corporatie een goed verhaal en is ingrijpen niet nodig."

Volgens Van Nieuwamerongen moet ingrijpen nooit het doel zijn. "We zijn als extern toezichthouder het liefst op de achtergrond aanwezig. Met sessies zoals dit symposium stimuleren we het leervermorgen van de sector. Als intern toezicht het werk goed doet, hebben wij het makkelijker. Maar als het nodig is, grijpen we in."

Wat gaan we doen?
Hoe kunnen we individueel en als sector het risico op paradigmaverkleving verkleinen? Tijdens het symposium hebben alle betrokkenen in de sector de mogelijkheden verkend. Dat is het startpunt. De Aw wil de dialoog met alle betrokkenen voortzetten. Dat vraagt om kwetsbaar opstellen om de eigen overtuigingen bespreekbaar te maken. De Aw zal zich kwetsbaar opstellen en feedback vragen op mogelijk ongewenste effecten van het Aw beleid/gedrag op de sector. Daarnaast wil de Aw onderzoeken of de geschiktheidstoets voor bestuurders en commissarissen aangevuld kan worden met aandacht voor persoonlijkheidskenmerken in relatie tot de opgaven en de omstandigheden van de corporatie en de samenstelling van bestuur en RvC. En natuurlijk is de Aw benieuwd naar de initiatieven die u en anderen gaan ondernemen om de reflexiviteit in de sector te vergroten.