Toezicht Tata Steel

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werkt samen met de provincie Noord-Holland en omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) als het gaat om Tata Steel. De ILT steunt de provincie en de omgevingsdienst bij het toepassen van de door het Rijk vastgestelde wet- en regelgeving en beleid.

Bevoegd gezag

  • De provincie Noord-Holland is op grond van de wet bevoegd gezag voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij Tata Steel.
  • De omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied voert de VTH-taken uit in opdracht van de provincie.

De ILT helpt de provincie en de omgevingsdienst waar mogelijk bij het aanscherpen van de lopende vergunning trajecten. Daarbij richt de ILT haar advies op het zoveel mogelijk beperken van de uitstoot en milieuoverlast van Tata Steel. Daarom zet de ILT in op onder andere de volgende onderwerpen:

ZZS-minimalisatie

Bedrijven zijn verplicht uitstoot- en reductieprogramma’s op te stellen om de uitstoot van ZZS te verminderen. De ILT heeft op verzoek van de omgevingsdienst het minimalisatierapport van Tata Steel beoordeeld en heeft de ODNZKG erop gewezen dat Tata Steel nog onvoldoende invulling geeft aan deze wettelijke verplichting. Zie het WABO advies.

Aanscherpen monitoring emissies

Het meetprogramma voor uitstoot rond Tata Steel wordt op dit moment door de omgevingsdienst geactualiseerd om de laatste BBT-conclusies van de BREF IJzer en Staal toe te voegen. Dit traject gaat over de aanscherping van de methodes en technieken waarmee Tata Steel zijn uitstoot meet en registreert. De ILT wordt bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit betrokken om te borgen dat de meetvoorschriften volledig en technisch betrouwbaar zijn. Dit is belangrijk om de impact van Tata Steel op de luchtkwaliteit goed en exact in beeld te brengen.

Aanpak van de ILT rond Tata Steel

De aanpak van de ILT rond Tata Steel is gebaseerd op twee pijlers:

  • Wettelijk adviseur op de WABO.
  • Interbestuurlijk toezichthouder op de provincie Noord-Holland.

Daarnaast werkt de ILT samen met de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG)  en biedt zij handreikingen voor de handhaving bij Tata. Dit doet de ILT niet vanuit een wettelijke taak maar vanuit haar ervaring als (mede) toezichthouder.

WABO-advies ILT

De ILT heeft op grond van de milieuwetgeving een adviserende rol bij de vergunningverlening aan grote bedrijven zoals Tata Steel. Zij kijkt daarbij naar landelijke en Europese milieuthema’s, zoals luchtemissies, waaronder de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen en actieve stikstof, externe veiligheid en afvalstoffen. Hier vindt u meer informatie over de WABO taken van de ILT.

  • De ILT zoekt vanuit haar adviesrol nadrukkelijk de samenwerking op met de omgevingsdienst en bekijkt goed wat wettelijk mogelijk is om een vergunning aan te scherpen.
  • De ILT kan verzoeken om een actualisering van de vergunning of kan een handhavingsverzoek indienen bij het bevoegde gezag.
  • Als het nodig is neemt de ILT maatregelen. Zo zijn er in 2020 twee rechtszaken gevoerd tegen het bevoegd gezag omdat adviezen of verzoeken van de ILT gericht op aanscherping van de vergunning, niet werden opgevolgd.
  • Tegenwoordig werkt de ILT intensief samen met de ODNZKG. De omgevingsdienst stemt de inhoudelijke besluitvorming af met de ILT. Ook vraagt zij de ILT om advies waar dat wettelijk niet verplicht is.
  • De ILT streeft daarbij constant naar scherpere emissie eisen met name voor de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zoals lood, PAK’s en andere belangrijke luchtverontreinigende stoffen zoals actiefstikstof/ stikstofoxiden en zwaveldioxide.

Interbestuurlijke toezichtstaken (IBT)

Voor het interbestuurlijk toezicht (IBT) heeft de ILT de bevoegdheid om zo nodig toezicht uit te oefenen op de uitvoering van milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) door de provincie.

  • Vanuit de IBT-rol voert de ILT gesprekken met de provincie Noord-Holland over de aanpak rond Tata Steel.
  • De ILT monitort daarbij de voortgang van de opvolging van de aanbevelingen van de Randstedelijke Rekenkamer in haar rapport ‘Stof tot nadenken.'