Zeeschepen moeten voldoen aan internationale regels voor de brandstof die ze gebruiken en vervoeren. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt hier toezicht op.
Zwavelgehalte en samenstelling scheepsbrandstof
Nederlandse en buitenlandse zeeschepen mogen:
- Binnen de Emission Control Areas (ECA’s, Engels) en de Nederlandse binnenwateren daarvan geen scheepsbrandstof gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,10% m/m (massaprocent).
- Buiten de ECA’s geen scheepsbrandstof gebruiken met een zwavelgehalte van meer dan 0,50% m/m.
- Alleen met een goedgekeurd zwavelemissiereductiemiddel (scrubber) aan boord brandstof met een hoger zwavelgehalte gebruiken.
- In Nederlandse wateren en binnenwateren alleen met een gesloten scrubbersysteem aan boord brandstof met een zwavelgehalte van meer dan 3,50% m/m gebruiken.
Scheepsbrandstof mag bovendien:
- Geen anorganische zuren bevatten.
- Geen toevoegingen (additieven) bevatten die de veiligheid van het schip beïnvloeden, schadelijk zijn voor het personeel of extra luchtverontreiniging veroorzaken.
Havens in Nederland kunnen plaatselijk strengere regels aanhouden. Bijvoorbeeld: de haven van Amsterdam beperkt gebruik van scrubbers. Een verbod op waswaterlozingen door open-loop-scrubbers in Nederlandse binnenwateren en havens is in voorbereiding.
Mogelijke problemen in Nederlandse wateren en havens
Komt uw zeeschip in Nederlandse wateren of havens aan zonder geschikte brandstof aan boord, dan handelt de ILT volgens MARPOL VI artikel 18 en de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, artikel 5.1c.
Krijgt uw zeeschip op een Nederlandse ankerplaats een tekort aan geschikte brandstof, dan kunt u geen beroep doen op MARPOL VI artikel 3 of artikel 18. De Kustwacht stelt strikte voorwaarden aan bunkeren in ankergebieden.
Heeft de scrubber of een meetinstrument op uw zeeschip een storing, dan moet u MEPC.1/Circ.883/Rev.1 (Engels) volgen en in bepaalde gevallen de havenstaatautoriteit inlichten. In Nederlandse wateren en havens is dit de ILT. Stuur de ILT vóór vertrek schriftelijk bewijs dat de storing is verholpen.
EU-richtlijn en handhaving
De regels voor zwaveluitstoot op zee en in havens staan in Richtlijn (EU) 2016/802. Deze richtlijn is verwerkt in de Wet voorkoming verontreinigingen door schepen en de bijbehorende besluiten en regelingen.
Zeeschepen moeten van elke partij brandstof het veiligheidsinformatieblad (VIB), de Bunker Delivery Note (BDN) en verzegelde monsters aan boord hebben.
Tijdens havenstaatcontroles kan de ILT brandstofmonsters nemen van de vervoerde en de op dat moment gebruikte brandstof. De ILT zet ook drones in om emissies te meten.
Blijkt bij analyse dat brandstof niet voldoet aan de regels, dan kan de ILT het schip aanhouden, maatregelen nemen en de scheepseigenaar eventueel strafrechtelijk laten vervolgen. De maximumboete is € 800.000.