Wet- en regelgeving

Regels over de aanleg, inrichting, uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de veiligheid staan in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). Zowel de luchthavens van nationaal belang die niet vallen onder de EU-verordening 2018/1139 als de luchthavens van regionaal belang, zijn ingericht en uitgerust volgens de Internationale burgerluchtvaartvoorschriften zoals opgenomen in de ICAO annex 14 Aerodromes, volume I. Voor helikopterluchthavens geldt ICAO annex 14, volume II heliports. De standaarden en voorschriften vanuit ICAO annex 14 (volume II) zijn voor Nederland vastgelegd in de RVGLT.

Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim

Voordat een luchthavenbesluit of regeling in werking kan treden moet namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat een Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim (VVGL) worden afgeven. De provincies vragen, ook namens de exploitant (beheerder) van een luchthaven, een VVGL aan bij de ILT. Bij de beoordeling van de aanvraag toetst de ILT of de beoogde luchtvaartactiviteit past binnen de bestaande luchtruimstructuur. Het doel hierbij is om het luchtruimgebruik vanaf de verschillende soorten luchthavens en luchtverkeer op elkaar af te stemmen.

De ILT vraagt, afhankelijk van de locatie en het soort luchtverkeer, de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA) om advies. De ILT weegt dit advies bij de formele behandeling en beoordeling van de aanvraag voor de afgifte van de Verklaring Veilig Gebruik Luchtruim.

Voor een verzoek tot uitvoeren van een toets voor afgifte van een VVGL gebruikt u het formulier Aanvraag Verklaring veilig gebruik luchtruim (VVGL). De behandeling duurt maximaal 9 weken.

Verklaring geen bezwaar

Gedeputeerde Staten hebben in het luchthavenbesluit gebieden vastgesteld voor de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthavens en het beperkingengebied. Deze gebieden kennen regels voor de bestemming en het gebruik van de grond in verband met het externe-veiligheidsrisico, geluidsbelasting en de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond.

Op basis van artikel 8.9 van de Wet Luchtvaart kunnen Gedeputeerde Staten voor bepaalde ruimtelijke initiatieven een verklaring van geen bezwaar afgeven. Dit kan pas nadat de ILT heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door de verklaring niet wordt geschaad.

Afwijkingen

In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de RVGLT. De exploitant (beheerder) van de luchthaven moet hiervoor een ontheffing aanvragen bij de ILT. De ILT kan op basis van artikel 8a.1, 2de lid van de Wet Luchtvaart hier een ontheffing voor verlenen. Dit doet zij alleen wanneer de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en als de veiligheid van de luchthaven en van het luchthavenluchtverkeer niet in gevaar worden gebracht. De exploitant moet het verzoek onderbouwen met een risicoanalyse en compenserende maatregelen. De exploitant vraagt de ontheffing voor de realisatie aan.

De ILT beoordeelt vervolgens het ontheffingsverzoek. De ILT verleent de ontheffing als:

  • Er gegronde redenen zijn om ontheffing te verlenen.
  • Er een gelijkwaardig veiligheidsniveau wordt gerealiseerd.
  • De luchthaven voldoet aan de voorwaarden in artikel 8a.1 van de Wet Luchtvaart.

De ILT kan beperkingen opleggen of voorwaarden aan de ontheffing verbinden als dat noodzakelijk is voor de veiligheid. Financiƫn vormen geen reden om af te wijken van de voorschriften.

Lees meer over afwijkingen, inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens in: Informatieblad Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens.