In het belang van de veiligheid van de vaart zijn er regels voor de deskundigheid van de bemanning, de samenstelling van de minimumbemanning en de rusttijden van de bemanningsleden.

Deskundigheid van de bemanning

De Binnenvaartwet bevat regels over de deskundigheid van de bemanning, samenstelling van de minimumbemanning en de rusttijden van de bemanning. De bekwaamheidseisen van de bemanning is nader uitgewerkt in paragraaf 2 van de Binnenvaartregeling. Voor de Rijn, Waal en Lek, zogenaamde aktewateren, staan de regels over de deskundigheid van de bemanning in het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (Rsp).

Een schipper kan zijn deskundigheid aantonen met zijn vaarbewijs. De overige bemanningsleden tonen hun deskundigheid aan middels een dienstboekje.

Samenstelling van de minimumbemanning

De vereiste minimumbemanning is afhankelijk van het type schip. Daarnaast zijn de eisen nog verder ingevuld naar bijvoorbeeld de afmeting van het schip, het aantal passagiers, enzovoort.

De eisen aangaande de minimumbemanning voor de Rijn, Waal en Lek zijn te vinden in paragraaf 3 van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn.

In hoofdstuk 5 paragraaf 3 van de Binnenvaartregeling staan de voorschriften voor de minimale bemanningssterkte. Paragraaf 5 van dit hoofdstuk bevat vrijstellingen. Deze vrijstellingen zijn ook van toepassing op de Rijn, Waal en de Lek wanneer de grens naar Duitsland niet wordt overschreden.

Rusttijden

De rusttijdregels uit het Rsp zijn van toepassing op bemanningsleden die géén werknemer zijn en die via de Rijn, Waal en Lek een internationale reis maken. Anders zijn in Nederland de rusttijdvoorschriften uit de Arbeidstijdenwet van toepassing. Voor de binnenvaart is dit verder uitgewerkt in het Arbeidstijdenbesluit vervoer hoofdstuk 5.

Per 1 januari 2017 is het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv) uitgebreid met clausules uit de richtlijn arbeidstijden over arbeidstijden, rusttijden, seizoensarbeid in de passagiersvaart, pauzes, nachtarbeid, vakantie, medische keuring en bescherming van minderjarigen. Deze aanvullende clausules gelden alleen voor werknemers.

Controle op invullen vaartijdenboek

Aan de hand van het vaartijdenboek controleert de ILT of de voorschriften voor bemanning worden nageleefd. Het vaartijdenboek moet antwoord geven op vragen, zoals: 

  • in welke exploitatiewijze vaart het schip
  • welke bemanning is aan boord
  • welke reis heeft het schip en de bemanning afgelegd
  • wanneer heeft de bemanning gerust 

Het vaartijdenboek is dus cruciaal voor de controle op naleving. Indien het vaartijdenboek niet of niet juist is ingevuld begaat de gezagvoerder een overtreding. Wanneer zo’n overtreding wordt vastgesteld wordt er een boeterapport aangezegd. In het vaartijdenboek staat een instructie hoe deze ingevuld moet worden.

Het bijhouden van het vaartijdenboek, volgens welke één enkel schema per reis voor de aantekeningen van de rusttijden voldoende is, geldt uitsluitend voor de bemanningsleden in de exploitatiewijze B. In de exploitatiewijzen A1 en A2 moeten voor elk bemanningslid het begin en het einde van de rusttijden van elke dag gedurende de reis worden genoteerd. (zie ook 3.13 lid 6 onder a) van het RSP.

Meer informatie over het aanvragen van het vaartijdenboek.

Hoort bij