De Autoriteit woningcorporaties (Aw) houdt toezicht op de woningcorporaties. In de Woningwet artikel 61c staat dat de corporaties hier zelf voor betalen. Daarom stuurt de Aw jaarlijks vóór 1 oktober namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) digitaal een beschikkingsbrief naar woningcorporaties over de bijdrageheffing met de kosten voor het lopend jaar.
Vraag en antwoord over de bijdrageheffing
De woningcorporatie levert jaarlijks uiterlijk 1 juli aan hoeveel woongelegenheden zij in bezit heeft en wat de WOZ-waarde van deze woongelegenheden was op 31 december van het voorgaande jaar.
Het totaal van het aantal woongelegenheden van alle woningcorporaties (en eventuele dochtermaatschappijen) en het totaal van de WOZ-waarde van deze woongelegenheden zijn samen met het goedgekeurde totaalbedrag van de bijdrageheffing Aw de basis voor de berekening.
De helft van het totaalbedrag van de bijdrageheffing wordt gedeeld door het totaal aantal woongelegenheden. Hierdoor ontstaat een tarief per woongelegenheid.
De andere helft van het totaalbedrag van de bijdrageheffing wordt gedeeld door het totaalbedrag van de WOZ-waarde van deze woongelegenheden. Hierdoor ontstaat een tarief per € 1.000 WOZ-waarde.
Deze tarieven worden gebruikt voor het berekenen van de bijdrageheffing per woningcorporatie.
Het bedrag is gebaseerd op de begroting van de Aw voor het lopend jaar. Deze is goedgekeurd door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) in voorafgaand jaar. Het totaalbedrag van de bijdrageheffing wordt gecorrigeerd met onder andere het resultaat uit het voorgaande jaar. Heeft de Aw in het voorgaande jaar minder uitgegeven dan dat ze begroot heeft? Dan wordt dit verminderd op het begrotingsbedrag van het lopend jaar. Ook kosten die de Aw vergoed krijgt vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) worden in mindering gebracht op het begrotingsbedrag. Met goedkeuring van de minister van VRO wordt het totaalbedrag van de bijdrageheffing Aw vastgesteld.
Het totaalbedrag voor de bijdrageheffing in 2026 is € 15.391.811. Het tarief per woongelegenheid wordt € 3,17938 en het tarief per € 1.000 WOZ-waarde wordt € 0,01088125. Door deze tarieven te vermenigvuldigen met het totaal aantal woongelegenheden en het totaal van de WOZ-waarden van de woongelegenheden die de corporatie bezit, ontstaat het totaalbedrag per woningcorporatie. Dit bedrag vindt u in de beschikkingsbrief.
In de beschikking zijn de tarieven afgerond weergegeven. In de berekening werkt de Aw met de niet-afgeronde bedragen. Daardoor kan het totaalbedrag iets afwijken.
In onderstaande tabel ziet u wat het verloop was van deze bijdrage de afgelopen 10 jaar.
Verschil tussen geschatte en werkelijke heffingsbijdragen vanaf 2017 Jaar Prognose heffing Werkelijke heffing Verschil 2017
€ 15.789.261
€ 12.557.292
€ -3.231.969
2018
€ 14.012.922
€ 15.300.886
€ 1.287.964
2019
€ 14.691.104
€ 13.986.705
€ -704.399
2020
€ 14.179.608
€ 12.984.438
€ -1.195.170
2021
€ 14.454.287
€ 12.879.287
€ -1.575.000
2022
€ 14.032.934
€ 12.500.934
€ -1.532.000
2023
€ 14.320.659
€ 12.667.523
€ -1.653.136
2024
€ 14.900.016
€ 13.434.021
€ -1.465.995
2025
€ 15.449.865
€ 15.251.082
€ -198.783
2026
€ 15.848.782
€ 15.391.811
€ -456.971
De begroting 2026 ging uit van een bijdrageheffing van in totaal € 15,9 miljoen. Verrekend met het jaarresultaat 2025 wordt de bijdrageheffing vastgesteld op € 15,4 miljoen.
De bijdrageheffing Aw komt jaarlijks terug. De begroting voor de Aw over 2027 en verder is nog niet vastgesteld. Deze ligt waarschijnlijk rond € 16,2 miljoen. Dat betekent een bedrag van ongeveer € 3,35 per woongelegenheid, plus ongeveer € 0,012 per € 1.000 WOZ-waarde van de woongelegenheden van een corporatie en haar dochtermaatschappijen.
Als de dVi-gegevens verwerkt zijn, volgt in september 2027 het definitieve bedrag van de bijdrageheffing.
Staat uw vraag er niet bij? Gebruik dan het vragenformulier. Kies de rubriek 'Woningcorporaties' en schrijf bij onderwerp ‘Bijdrageheffing Aw 2026’.