Voorafgaand aan elke (her)benoeming van een bestuurder of commissaris is een positieve zienswijze van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) vereist. Op deze pagina leest u op welke vragen u zich kunt voorbereiden.
U kunt deze pagina ook uitprinten of opslaan als pdf (CTRL + P).
Bepaal vooraf welke procedure voor geschiktheid en betrouwbaarheid u moet volgen.
Reguliere aanvraagprocedure geschiktheid en betrouwbaarheid
- Welke kwaliteitsprofielen zijn al ingevuld binnen de RvC?
- Wordt de kandidaat bij deze herbenoeming voor een ander kwaliteitsprofiel voorgedragen dan bij de eerste benoeming?
- Wat is het kwaliteitsprofiel waarvoor de kandidaat wordt voorgedragen? Meerdere profielen mogelijk.
- Onderbouw aan de hand van een praktijkvoorbeeld in welke mate de kandidaat beschikt over de competentie integriteit en moreel besef.
- Onderbouw aan de hand van een praktijkvoorbeeld in welke mate de kandidaat beschikt over de competentie zelfreflectie.
- Welke derde competentie is het meest relevant voor deze functie? Geef een praktijkvoorbeeld.
- Onderbouw waarom de kandidaat geschikt is, kijkend naar zijn of haar specifieke werkervaring en opleidingen.
- Als de kandidaat weinig tot geen ervaring heeft in de sector of als toezichthouder, op welke wijze geeft de RvC invulling aan de ontwikkeling van deze kandidaat?
- Als kandidaat (na benoeming) media-aandacht heeft gekregen, hoe schat de RvC de relevantie van die aandacht in voor de beoogde functie? En welke overwegingen hebben tot dat oordeel geleid?
- Beschrijf de specifieke volkshuisvestelijke opgave van de corporatie voor de komende 4 jaar. Denk onder andere aan prestatieafspraken.
- Waarom denkt de RvC dat deze kandidaat past bij de specifieke opgave van de corporatie en welke bijdrage verwacht de RvC van de kandidaat?
- Diversiteit is van groot belang voor het goed functioneren van een team. Geef aan hoe de kandidaat bijdraagt aan de samenstelling en diversiteit van het bestuur of RvC.
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Zo ja, hoe schat de RvC de invloed van de antecedenten en opmerkingen in op het goed functioneren van de kandidaat en op de belangen van de corporatie?
- Welke maatregelen heeft de RvC genomen?
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Wat is de naam van de (neven)functie/werkzaamheden vanuit (eigen) onderneming/deelbelang in privésfeer?
- Geef een toelichting op de werkzaamheden/dit deelbelang. Geef ook aan waar deze plaats vinden en betrek hierbij het werkgebied van de corporatie.
- Geef aan of de (neven)functie/werkzaamheden naar het oordeel van de RvC nadeel kunnen opleveren voor de belangen van de corporatie of tot belangenverstrengeling kunnen leiden.
- Geef de overwegingen weer die tot het oordeel hebben geleid dat deze activiteit niet nadelig is voor de belangen van de corporatie en dat er geen belangenverstrengeling kan ontstaan. Benoem daarbij eventueel gemaakte afspraken en genomen maatregelen.
- Licht toe waarom er volgens de RvC geen sprake is van schijn van belangenverstrengeling, of hoe de RvC deze schijn wegneemt.
- Welke mogelijke verwevenheden van de kandidaat met leden van de RvC of het bestuur heeft de RvC beoordeeld?
- Welke risico's heeft de RvC gesignaleerd ten aanzien van deze verwevenheid?
- Welke maatregelen heeft de RvC getroffen om de onafhankelijkheid van kandidaat te borgen?
Verkorte aanvraagprocedure geschiktheid en betrouwbaarheid
- Welke kwaliteitsprofielen zijn al ingevuld binnen de RvC?
- Wordt de kandidaat bij deze herbenoeming voor een ander kwaliteitsprofiel voorgedragen dan bij de eerste benoeming?
- Wat is het kwaliteitsprofiel waarvoor de kandidaat wordt voorgedragen? Meerdere profielen mogelijk.
- Is de aard en zwaarte van de functie gewijzigd sinds de benoemingsdatum van de kandidaat? Zo ja, licht toe en onderbouw waarom u vindt dat de kandidaat nog steeds geschikt is voor en past in deze functie.
- Geef aan waarom u vindt dat de kandidaat goed heeft gefunctioneerd in de eerste termijn. Beschrijf bij voorkeur een passend voorbeeld aan de hand van de STAR-methodiek.
- Welke ontwikkelpunten ziet u voor de kandidaat en hoe wordt hier invulling aan gegeven?
- Als de kandidaat na benoeming media-aandacht heeft gekregen, hoe schat de RvC de relevantie van die aandacht in voor de beoogde functie? En welke overwegingen hebben tot dat oordeel geleid?
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Zo ja, hoe schat de RvC de invloed van de antecedenten en opmerkingen in op het goed functioneren van de kandidaat en op de belangen van de corporatie?
- Welke maatregelen heeft de RvC genomen?
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Wat is de naam van de (neven)functie/werkzaamheden vanuit (eigen) onderneming/deelbelang in privésfeer?
- Geef een toelichting op de werkzaamheden/dit deelbelang. Geef ook aan waar deze plaats vinden en betrek hierbij het werkgebied van de corporatie.
- Geef aan of de (neven)functie/werkzaamheden naar het oordeel van de RvC nadeel kunnen opleveren voor de belangen van de corporatie of tot belangenverstrengeling kunnen leiden.
- Geef de overwegingen weer die tot het oordeel hebben geleid dat deze activiteit niet nadelig is voor de belangen van de corporatie en dat er geen belangenverstrengeling kan ontstaan. Benoem daarbij eventueel gemaakte afspraken en genomen maatregelen.
- Licht toe waarom er volgens de RvC geen sprake is van schijn van belangenverstrengeling, of hoe de RvC deze schijn wegneemt.
- Welke mogelijke verwevenheden van de kandidaat met leden van de RvC of het bestuur heeft de RvC beoordeeld?
- Welke risico's heeft de RvC gesignaleerd ten aanzien van deze verwevenheid?
- Welke maatregelen heeft de RvC getroffen om de onafhankelijkheid van kandidaat te borgen?
Zienswijze onder voorwaarden (ZOV)
- Onderbouw aan de hand van een praktijkvoorbeeld in welke mate de kandidaat beschikt over de competentie integriteit en moreel besef.
- Onderbouw aan de hand van een praktijkvoorbeeld in welke mate de kandidaat beschikt over de competentie zelfreflectie.
- Welke derde competentie is het meest relevant voor deze functie? Geef een praktijkvoorbeeld.
- Onderbouw waarom de kandidaat geschikt is, kijkend naar zijn of haar specifieke werkervaring en opleidingen.
- Als de kandidaat weinig tot geen ervaring heeft in de sector of als toezichthouder, op welke wijze geeft de RvC invulling aan de ontwikkeling van deze kandidaat?
- Als kandidaat (na benoeming) media-aandacht heeft gekregen, hoe schat de RvC de relevantie van die aandacht in voor de beoogde functie? En welke overwegingen hebben tot dat oordeel geleid?
- Beschrijf de specifieke volkshuisvestelijke opgave van de corporatie voor de komende 4 jaar. Denk onder andere aan prestatieafspraken.
- Waarom denkt de RvC dat deze kandidaat past bij de specifieke opgave van de corporatie en welke bijdrage verwacht de RvC van de kandidaat?
- Diversiteit is van groot belang voor het goed functioneren van een team. Geef aan hoe de kandidaat bijdraagt aan de samenstelling en diversiteit van het bestuur of RvC.
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Zo ja, hoe schat de RvC de invloed van de antecedenten en opmerkingen in op het goed functioneren van de kandidaat en op de belangen van de corporatie?
- Welke maatregelen heeft de RvC genomen?
- Heeft de kandidaat antecedenten of opmerkingen op het betrouwbaarheidsformulier aangegeven?
- Wat is de naam van de (neven)functie/werkzaamheden vanuit (eigen) onderneming/deelbelang in privésfeer?
- Geef een toelichting op de werkzaamheden/dit deelbelang. Geef ook aan waar deze plaats vinden en betrek hierbij het werkgebied van de corporatie.
- Geef aan of de (neven)functie/werkzaamheden naar het oordeel van de RvC nadeel kunnen opleveren voor de belangen van de corporatie of tot belangenverstrengeling kunnen leiden.
- Geef de overwegingen weer die tot het oordeel hebben geleid dat deze activiteit niet nadelig is voor de belangen van de corporatie en dat er geen belangenverstrengeling kan ontstaan. Benoem daarbij eventueel gemaakte afspraken en genomen maatregelen.
- Licht toe waarom er volgens de RvC geen sprake is van schijn van belangenverstrengeling, of hoe de RvC deze schijn wegneemt.
- Welke mogelijke verwevenheden van de kandidaat met leden van de RvC of het bestuur heeft de RvC beoordeeld?
- Welke risico's heeft de RvC gesignaleerd ten aanzien van deze verwevenheid?
- Welke maatregelen heeft de RvC getroffen om de onafhankelijkheid van kandidaat te borgen?