Het uitbesteden van vervoer aan een vervoerder zonder de vereiste vergunning kan leiden tot oneerlijke concurrentie, druk op tarieven en risico’s voor veiligheid en arbeidsomstandigheden. Voor een eerlijke transportsector zijn vervoerders maar óók afzenders, opdrachtgevers en expediteurs verantwoordelijk. Pakket- en koeriersbedrijven kennen de vergunningplicht voor beroepsgoederenvervoer, maar controleren hier nog te weinig op.

Dat constateren de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) in een gezamenlijk onderzoek naar ketenaansprakelijkheid en vergunningplicht in deze sector.
Vergunningen niet periodiek gecontroleerd
De ILT en de NIWO hebben gesproken met 6 opdrachtgevers en expediteurs, waardoor bijna 300 vervoerders in beeld zijn gebracht. Bij meerdere opdrachtgevers wordt bij het aangaan van de samenwerking met vervoerders gekeken naar de vergunningvereisten. Zo is de vergunningplicht vaak opgenomen in contracten of voorwaarden. Hierin staat dat vervoerders beschikken over een geldige vergunning voor beroepsgoederenvervoer over de weg. Bovendien tonen vervoerders met deze vergunning aan dat zij voldoen aan bepaalde eisen van betrouwbaarheid en vakbekwaamheid. Wat ontbreekt, is een vaste en periodieke controle door opdrachtgevers op de geldigheid van deze vergunningen en op de feitelijke inzet van voertuigen en onderaannemers. De ILT en de NIWO constateerden bij meerdere opdrachtgevers dat er (meerdere) vervoerders waren die niet over een geldige vergunning beschikten en/of dat opdrachtgevers niet wisten wie de feitelijke uitvoerder was van het transport.
Aandachtspunten
De ILT en de NIWO zien dat:
- Vergunningen niet altijd periodiek worden gecontroleerd op geldigheid.
- Vergunningnummers en einddata niet altijd volledig worden geregistreerd.
- De controle op kentekens en chauffeurs vaak beperkt is.
- Opdrachtgevers niet altijd zicht hebben op onderaannemers.
- Controle lastiger is bij routes en depots die de opdrachtgever niet zelf ziet. Dit geldt vooral als vervoerders eigen depots gebruiken, er meerdere onderaannemers betrokken zijn of als de expediteur niet precies weet welke voertuigen worden ingezet.
Verschillen tussen opdrachtgevers
Uit vervoerderslijsten en gegevens over uitbesteed vervoer blijkt dat 122 van de 274 onderzochte vervoerders (45%) een geldige vergunning hadden. Bij 152 vervoerders (55%) is geen geldige vergunning gevonden. Dit betekent niet automatisch dat deze vervoerders de regels overtraden. Of een vergunning nodig is, hangt onder andere af van het voertuig, hoe het voertuig is gekeurd (te vinden op het kentekenbewijs) en de manier waarop het vervoer wordt uitgevoerd.
Daarnaast bleek dat sommige bedrijven beroepsgoederenvervoer verrichtten zonder de benodigde vergunning. Deze vervoerders hebben een inspectierapport met bevindingen ontvangen. Hierin wordt ook uitgelegd wanneer een vervoerder vergunningplichtig is. Ook hun opdrachtgevers zijn hierover geïnformeerd. In het rapport staat dat herhaling of een vastgestelde overtreding kan leiden tot maatregelen, zoals een last onder dwangsom of een proces-verbaal.
Over ketenaansprakelijkheid
Afzenders of expediteurs zijn medeverantwoordelijk voor een eerlijke transportsector. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen meer bij de vervoerder. Deze ketenaansprakelijkheid staat vastgelegd in de Wet wegvervoer goederen (WWG). Afzenders of expediteurs moeten gebruikmaken van vervoerders die zich aan de regels houden. Als dit niet gebeurt, dan kunnen ook de afzenders of expediteurs verantwoordelijk worden gehouden voor overtredingen of misstanden. Ook wanneer vervoerders hun opdrachten uitbesteden, bijvoorbeeld via onderaannemers. De afzender of expediteur heeft hier niet altijd zicht op. In sommige gevallen zijn deze uitbestedingen niet goed geregeld. Afzenders of expediteurs kunnen afspraken maken met vervoerders om de regels na te leven en periodiek te controleren.