Vliegen is een veelgebruikte en betrouwbare manier van reizen, maar de impact op het milieu is groot. Daarbij heeft de sector steeds vaker te maken met oplopende geopolitieke spanningen en snelle technologische ontwikkelingen zoals drones. Ook is er minder ruimte beschikbaar in de lucht en op de grond. Dit alles levert risico’s op voor de luchtvaartveiligheid en heeft gevolgen voor de leefomgeving. Meer bescherming van omwonenden, betere digitale weerbaarheid, heldere wet- en regelgeving en passende handhavingsinstrumenten zijn daarom nodig. Dit constateert de luchtvaartautoriteit van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-Luchtvaartautoriteit) in haar Staat van de luchtvaart 2026 die vandaag is gepubliceerd.

Vliegveiligheid in geding door geopolitieke spanningen
Er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zoveel gewapende conflicten geweest als nu. Hierdoor wordt het voor luchtvaartmaatschappijen steeds moeilijker om veilige routes te vinden in het luchtruim. Omvliegen leidt tot langere en ongebruikelijke routes die ook niet altijd veilig zijn. Denk hierbij aan een noodlanding in een land waar geen reserveonderdelen beschikbaar zijn.
Ook is steeds vaker sprake van hybride oorlogsvoering, waardoor de vliegveiligheid in het geding komt. Bijvoorbeeld door hacking, jamming (het verstoren van signalen) of spoofing (het vervalsen van signalen). Daarnaast neemt het aantal meldingen van vermeende vijandelijke drones rondom (militaire) vliegvelden toe. Digitale weerbaarheid van Nederland en de luchtvaartsector is van essentieel belang om de veiligheid in de lucht en op de grond te kunnen blijven waarborgen.
Drones: spanning tussen innovatie en overlast
De groei van de onbemande luchtvaart leidt tot meer complexiteit in het luchtruim. Drones bieden kansen voor maatschappelijk nuttige toepassingen zoals beveiliging, inspecties en monitoring van natuur en landbouw. Maar het vraagt ook om volwassen nalevingsgedrag van alle dronegebruikers om luchtruimschendingen en daarmee samenhangende risico’s voor de veiligheid te voorkomen. Daarnaast is een nationale visie nodig over de aanwezigheid van drones in dichtbevolkte gebieden. Zodat drone-operaties in de buurt van mensen minder onrust en hinder opleveren. Deze spanning tussen economische kansen en leefbaarheid vraagt om heldere afwegingskaders die nu nog ontbreken.

Leefomgeving onder druk
De ILT-Luchtvaartautoriteit ziet dat maatregelen om de geluidbelasting rond Schiphol tegen te gaan effect beginnen te hebben. Om de echte overlast te verminderen moet ook worden gekeken naar de ervaren hinder van omwonenden. Er is winst te behalen op 2 oorzaken van hinderbeleving: overvliegfrequentie en nachtvluchten. Hoe vaak een vliegtuig overvliegt en op welk tijdstip dit gebeurt, spelen een rol. Ook is stevig en effectief toezicht nodig om daadwerkelijke vermindering en begrenzing van geluidshinder te bereiken. Hiervoor moet de luchtvaartautoriteit beschikken over een passend handhavingsinstrumentarium. Alleen dan kan ze daadwerkelijk optreden bij een (dreigende) geluidsoverschrijding.
Ook constateert de luchtvaartautoriteit dat de luchtvaartsector zich inspant om de uitstoot van schadelijke stoffen zoals ultrafijnstof in de lucht en op de grond te verminderen. Bijvoorbeeld door vlootvernieuwing of elektrificatie van het grondvervoer. Om de uitstoot van zwaveldioxide en ultrafijnstof sneller te reduceren is meer sturing nodig op het zwavelgehalte in kerosine, bijvoorbeeld via ontzwaveling.
De druk om woningbouw toe te staan in de buurt van luchthavens neemt onverminderd toe met potentieel extra gehinderden tot gevolg. Bovendien worden vanwege de verduurzaming stappen gemaakt in de energietransitie, waardoor de vraag naar zonnepanelenparken stijgt. Een dergelijk park vlak bij een luchthaven kan risico’s opleveren voor de luchtvaartveiligheid. Uit de ontwikkelingen in 2025 blijkt dat er duidelijke randvoorwaarden nodig zijn voor de inrichting van de omgeving van luchthavens. Dat voorkomt ongewenste effecten voor de luchtvaartveiligheid en de gezondheid van (potentiële) omwonenden.