Over gebruiksjaar 2025 heeft de luchtvaartautoriteit van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-Luchtvaartautoriteit) geen overschrijdingen van de geluidsgrenswaarden geconstateerd bij de regionale luchthavens Lelystad Airport, Maastricht Aachen Airport en Rotterdam The Hague Airport. Dit staat in de handhavingsrapportages die de luchtvaartautoriteit vandaag heeft gepubliceerd.
Voor alle Nederlandse regionale luchthavens en hun gebruikers gelden geluidsgrenswaarden en regels voor het gebruik van de luchthaven om de (geluids)hinder voor de omwonenden te beperken. Voor Maastricht Aachen Airport en Rotterdam The Hague Airport gelden aanvullende regels voor het gebruik van de vertrekroutes, zodat er zo min mogelijk over bewoond gebied wordt gevlogen. De ILT-Luchtvaartautoriteit controleert of de luchthavens en luchtvaartmaatschappijen zich houden aan de regels en kan indien nodig sancties opleggen. Na afloop van ieder gebruiksjaar (periode 1 november tot en met 31 oktober) stelt de ILT-Luchtvaartautoriteit per luchthaven een handhavingsrapportage op met de resultaten van haar toezicht.
Lelystad Airport
Lelystad Airport heeft zich in gebruiksjaar 2025 gehouden aan de geluidsnormen en aan de regels voor de nacht. De geluidsbelasting op handhavingspunten 05 en 23 is afgenomen. Respectievelijk gaat het om 7,4% (was 8,6% in 2024) en 8,8% (was 25% in 2024) van de jaarlijks toegekende geluidsruimte. Dit betekent dat de geluidsnormen niet zijn overschreden. Er vonden 2 nachtvluchten plaats, in beide gevallen ging het om een vlucht met de traumahelikopter.
Maastricht Aachen Airport
De grenswaarden voor de geluidbelasting in de handhavingspunten bij Maastricht Aachen Airport zijn niet overschreden. In gebruiksjaar 2025 is het aantal passagiersvluchten aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2024. Het aantal vrachtvluchten steeg juist met 19%. Op de luchthaven was 1 vliegtuigbeweging na 23.00 uur. Uit onderzoek bleek dat dit kwam door extreme meteorologische omstandigheden, één van de toegestane uitzonderingscriteria van de Omzettingsregeling.
De ILT-Luchtvaartautoriteit onderzocht 12 vluchten die van de vertrekroutes afweken. In 5 gevallen ging het om een marginale afwijking. De overige 7 vluchten weken dermate af van de route dat de luchtvaartbedrijven hiervoor een schriftelijke waarschuwing kregen. De oorzaak van deze routeafwijkingen is nader onderzocht. Het blijkt te gaan om vluchten van de kleine luchtvaart en bij alle vluchten is dezelfde afwijking geconstateerd. Dit lijkt te komen door het automatisch starten met behulp van het flight managementsysteem in combinatie met een bepaald type instrumentarium en digitaal kaartmateriaal. De ILT-Luchtvaartautoriteit gaat deze problematiek verder onderzoeken en kijken of bronmaatregelen mogelijk zijn.
Rotterdam The Hague Airport
De geluidsnormen zijn niet overschreden bij Rotterdam The Hague Airport. In gebruiksjaar 2025 zijn 1.088 nachtvluchten op de luchthaven uitgevoerd. Dat zijn 174 nachtvluchten minder dan in 2024. Dit komt grotendeels door een afname in het aantal nachtvluchten door de commerciële luchtvaart. Bij 701 vluchten (64%) van alle nachtvluchten ging het om spoedeisende hulpverlening. 7 nachtlandingen zijn nader onderzocht; in alle gevallen voldeed de landing aan 1 van de toegestane uitzonderingscriteria van de Omzettingsregeling. Op de luchthaven is incidenteel gebruik door militaire luchtvaartuigen toegestaan. Er waren 213 militaire vluchten, waarvan 4 in de nacht plaatsvonden.
De ILT-Luchtvaartautoriteit onderzocht 374 afwijkingen van vertrekroutes. In 2 gevallen was het vliegtuig van de vertrekroute afgeweken zonder dat daarvoor opdracht was gegeven door Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). Hiervoor kregen de betreffende maatschappijen een waarschuwingsbrief. In de overige gevallen ging het om routeafwijkingen als gevolg van instructies van de luchtverkeersleiding.
Staat van de Luchtvaart
De belangrijkste resultaten van het toezicht door de ILT-Luchtvaartautoriteit worden ook opgenomen in de Staat van de luchtvaart. Deze wordt in de 1e helft van 2026 aangeboden aan de Tweede Kamer door de minister van Infrastructuur en Waterstaat.