De Autoriteit woningcorporaties (Aw) houdt op basis van de Woningwet toezicht op woningcorporaties, het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het corporatiestelsel als geheel.

Woningwet

De Woningwet trad in werking op 1 juli 2015. De 1e grote wijziging van de Woningwet was op 1 juli 2017. De laatste grote wetswijziging was op 1 januari 2022, naar aanleiding van de evaluatie van de Woningwet.

Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv)

In het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) zijn de spelregels voor woningcorporaties uitgewerkt. Het gaat bijvoorbeeld over regels over de toelatingen, rechtsvormen, organisatie van corporaties, het bestuur en de financiering. Maar ook over regels voor verkoop van vastgoed.

Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (Rtiv)

In de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting (Rtiv) zijn de Woningwet en het Btiv verder uitgewerkt. Deze ministeriële regeling bevat onder andere regelgeving voor de boekhouding van corporaties.

HUF-toetsen

Voor nieuwe wet- en regelgeving voert de Aw HUF-toetsen uit. Hierbij controleert de Aw op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid.

Aanwijzingen op basis van de Woningwet

In bijzondere gevallen kan de minister van VRO de Aw vragen om wet- en regelgeving niet (volledig) toe te passen. Hiervoor geeft de minister dan een aanwijzing op basis van de Woningwet.

Wet goed verhuurderschap

De Aw houdt toezicht op artikel 2 en 3 van de Wet goed verhuurderschap.

De wet bepaalt dat woningcorporaties:

  • Op geen enkele manier aan woondiscriminatie mogen doen.
  • Op geen enkele manier intimideren.
  • De huurovereenkomst schriftelijk vastleggen.
  • Huurders schriftelijk informeren.
  • Maximaal 2 maanden kale huur als waarborgsom vragen.

De Aw betrekt de vereisten van de Wet goed verhuurderschap bij het toezicht op de governance van woningcorporaties. Zij behandelt individuele klachten van huurders niet. Meer hierover leest u in de veelgestelde vragen over woningcorporaties.