Ieder luchtvaartuig moet worden onderhouden volgens een voor dat luchtvaartuig geldend onderhoudsprogramma, Aircraft Maintenance Programme (AMP).

Onderhoudsprogramma

Een onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen bevat instructies over wanneer welke onderhoudstaak moet worden uitgevoerd om het luchtvaartuig luchtwaardig te houden. De aanbevelingen van de houder van het ontwerp (Design Approval Holder) zijn hierbij maatgevend. Het gaat alleen om het geplande onderhoud.

Deze instructies bestaan uit:

  • Taakbeschrijving.
  • Interval of uiterste termijn.
  • Eventuele drempelwaarde voor de interval.
  • Verwijzing naar de uitvoeringsinstructie.
  • Verwijzing naar de bron.

Daarnaast bevat het onderhoudsprogramma instructies voor het gebruik ervan en eventuele randvoorwaarden.

Eisen onderhoudsprogramma

Een onderhoudsprogramma moet voldoen aan nationale of Europese eisen.

Luchtvaartuigen waarvoor nationale regels gelden, zijn te verdelen in:

  • Luchtvaartuigen met een ICAO-Standaard Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL).
  • Overige luchtvaartuigen.

Luchtvaartuigen waarvoor Europese regels gelden, zijn te verdelen in:

  • Complexe luchtvaartuigen met een EASA-Standaard Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) (Part-M luchtvaartuigen).
  • Eenvoudige en lichte luchtvaartuigen met een EASA-Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) voor niet-commercieel vervoer (Part-ML luchtvaartuigen).

Alternatief onderhoud

Bij het afwijken van de instructies van de houder van het ontwerp is er sprake van alternatief onderhoud. Alternatief onderhoud kan bestaan uit (een combinatie van):

Inhoudelijke afwijkingen over de uitvoering van een onderhoudstaak vallen buiten het onderhoudsprogramma. Als onderhoudsbedrijven de onderhoudsinstructies willen aanpassen, moeten zij dit doen volgens de regels in 145.A.45(d).

Eisen alternatief onderhoud