Wilt u tijdelijk een object plaatsen van 100 meter boven NAP of meer? Dit kan dit risico’s opleveren voor het vliegverkeer. De luchtvaartautoriteit van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-Luchtvaartautoriteit) vraagt u daarom dringend om het object vooraf te melden. Lees wanneer u moet melden, wat u daarvoor nodig heeft en wat er met uw melding gebeurt.

Wanneer melden

Melden is niet altijd nodig. Beantwoord een aantal vragen in de keuzehulp bij plaatsing van hoge objecten om te weten wat voor u verplicht is. En maak alleen een melding bij de ILT-Luchtvaartautoriteit als de keuzehulp dat adviseert. U komt via de keuzehulp bij het juiste meldformulier.

Voorbeelden van hoge objecten zijn een gebouw, hoogspanningsmast, hijskraan, tijdelijke kraan, windturbine of zendmast. 

Maak de melding ruim voordat het object geplaatst wordt..

Bijlagen

Verzamel de volgende informatie voordat u start met uw melding:

  • Maximale hoogte van het object.
  • Aantal en type obstakellichten, lichtkransen en markeringen.
  • Coördinaten (WGS84 of RD) van de precieze plek waar u het object neerzet.
  • Hoogte van het maaiveld op deze plek boven NAP of onder NAP.
    Deze hoogte kunt u opzoeken in de AHN Viewer.

Zorg voor de volgende bijlagen:

  • Minimaal 1 tekening van het zijaanzicht van het object.
  • Minimaal 1 topografische kaart of luchtfoto van de precieze plek.

Melden

Meld het object met het formulier 'Melding luchtvaartobstakels van 100 meter en hoger'.

Start melding

Na uw melding

  1. U krijgt een ontvangstbevestiging via e-mail. Daarin staat het registratienummer en een link naar uw melding, voor als u deze wilt aanpassen. 
  2. De ILT-Luchtvaartautoriteit neemt uw melding in behandeling. Is uw melding duidelijk en volledig? Dan ontvangt u verder geen bericht.
  3. De ILT-Luchtvaartautoriteit informeert Luchtverkeersleiding Nederland. Zo is het vliegverkeer op de hoogte.