Werkinstructie vervoer drugsafval

Regelmatig verschijnen er in het nieuws berichten over gedumpt drugsafval. Criminelen laten dat afval  bijvoorbeeld achter in een illegaal laboratorium, langs de kant van de weg of in het bos. Overheden zoals gemeenten, waterschappen en provincies kunnen transportbedrijven opdracht geven om dat afval naar een bedrijf te brengen dat deze stoffen verzamelt. Omdat het drugsafval vaak uit gevaarlijke stoffen bestaat, moet het vervoer ervan op een veilige manier gebeuren. Aangezien het niet bekend is welke gevaarlijke stoffen dit zijn en het daardoor vrijwel onmogelijk is dit volledig volgens de wet te vervoeren heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport een werkinstructie voor bedrijven geschreven die met het transport te maken krijgen.

De ILT houdt toezicht op het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daar valt het vervoer van drugsafval ook onder. Tot 1 september 2019 treedt de ILT waarschuwend op. Daarna kan de ILT verbaliserend optreden.

Europese overeenkomst
De voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg staan in een Europese overeenkomst, het ADR (Accord européen relatief au transport international de marchandises Dangereuses par Route). Het ADR is onderdeel van de Nederlandse VLG (reglement voor het Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen). De Wvgs (Wet vervoer gevaarlijke stoffen) vormt de basis van de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. In de werkinstructie staan verwijzingen naar onder meer secties uit de Wvgs, de VLG en het ADR. Als u deze opzoekt, vindt u de wettelijke tekst die hoort bij deze verwijzingen. 

Hieronder vindt u de werkinstructie in beknopte vorm. De officiële versie met begeleidende brief kunt u ook downloaden

Beknopte werkinstructie voor bedrijven die onbekende chemicaliën vervoeren van dumpingen of uit illegale laboratoria

Als onbekende chemicaliën worden aangetroffen afkomstig van dumpingen of uit illegale laboratoria, gelden de volgende voorwaarden:

1.           Bedrijven (zoals verpakkers, vervoerders, et cetera) die de werkzaamheden gaan uitvoeren moeten volgens sectie 1.8.3 van het ADR een veiligheidsadviseur benoemd hebben. De in sectie 1.8.3.2 van het ADR genoemde uitzonderingen gelden daarbij niet;

2.           de chauffeur moet een geldig certificaat hebben (zoals  bedoeld in sectie 8.2.2.8 van het ADR);

3.           al het personeel, inclusief de chauffeur, moet volgens sectie 1.3 van het ADR, de juiste opleiding hebben gevolgd voor het op een veilige manier omgaan met chemicaliën. Door deze opleiding kent het personeel veilige handeling- en noodprocedures. Bij de werkgever kan nagegaan worden of het personeel over de juiste opleiding beschikt;

4.           de verpakkingen moeten gesloten zijn. Verpakkingen die niet kunnen worden gesloten, moeten worden geplaatst of worden overgepompt in verpakkingen die wel gesloten kunnen worden.  Dit geldt ook voor lege verpakkingen;

5.           lege (delen van) verpakkingen die  niet kunnen worden gesloten en waar nog resten van chemicaliën in of aan zitten, kunnen ook worden vervoerd als UN nummer 3509 met alle daarbij in het ADR behorende eisen (de eerdergenoemde veiligheidsadviseur weet welke eisen worden bedoeld);

6.           verpakkingen moeten worden geplaatst in laadeenheden of in (over)verpakkingen (bakken, zakken etc.). Deze moeten bestand zijn tegen vloeistoffen en chemicaliën en moeten voldoen aan sectie 4.1.1.2 van het ADR. De verpakkingen moeten ook groot genoeg zijn om bij lekkage al het stof op te vangen. Verpakkingen met vloeistoffen moeten met de openingen naar boven worden geplaatst en mogen niet boven de gebruikte (over)verpakkingen uitsteken;

7.           deze (over) verpakkingen en de hierin geplaatste verpakkingen moeten op de juiste manier in het voertuig zijn vastgezet volgens sectie 7.5.7.1 van het ADR;

8.           drukhouders (cilinders, gasflessen) moeten rechtop worden vervoerd. Als de kranen van de drukhouders niet beschermd zijn, dan moeten aanvullende maatregelen worden genomen om deze te beschermen. De drukhouders moeten ook volgens sectie 7.5.7.1 van het ADR worden vastgezet;

9.           het voertuig moet altijd worden voorzien van oranje borden;

10.         op het voertuig zijn brandblussers aanwezig. Deze moeten voldoen aan de voorwaarden volgens sectie 8.1.4 van het ADR;

11.         volgens sectie 5.4.0.1 van het ADR  moet een vervoersdocument worden opgesteld. Daarop staat:

o            de afzender (naam, adres en woonplaats  van degene die opdracht geeft voor het transport + naam en telefoonnummer van de contactpersoon);

o            de ontvanger (naam, adres en woonplaats waar het afval naartoe gaat);

o            het adres van laden (of de GPS-coördinaten);

o            de eventuele plaats van tussenstop (zie punt 15);

o            het aantal en soort verpakkingen;

o            de tekst “Afval van onbekende chemicaliën”; en

o            de geschatte hoeveelheid. Daarbij moeten de vaste stoffen (in kilogrammen) en de vloeistoffen (in liters) apart worden vermeld;

12.         de vervoerder moet een afschrift van dit vervoersdocument minimaal één jaar bewaren;

13.         op alle plaatsen waar de laadruimte te betreden is, moet een etiket met het opschrift  “Voorzichtig betreden: Afval van onbekende chemicaliën” worden geplaatst. De letters moeten ten minste 25 mm hoog zijn;

14.         in het voertuig mag zich alleen lading bevinden die afkomstig is van of gebruikt is bij dumpingen/ruimingen;

15.         dit vervoer geldt alleen vanaf de vindplaats van de chemicaliën naar een in Nederland gevestigde inzamelaar/verwerker met de juiste vergunning. Dit moet een direct transport zijn zonder dat er wordt gestopt.  Als er  toch gestopt moet worden vanwege de wettelijke rij- en rusttijden dan  mag dat alleen binnen een afgesloten inrichting.  Deze moet hier wel voor geschikt zijn.  Dat geldt ook als de inzamelaar/verwerker is gesloten. De locatie waar is gestopt moet op het vervoersdocument, genoemd in punt 11, worden vermeld;

16.         tijdens het transport moeten bebouwde kommen volgens artikel 19 Wet vervoer gevaarlijke stoffen, worden vermeden;

17.         vervoer over het zoute veer (Artikel 7 van de VLG) moet worden overlegd met de betreffende rederij. Aan dit transport kunnen door de betreffende rederij extra eisen worden gesteld;

18.         vervoer over de pont (Artikel 8 van de VLG) is verboden; en

19.         incidenten die onderweg gebeuren, moeten meteen aan de ILT gemeld worden via telefoonnummer 088-4890000.

Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met het de ILT.