Vanaf 21 mei 2026 worden kennisgevingen beoordeeld op basis van de herziene EVOA (Verordening (EU) 2024/1157). Voor overbrengingen van afvalstoffen die verwijderd worden gelden volgens artikel 11 van de EVOA strengere voorwaarden.

De kennisgever moet het volgende aantonen:

  • De afvalstoffen kunnen niet op technisch en economisch haalbare wijze nuttig worden toegepast, of moeten worden verwijderd op grond van wettelijke verplichtingen.
  • De afvalstoffen kunnen in het land van herkomst niet op technisch en economisch haalbare wijze worden verwijderd.
  • De overbrenging is in overeenstemming met de afvalhiërarchie en de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening.

Voldoet de overbrenging aan deze voorwaarden? Hieronder wordt uitgelegd hoe de kennisgever dat kan aantonen.

Niet economisch haalbaar

In ‘Gebruik van het kostencriterium’ van het Circulair Materialenplan (CMP) wordt bepaald in welke gevallen afgeweken kan worden van een minimumstandaard vanwege te hoge verwerkingskosten. 

De kennisgever kan met verklaringen, zoals een offerte aantonen dat een verwerking economisch niet haalbaar is. De offerte moet afkomstig zijn van bedrijven die vergund zijn om het over te brengen afval te verwerken. 

Wanneer er meerdere bedrijven in Nederland actief zijn die dit afval volgens de voorgeschreven wijze kunnen verwerken, is het voldoende om bewijsstukken te leveren van tenminste 2 van deze bedrijven. De 2 bedrijven morgen niet bij hetzelfde concern horen. Uit deze verklaringen moet duidelijk blijken dat de alternatieve verwerking onevenredig duurder is dan de verwerking waarvoor in de kennisgeving is aangevraagd.

Niet technisch haalbaar

De verwerking van een afvalstof kan om uiteenlopende redenen technisch niet haalbaar zijn.

Zo kan de samenstelling van het afval de voorgeschreven verwerkingsmethode onmogelijk maken. Dit kan de kennisgever bewijzen door verklaringen van bedrijven te overhandigen, die aantonen dat de verwerking technisch niet haalbaar is door de samenstelling van het afval.

Als er meerdere bedrijven in Nederland actief zijn die dit afval volgens de voorgeschreven wijze kunnen verwerken, is het voldoende om bewijsstukken te leveren van tenminste 2 van deze bedrijven. De 2 bedrijven mogen niet behoren tot hetzelfde concern.

Een andere reden kan zijn dat in de verwerkingscapaciteit in Nederland ontoereikend is. Om dit aan te tonen, overhandigt de kennisgever een verklaring waarin de ontoereikende verwerkingscapaciteit onderbouwt wordt. Deze verklaring is met voorkeur afkomstig van een brancheorganisatie, afvalvereniging of een overheidsinstantie. 

Wettelijke verplichtingen

Als de betreffende afvalstof op basis van wettelijke verplichtingen moet worden verwijderd, geeft de kennisgever aan welke wettelijke verplichtingen dit zijn. Wanneer de reden een verontreiniging met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) is, wordt dit onderbouwd met een representatieve analyse van de over te brengen afvalstof.

Afvalhiërarchie, nabijheidsbeginsel, zelfvoorziening

De kennisgever overhandigt een verklaring waarin hij onderbouwt dat de overbrenging en de verwerking voldoen aan de afvalhiërarchie, het nabijheidsbeginsel en de zelfvoorziening.