De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in 2018 een signaal gestuurd naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over onduidelijkheid van de toepasbaarheid van een Europese geharmoniseerde norm NEN-EN 1090-1 voor stalen en aluminium dragende constructieve onderdelen. De vraag is of een fabrikant een constructieve stalen dan wel metalen constructie moet voorzien van CE-markering nadat deze de fabriek verlaat als contractueel is vastgelegd dat hij ook de montage op de bouwplaats verzorgt. Uiteindelijk heeft de Europese Commissie hierover een standpunt ingenomen, dat consequenties heeft voor het toezicht door de ILT in een dergelijk specifieke situatie.
Standpunt en gevolgen voor het toezicht
De Europese Commissie heeft het volgende standpunt ingenomen (juni 2018):
“Indien een bouwproduct (bv. een metalen constructie) door dezelfde economische actor wordt vervaardigd en in het bouwwerk (bv. een gebouw) wordt verwerkt, vindt tussen de fabricage‐ en de inbouwfase geen transactie of eigendomsoverdracht van dat product plaats. De Commissie herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 1 van Verordening (EU) nr. 305/2011 (de bouwproductenverordening — „CPR”), in die verordening voorwaarden voor het in de handel brengen of op de markt aanbieden van bouwproducten zijn vastgesteld. In deze bijzondere omstandigheden en bij gebrek aan nadere informatie die op het tegendeel
wijst, lijkt de CPR niet van toepassing te zijn.”
Op basis hiervan heeft de ILT besloten dat, in een identieke situatie zoals hierboven beschreven, zij het standpunt van de Commissie zal volgen en af zal zien van handhavend optreden, indien er geen CE markering op de stalen constructie is aangebracht.
Het niet handhavend optreden door de ILT heeft alleen betrekking op de hierboven beschreven marktactiviteit. Het betekent niet dat de ILT in zijn geheel niet meer toeziet op de NEN-EN 1090-1. In alle andere gevallen is het voor de ILT duidelijk dat metalen constructieve onderdelen en bouwpakketten onder het toepassingsgebied van de NEN-EN 1090-1 vallen. De ILT kan bij bedrijven die in deze bouwproducten handelen een inspectie uitvoeren, waarbij de ILT zal nagaan of zij zich houden aan de verplichtingen van de
Europese Verordening bouwproducten. Mocht dit niet het geval zijn dan kan de ILT overgaan
tot het opleggen van een maatregel.
De ILT is van mening (hetgeen wordt onderschreven door de Europese Commissie) dat het adverteren of aanbieden van een product via een website of andere vorm van communicatie gericht op de Europese markt valt onder de definitie van het product aanbieden op de uniale markt. Zodra er reclame wordt gemaakt voor een staalconstructie gaat de redenatie van de Europese Commissie in het hierboven geschreven standpunt dus niet op en zal de staalconstructie voorzien moeten worden van CE markering.
Het standpunt van de Europese Commissie gaat alleen op voor producten vallend onder de scope van de norm EN 1090 en geldt niet voor andere producten vallend onder de werkingssfeer van de CPR.
De ILT ziet alleen toe op de Verordening bouwproducten. Constructies die onderdeel gaan uitmaken van een bouwwerk, moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Hier ziet de gemeente op toe.
Vragen en antwoorden
De Europese commissie geeft in vraag 31 van de FAQ invulling aan het antwoord op deze vraag.
Als een staalconstructie en/of stalen onderdeel vallende onder het toepassingsgebied van de norm EN 1090-1 in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, wordt verstrekt met het oog op distributie of gebruik op de uniale markt (art. 16 van de CPR), dan zal deze voorzien moeten worden van CE markering. Het doet daarbij niet ter zake of het bouwproduct door de fabrikant zelf of door derden wordt gemonteerd. Tenslotte de staalconstructie is verkocht met als doel te worden gebruikt door de eindgebruiker (paragraaf 2.2. van de Blue Guide).
Volgens artikel 5 mag, indien uniale of nationale bepalingen er niet toe verplichten de essentiële kenmerken aan te geven alleen worden afgezien van het opstellen van een prestatieverklaring als aan alle onder 5a gestelde voorwaarden wordt voldaan:
- Het bouwproduct is afzonderlijk of als maatwerk vervaardigd.
- Het bouwproduct is vervaardigd in een niet-serie-matig productieproces.
- Het bouwproduct is vervaardigd in antwoord op een specifieke bestelling.
- Het bouwproduct in één enkel geïdentificeerd bouwwerk is geïnstalleerd door een fabrikant die verantwoordelijk is voor de veilige verwerking van het product in de bouwwerken, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels en onder de verantwoordelijkheid van diegenen die conform die regels als verantwoordelijken voor de veilige uitvoering van de werken zijn aangewezen.
In Nederland worden wettelijke eisen gesteld aan stalen constructies en/of stalen onderdelen, welke vallen onder het toepassingsgebied van EN 1090-1. Hiermee wordt niet voldaan aan de eerste voorwaarde en kan de uitzonderingsregel onder art. 5 niet van toepassing zijn.