Alle exploitanten van buisleidingen hebben de 'bijna-incidenten' die zij in 2012 in hun bedrijf hebben geconstateerd, gemeld en toegelicht. Ruim de helft van de 151 gerapporteerde geval­len werd veroorzaakt door onvoldoende communicatie binnen de eigen organisatie of door onduidelijke afspraken met het bedrijf dat graafwerkzaamheden in de buurt van een buislei­ding ging verrichtten. 

Inzicht in de oorzaken van bijna-incidenten is essentieel voor het verhogen van de veiligheid. In­formatie, analyses en conclusies naar aanleiding van dergelijke voorvallen kunnen bedrijven in hun PDCA-cyclus (plan, do, check, act) benutten om het veiligheidsniveau te optimaliseren. Deze werk­wijze sluit goed aan bij de zorgplicht en continue verbetering van de veiligheidssituatie zoals be­oogd door zowel het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de eigen branchenorm (NTA- 8000:2009). Hoe bedrijven leerpunten uit (bijna) incidenten benutten, is een vast aandachtspunt bij de audits die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bij individuele exploitanten uitvoert. 

Hoofdoorzaken bijna-incidenten in 2012. Soms zijn meerdere oorzaken per incident gemeld. Deze grafiek weergeeft alleen de zwaarstwegende oorzaak.

Rapportage 2012

Terwijl een groot deel van de exploitanten aangeeft geen bijna-incidenten te hebben gehad, rapporteren enkele andere exploitan­ten relatief veel voorvallen. Dit verschil lijkt verklaarbaar als het aantal meldingen wordt afgezet tegen de lengte van het geëxploiteer­de buizennet. 
Anticiperend op de verbreding van de wer­kingssfeer van het Bevb met 'overige stoffen', meldde een aantal exploitanten ook de bijna-incidenten alvast aan ILT. 

Bevindingen

  1. Onvoldoende communicatie en onduidelijke afspraken tussen de grondroerder (graver) en de leidingexploitanten veroorzaken te­zamen de helft van de gemelde (bijna-)in­cidenten. Een concreet en vaak genoemd voorbeeld is de afwezigheid van toezicht, terwijl dat wel was afgesproken. Informa­tiegebrek, in de vorm van bijvoorbeeld on­bekendheid met de ligging van leidingen al dan niet in combinatie met onzorgvuldig graven wordt ook veel genoemd door ex­ploitanten. 
  2. Het ontbreken van een melding van voorgenomen graafwerkzaamheden (een KLIC-melding) is een vaak voorkomende oorzaak van  bijna-incidenten. Als de grond­roerder zijn intenties niet duidelijk maakt, kan de leidingexploitant geen actie onder­nemen ter voorkoming van bijna-inciden­ten. 
  3. Afgezet tegen alle KLIC-meldingen is het aantal bijna-incidenten door graafwerkzaamheden bij buisleidingen gering (0,2%). Er komt bijna geen (persoonlijk) letsel voor.
  4. Een juist uitgevoerde KLIC-melding is op zichzelf geen garantie dat een incident uitblijft. Bij 7% van de bijna-incidenten is onzorgvuldig graven de belangrijkste reden.

Toezicht

Het resultaat van de meldingen wordt aan de orde gesteld bij de periodieke audits van de ILT. De komende jaren zal op basis van de meldingen en analyses daarvan een beter beeld ontstaan per exploitant.  

Uiteindelijk is het vooral het optimaliseren van de PDCA cyclus door de exploitant dat centraal staat.  Als deze zijn eigen verantwoordelijkheid optimaal waarmaakt uit oogpunt van veiligheid, heeft hij daar ook bij het toezicht profijt van met bijvoorbeeld een lagere toezichtfrequentie. 

De ILT werkt samen met het Agentschap Telecom (AT) en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Met de informatie uit de ontvangen meldingen kan het aantal bijna-incidenten de komende jaren mogelijk verder worden teruggedrongen.