Vergeleken met de 2 voorgaande rapportagejaren zet de lichte daling van het aantal bijna-incidenten bij buisleidingen in 2013 door. Anticiperend op hun rapportageplicht gingen dit jaar vrijwel alle beheerders van de leidingen voor 'overige stoffen' in op het verzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) om inzage te geven in de gegevens. 

Van 36 exploitanten (22 gas en olie, 14 overige stoffen) zijn de gegevens van het jaar 2013 vóór de wettelijke rapportagedatum ontvangen. Veertien exploitanten geven aan dat er bij hen sprake is geweest van bijna-incidenten. Het aantal meldingen varieerde van 1 tot 74 keer. Deze uiteenlopende aantallen hangen samen met de hoeveelheid leidingkilometers die de verschillende exploitanten in beheer hebben. 

Lichte daling

In 2013 registreerden de exploitanten 143 bijna­-incidenten. In 13 gevallen resulteerde het voorval in geringe (coating-) schade, bij de overige bijna-incidenten trad geen schade op. In 2011 en 2012 meldden de exploitanten respectievelijk 160 en 151 bijna-incidenten. 

Relatief weinig bijna-incidenten

In verreweg de meeste gevallen zijn werkzaam­heden door derden de belangrijkste oorzaak voor bijna-incidenten. Voordat werkzaamheden mogen plaatsvinden, moet een zogenaamde KLIC­melding worden gedaan. Inzicht in dergelijke meldingen geeft daarom een redelijke indicatie van de hoeveelheid werkzaamheden rond of in de buurt van buisleidingen. 

Het aantal KLIC-meldingen is fors toegenomen van rond 70.000 meldingen in 2011 en 2012 tot bijna 84.000 in 2013. Ondanks de grotere 'drukte' in de omgeving van de leidingen is het aantal incidenten dus gedaald. 

Bij 55% van deze meldingen betrof het werk­zaamheden boven of nabij leidingen, waarbij de leidingbeheerder nadere werk-afspraken maakt en eventueel ook zelf toezicht houdt. Vergeleken met het grote aantal KLIC-meldingen blijft de hoeveelheid bijna-incidenten relatief gering. 

Hoofdoorzaak bijna-incidenten 2013

Oorzaken top 3

De exploitanten geven in hun rapportages aan wat naar hun mening de hoofdoorzaak van de near-miss is geweest (meestal is sprake van een combinatie van oorzaken). Vanaf het begin wordt de lijst van hoofdoorzaken in verschillende volgorde aangevoerd door: 

  • Geen KLIC-melding
  • Onzorgvuldig graven
  • Communicatiefout

Toezicht

Aan de hand van 3 jaar informatie over bijna-­incidenten, kan de IL T zijn rol als toezichthouder scherper invullen. Daarmee kan de IL T bijvoor­beeld beter inschatten of het opvallend is dat een exploitant (bijna) nooit incidenten meldt. Is dat volledig verklaarbaar door bijvoorbeeld het beperkte aantal leidingkilometers en door de geografische ligging van de leidingen? Of spelen ook organisatorische redenen een rol? Voorzien bijvoorbeeld de bedrijfsprocessen er in voldoende mate in dat de registratie van en de vervolgacties bij incidenten systematisch en gestructureerd worden uitgevoerd? 

Rapportageplicht

Sinds het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in 2011 in werking is getreden, verstrekken de beheerders van buisleidingen aan de ILT
jaarlijks een overzicht van de ongewone voorvallen en bijna-incidenten. Voor de exploitanten van hoge druk gasleidingen en olieproducten is  zo’n overzicht verplicht. Anticiperend op hun rapportageplicht gingen vrijwel alle beheerders van de leidingen voor ‘overige stoffen’ in op het verzoek van de ILT om inzage te geven in de gegevens.
 

Leren van incidenten

In enkele gevallen ontstaat schade, bijvoorbeeld aan de coating vanwege graafwerkzaamheden. Altijd geldt dat partijen leren van (de toedracht van) het incident om de kans op herhaling te verminderen en daarmee het risico verder te beperken.