De sanering van knelpunten bij gasleidingen is onder controle. Bij nagenoeg alle knelpunten zijn de wettelijk voorgeschreven maatregelen vóór 1 januari 2014 genomen. In enkele gevallen is de afronding van de sanering vertraagd, onder meer omdat de medewerking van derden en de daarmee samenhangende afstemming meer tijd vergt.
Een groot deel van het transport van gevaarlijke stoffen verloopt ondergronds. In zo'n 18.000 kilometer buisleiding worden gas, olie(-producten) en overige gevaarlijke stoffen onder hoge druk (meer dan 16 bar) verplaatst. Vergeleken met het transport over de weg of over het water is het een veilige manier van transporteren. De kans op een incident is naar verhouding klein, maar het effect op mens en milieu kan heel groot zijn. Daarom werken betrokken partijen continu aan het vergroten van de veiligheid rondom de leidingen. Exploitanten van gasleidingen (ongeveer 12.000 km) moesten op 1 januari 2014 waar nodig risicobeperkende maatregelen hebben getroffen om veiligheidsknelpunten te saneren.
Knelpuntsanering
Bij nagenoeg alle knelpunten zijn afdoende maatregelen getroffen. Op enkele locaties worden de werkzaamheden later uitgevoerd, omdat exploitanten voor de uitvoering van de maatregelen afhankelijk zijn van derden. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan dat proces niet bespoedigen, maar blijft de voortgang op de betreffende locaties volgen. Van een onaanvaardbaar risico is hier geen sprake. Met de genomen maatregelen voldoen de exploitanten van gasleidingen aan de veiligheidsnormen, zoals die wettelijk zijn vastgelegd. De externe veiligheid rond gasleidingen is daarmee daadwerkelijk vergroot. De ILT zal de komende jaren blijven volgen of de maatregelen bestendig zijn en blijvend worden nageleefd.
Oplossingen
Wettelijk is vastgelegd welke maatregelen kunnen worden genomen en welk effect die hebben op de risicoberekening. De meest toegepaste maatregelen zijn:
- Het ingraven van beschermplaten boven de leiding (beton of kunststof, meestal 3 meter breed).
- Het ingraven van een waarschuwingslint boven de leiding (kunststoflint van 40 cm breed en 3 mm dik).
- Het verlagen van de druk in de leiding.
- Het zorgen voor extra begeleiding en toezicht als er een graafmelding wordt gedaan.
- Het sluiten van een overeenkomst met de grondeigenaar, waarin wordt vastgelegd dat de grond niet of beperkt mag worden bewerkt.
Risicocontouren
De nieuwe risicocontouren worden vastgelegd in het risicoregister, zodat voor iedereen zichtbaar is waar de contouren liggen. Gemeenten moeten bij wijzigingen van het bestemmingsplan rekening houden met de nieuwe contouren. Een goede afstemming tussen gemeenten en exploitanten is daarvoor cruciaal. In de praktijk blijkt dat niet altijd vlekkeloos te verlopen, zowel van de zijde van de exploitanten als van de gemeenten. Het toezicht van de ILT lijkt een stimulerende invloed te hebben gehad op de communicatie tussen partijen.