Met deze notitie wordt ingegaan op het vraagstuk hoe om te gaan met cursisten die een herhalingstraining Basic Training (BT), Proficiency in Survival Craft and Rescue Boat (PSCRB), Advanced Fire Fighting (AFF) en/of Fast Rescue Boat (FRB) willen volgen kort voor het vervallen van een of meerdere van de betreffende certificaten (CoPs) of van wie een of meerdere van de betreffende certificaten (CoPs) zijn verlopen.
Versie 1.0, d.d. 26 november 2019
Beschrijving van de regeling
Hieronder volgt de beschrijving van de regeling voor het volgen van een herhalingstraining BT, PSCRB, AFF en/of FRB kort voor het vervallen van een of meerdere van de betreffende certificaten (CoPs) of wanneer deze zijn verlopen.
Bij herhalingstrainingen die binnen 6 maanden voorafgaand aan de verloopdatum van een certificaat (CoP/bekwaamheidsbewijs) worden gevolgd, wordt de afgiftedatum van het nieuwe certificaat (CoP/bekwaamheidsbewijs) gezet op de vervaldatum van het vorige certificaat. De vervaldatum van het oude certificaat (CoP/bekwaamheidsbewijs) komt daarmee 5 jaar na de vervaldatum van het voorgaande certificaat (CoP/bekwaamheidsbewijs)te liggen. De cursist heeft daarmee tijdelijk 2 certificaten, het huidige nog geldige certificaat en het nieuwe certificaatdat geldig wordt bij het vervallen van het voorgaande certificaat.
Toegang tot een herhalingstraining staat open voor:
- Zeevarendenvan wie het betreffende certificaat (CoP) nog geldig is.
- Zeevarendenvan wie het betreffende certificaat is verlopen, maar die aan kunnen tonen dat zij bij aanvang van de cursus voldoen aan de ervaringseisen die gelden voor het vernieuwen van een vaarbevoegdheidsbewijs.
- Zeevaartstudenten van wie als gevolg van een langer studietraject (doorstroom of studievertraging) het betreffende certificaat, dat werd behaald gedurende het studietraject, is verlopen voor het tijdstip van diplomering.
- Voor personen die niet tot de bovengenoemde 3 categorieën horen kan in uitzonderlijke gevallen door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toestemming worden geven voor toegang tot een herhalingstraining.
Om binnen de vijfjaarcyclus van STCW te blijven kan de vervaldatum van het nieuwe certificaat nooit meer dan 5 jaar na de vervaldatum van het oude vervallen certificaat komen te liggen. Hiermee kunnen certificaten gaan worden afgegeven die nog maar kortlopend geldig zijn, aangezien de datum van de initiële training of het vorige toetsingsmoment (de vorige herhalingstraining) leidend blijft.
Achtergrond herhalingstraining
Met de wijziging van STCW in 2010 werd gesteld dat voor het merendeel van de vaardigheden uit de 4 genoemde trainingen het behoud niet meer door vaartijd kan worden aangetoond(vanwege gebrek aanmogelijkheden aan boord om realistisch te oefenen). Voor een klein deel van de vaardigheden is dit echter nog steeds wel toegestaan. Met de 2010-wijzigingen geldt voor de onderdelen EFA (Elementary First Aid) en PSSR (Personal Safety and Social Responsibilities) van BT overigens geheel geen verplichting meer om behoud van vaardigheden vijfjaarlijks aan te tonen. Als behoud van vaardigheid niet meer door vaartijd kan worden aangetoond, komt men uit op toetsing of training, die voor de betreffende vaardigheden nu vijfjaarlijks dient plaats te vinden.
Voor de wijziging van de Standards of Training, Certification and Watchkeeping (STCW) in 2010 en de uiteindelijke volledige implementatie ervan per 1 januari 2017, gold de regel dat behoud van de vaardigheden van BT, PSCRB, FRB en AFF kon worden aangetoond door vaartijd. Dit betrof de eis van 1 jaar vaartijd in de voorgaande 5 jaar zoals die ook geldt voor het in stand houden of verhogen van het vaarbevoegdheidsbewijs (vbb).
Bij de implementatie in Nederland werd met inbrengvan alle betrokken partijen (overheid, sociale partners en trainingsinstituten) afgesproken om niet een situatie te creëren waarbij voor een deel van de 4 trainingen het behoud van vaardigheid doorherhalingstraining (refresher-training) diende te worden afgedekt en voor een deel nog steeds door vaartijd. Er zou dan een verwarrend pallet aan documenten ontstaan, het initiële CoP, bewijzen van herhalingstrainingen bewijzen van vaartijd. Om die reden werd afgesproken dat voor de 4 trainingen in zijn volledigheid herhalingstraining dient plaats te vinden.
Over de inhoud van de herhalingstrainingen werd afgesproken dat de nadruk zou liggen op de vaardigheden waarvan het STCW-verdrag stelt dat deze niet aan boord kunnen worden onderhouden en minder op de vaardigheden die wel aan boord kunnen worden onderhouden en de eerdergenoemde onderdelen EFA en PSSR van BT.
Door de keuze voor een allesomvattende herhalingstraining kan een nieuw CoP worden afgegeven. Daarmee heeft de zeevarende per training ook altijd maar 1 geldig CoP. Door de trainingsinstituten werd in afstemming met de sector een kader ontwikkeld voor zowel aparte als geconsolideerde herhalingstrainingen, dat vervolgens door IVW/ILT werd geaccepteerd. Ook werd afgesproken dat een vaarbevoegdheidsbewijs niet langer als bewijs zou dienen dat aan de trainingsverplichtingen wordt voldaan, om zo te voorkomen dat de looptijd van de CoP de looptijd van het vbb zouden gaan beïnvloeden. Daarmee dient bij aanmonstering en gedurende de gehele reis (de termijn aan boord) de houder van een geldig Nederlands vbb als kapitein of officier ook in het bezit te zijn van geldige certificaten BT, PSCRB en AFF5 en indien van toepassing PFRB. Ook voor overige zeevarenden dienen bij aanmonstering en gedurende de gehele reis een of meerderere van de genoemde 4 certificaten geldig te zijn als relevante taken en verantwoordelijkheden aan hen zijn toegewezen.
Tenslotte dienen, afhankelijk van de bevoegdheid,een of meerdere van de certificaten BT, PSCRB enAFF ook geldig te zijn op het moment van de aanvraag (eerste aanvraag, vernieuwen, ophogen) voor een Nederlands vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, officier of gezel.
Uitgangspunten regeling
Bij de regeling zijn de volgende uitgangspunten in overweging genomen.
- De certificaten BT, PSCRB, AFF en eventueel FRB dienen geldig te zijn bij aanmonstering en gedurende de gehele reis. Op basis hiervan zoumoeten kunnen worden aangenomen dat bijna alle actieve zeevarenden zich inschrijven voor herhalingstraining voordat de certificaten verlopen zijn.
- De afspraken voor toelating tot herhalingstraining in het geval dat een of meerdere certificaten zijn verlopen, zouden in elk geval de volgende 3 categorieën moeten betreffen.
- Zeevarenden van wie het certificaat in hun verlofperiode verloopt voordat zij op training kunnen. Dit omvat ook de gevallen van overmacht zoals ziekte of het komen te vervallen van de cursus waarvoor men stond ingeschreven.
- Zeevarenden die na een onderbreking hun loopbaan aan boord weer willen oppakken.
- Zeevaartstudenten van wie als gevolg van een langer studietraject (doorstroom of studievertraging) het certificaat, dat werd behaald gedurende het studietraject, is verlopen voor het tijdstip van diplomering.
- Bij het tweede punt van de hierboven genoemde categorie 2 zou het alleen personen dienen te betreffen van wie het vbb nog geldig is of op basis van de geldende ervaringseisen weer geldig gemaakt kan worden. Het betreft daarmee niet personen van wie het vbb alleen weer geldig kan worden gemaakt door varen boven de sterkte of bijscholing. Deze personen dienen altijd de initiëletraining(en) te volgen.
- Toegang tot een herhalingstraining dient mogelijk te zijn zonder een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, aangezien geldige certificaten BT, PSCRB en AFF een voorwaarde zijn voor het vernieuwen van een vbb. Voorkomen moet worden dat mensen in een vacuüm komen.
- Het voldoen aan de norm uit hoofdstuk VI van de STCW-code dat behoud van competentie (in Nederland de herhalingstraining) vijfjaarlijks dient te worden aangetoond. Om die reden moetin het geval van een verlopen certificaatde vervaldatum van het nieuwe certificaat te worden gebaseerd op de vervaldatum van het oude certificaat, namelijk de vervaldatum van het oude certificaat plus 5 jaar. Daarmee blijft de door STCW voorgeschreven vijfjaarcyclus in stand.
- Een toestemmingsregeling voor besluitvorming door ILT in het geval van afwijkendeindividuele gevallen dient onderdeel van de afspraken uit te maken.
- Om tijdige inschrijving te stimuleren zou ookgebruikdienen te worden gemaakt van de aanbeveling uit Sectie B-I/11 van de STCW-codedat bij vernieuwing binnen een half jaar voorafgaand aan de vervaldatum van eencertificaat de vervaldatum van het nieuwe certificaat kan worden bepaald op 5 jaar na de vervaldatum van het oude certificaat. (Betreft formeel niet STCW-hoofdstuk VI, maar de casus is dezelfde.)