Extra informatie bij het nieuwsbericht over de beleidsregel kwaliteitseisen brandstoffen naar lage en middeninkomenslanden.
Q&A beleidsregel brandstoffen
1. Wat is een beleidsregel kwaliteitseisen brandstof voor export naar landen met lage en middeninkomens?
In Nederland geproduceerde brandstoffen voor het wegverkeer in Europa (dus ook Nederland) moeten voldoen aan strenge eisen om overmatige luchtverontreiniging te voorkomen. Een belangrijk deel van de bij de Nederlandse terminals geproduceerde brandstoffen gaan naar landen met lage en middeninkomens buiten Europa. Ook deze brandstoffen moeten van voldoende kwaliteit zijn. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft daarom een beleidsregel gepubliceerd die vanaf 15 augustus 2022 van kracht is en eisen stelt aan de hoeveelheid benzeen, zwavel en mangaan in deze brandstof.
2. Waarom is deze beleidsregel er gekomen?
Met de productie van brandstoffen van onvoldoende kwaliteit voldeden brandstofproducenten volgens de ILT niet aan de zorgplicht voor stoffen en mengsels uit de Wet milieubeheer artikel 9.2.1.2. De ILT is bevoegd om op deze zorgplicht te handhaven. Kern van de beleidsregel is dat bedrijven zich inspannen om negatieve gevolgen van hun handelen voor de gezondheid van mens en milieu te voorkomen. Met de introductie van de beleidsregel maakt de ILT concreet op welke manier bedrijven voldoen aan de zorgplicht. Het staat bedrijven overigens vrij om op een andere manier aan te tonen dat ze brandstof op een maatschappelijk verantwoorde manier produceren en exporteren.
Nederland is samen met België de grootste exporteur van benzine naar West-Afrikaanse landen. Deze exportbrandstoffen bevatten hoeveelheden stoffen die direct schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen én het milieu vervuilen. Onderzoek van de ILT uit 2021 had bovendien uitgewezen dat de schadelijke stoffen in brandstoffen katalysatoren van voertuigen kapot maken, met nog grotere negatieve gevolgen voor gezondheid en milieu.
3. Wat is het resultaat in naleving?
Sinds eind mei 2023 leven vanuit Nederland opererende bedrijven de beleidsregel na. De autobrandstoffen die naar landen met lage en middeninkomens worden geëxporteerd zijn daarmee van betere milieu-hygiënische kwaliteit. De gehaltes zwavel, benzeen en mangaanadditief zijn substantieel afgenomen ten opzichte van de situatie van voor 15 augustus 2022. Dat was het moment dat de beleidsregel werd ingevoerd.
4. Wat is het resultaat voor milieu en gezondheid?
In landen met lage en middeninkomens wordt nu vaker gereden met brandstof van een betere kwaliteit. Dit heeft een positief effect op mens en milieu. Nederland is samen met België wereldwijd de grootste producent en exporteur van benzine voor het wegverkeer in West-Afrikaanse landen. Meer dan de helft van alle benzine die in West-Afrika wordt ingevoerd komt uit het ARA-gebied (Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen). De maatregel van de ILT heeft dus grote impact.
5. Kun je nu zeggen dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen?
Sinds eind mei 2023 leven vanuit Nederland opererende bedrijven de beleidsregel na. Wel ontvangt de ILT signalen dat bedrijven de beleidsregel ontwijken door de productie van laagwaardige brandstoffen in andere landen uit te voeren en/of op zee te mengen. De ILT onderzoekt deze signalen waar zij dit zelf kan, en betrekt buitenlandse toezichthoudende autoriteiten waar nodig en mogelijk. De Nederlandse inzet op een gelijk speelveld blijft belangrijk om een waterbedeffect te voorkomen.
Ook ziet de ILT dat verschillende brandstofhandelaren in plaats van mangaan andere metaalhoudende additieven aan export-benzine toevoegen. Bedrijven kunnen tot nu toe geen impact-analyse met de ILT overleggen waaruit blijkt dat deze additieven veilig zijn voor mens en milieu. De ILT onderzoekt de gevolgen zelf en treedt op als hiermee sprake is van een overtreding,bijvoorbeeld als blijkt dat het bijmengen van deze additieven leidt tot onevenredige risico’s voor mens en milieu.
Kortom: Goede naleving in Nederland is geen garantie dat alle vanuit Nederland opererende bedrijven proactief (en wereldwijd) invulling geven aan (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toezicht, handhaving en het bevorderen van een internationaal gelijk speelveld blijft nodig.
6. Hoe wil ILT een eerlijk internationaal speelveld bevorderen?
De ILT deelt informatie met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat over de mogelijkheden een gelijk internationaal speelveld binnen de Benelux Unie te realiseren.
Daarnaast onderhoudt de ILT contact met autoriteiten in West-Afrika waaronder die van Nigeria. Nigeria is de grootste afnemer (importeur) van benzine vanuit het ARA-gebied.
Van belang is dat de ECOWAS-richtlijnen over harmonisatie en verbetering van de kwaliteit van (geïmporteerde) brandstoffen en voertuigen worden ingevoerd. De stap die de ILT heeft genomen is een stimulans voor West-Afrikaanse autoriteiten om de ECOWAS-richtlijnen te implementeren in nationale wetgeving. Andere regio’s in Afrika zijn inmiddels verder dan West-Afrika en hebben of gaan de stap naar een lager gehalte aan zwavel maken.
Ook is de ILT in overleg met andere exporterende landen zoals Noorwegen, Frankrijk en de VS. Onder andere Noorwegen en Frankrijk kennen een wettelijke zorgplicht.
7. Wat behelzen de ECOWAS-richtlijnen?
ECOWAS is het samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen. De ECOWAS commissie heeft de mogelijkheid om richtlijnen op te stellen die vervolgens door de lidstaten zullen worden ingevoerd in nationale wetgeving.
Voor de kwaliteit van brandstoffen om luchtverontreiniging te voorkomen is in 2020 een richtlijn aangenomen met onder meer een maximaal zwavelgehalte van 50 ppm, benzeengehalte van maximaal 1 % en gehalten aan mangaan en ijzer waardoor het toepassen van metaalhoudende additieven vrijwel niet mogelijk is. Zowel hoge zwavelgehalten als metaalgehalten doen de werking van emissie-reducerende-techniek (katalysatoren) teniet. Benzeen is begrensd om overmatige blootstelling aan deze kankerverwekkende stof te voorkomen. Oude(re) auto’s zoals het wagenpark in vele Afrikaanse landen stoten meer benzeen uit dan nieuwe(re) auto’s. Het beperken van het benzeengehalte in benzine is voor Afrikaanse auto’s dus nog belangrijker.
8. Blijft de ILT de sector in de gaten houden?
De ILT blijft de kwaliteit monitoren en krijgt ieder maand inzicht in de kwaliteit van brandstof uitgevoerd door oliebedrijven die vanuit Nederland werken. In geval van strijdigheid met de beleidsregel treedt de ILT handhavend op. Eerder in 2023 constateerde de ILT dat een oliehandelaar bewust partijen benzine maakt met veel te hoge benzeengehaltes. De ILT deelde dit conform de Landelijke Handhaving Strategie informatie met het Openbaar Ministerie. Daarnaast informeerde de ILT Nederlandse en buitenlandse banken met klanten in deze sector over de beleidsregel. Banken moeten in het kader van anti-witwasbeleid borgen dat zij geen activiteiten financieren die in strijd zijn met regelgeving, waaronder de beleidsregel.
9. Wat is de positie van de ILT ten opzichte van eventueel marktverlies?
De ILT verwacht van bedrijven op de eerste plaats dat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen als producent. Een verbetering van de kwaliteit van deze brandstoffen past ook bij de actieve rol die Nederland internationaal wil spelen in de energietransitie en klimaatbeleid. Naast een verbetering van de kwaliteit van deze exportbrandstoffen zet IenW zich ook in voor concurrentie op gelijke basis. Hierover vindt overleg plaats.
Nederland neemt met de beleidsregel als exporterend land haar verantwoordelijkheid voor verbeterde brandstofkwaliteit in West-Afrika. België heeft begin november 2023 aangekondigd een Koninklijk Besluit voor te bereiden. Het ARA-gebied (Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen) is de grootste leverancier van benzine aan West-Afrika. Vergelijkbare regelgeving in België zal, gelet op de omvang van de export vanuit de Antwerpse haven en de verschuiving van benzine-export van Nederland naar België, aanzienlijk bijdragen aan een (Europees) gelijk speelveld en verbetering van de brandstofkwaliteit.
10. Wat zijn de vervolgstappen van de ILT?
Ze blijft de markt volgen en helpt mee te bouwen aan een gelijk speelveld. Na publicatie van de beleidsregel is de ILT de naleving door de Nederlandse oliebedrijven en -handelaren nauwgezet gaan volgen. Op basis daarvan richtte ze haar toezicht in volgens de Landelijke Handhavings Strategie (LHS). De ILT biedt de toezichthouders van de ontvangende landen aan om samen het toezicht effectief in te richten. De ILT kan bedrijven die hun zorgplicht onvoldoende invullen onder meer een last onder dwangsom opleggen.