Dit informatieblad is voor bedrijven die met kleine luchtvaartuigen commerciële vluchten uitvoeren met passagiers, inclusief rondvluchten. Een rondvlucht is een vlucht overdag onder Visual Flight Rules die begint en eindigt op hetzelfde luchtvaartterrein of locatie.

Het gaat om:

  • Eenmotorige propellervliegtuigen met een maximaal startgewicht (MCTOM) van 5.700 kilogram en een passagiersconfiguratie (MOPSC) van ten hoogste 5. 
  • Niet-complexe eenmotorige helikopters met een MOPSC van ten hoogste 5.

Bedrijven die houder zijn van een Air Operator Certificate (AOC) moeten voldoen de EU-verordening nr. 965/2012 en de daarbij gepubliceerde “Acceptabel Means of Compliance” (AMC). 

Als AOC-houder (“exploitant”) moet u zelf via uw Operations Manual uitvoering geven aan de verplichtingen van de verordening. In dit informatieblad kunt u lezen wat de inspectie ten minste van u verwacht om te voldoen aan de wet- en regelgeving. Let op: dit overzicht is uitsluitend bedoeld voor de genoemde (beperkte) doelgroep op grond van een risicoafweging. Het is niet uitputtend en aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

De eisen voor de mentale fitheid van piloten staan in:

  • CAT.GEN.MPA.170 Psychoactieve stoffen, 
  • CAT.GEN.MPA.175 Beoordeling van de psychologische kenmerken en geschiktheid van piloten,
  • CAT.GEN.MPA.215 Ondersteuningsprogramma.

EASA onderzoekt of aanvullende richtlijnen nodig zijn voor kleine bedrijven of kleinere luchtvaartondernemingen. Lees het rapport Evaluation report on the implementation of support programmes, psychological assessment of pilots, and policy on prevention and detection of misuse of psychoactive substances op de website van EASA.

Psychoactieve stoffen

Onder 'Psychoactieve stoffen' wordt verstaan alcohol en drugs of medicijnen met opioïden, cannabinoïden, sedativa en hypnotica, cocaïne, andere psychostimulantia, hallucinogene middelen en vluchtige oplosmiddelen. Koffie en tabak vallen hier niet onder. Piloten en ander personeel met een veiligheidsfunctie mogen geen werk uitvoeren in de luchtvaart als zij onder invloed zijn van psychoactieve stoffen. Maak daarom een beleid voor preventie en detectie.

Volgens nationale wetgeving mogen alleen bevoegde ambtenaren of door de minister aangewezen personen testen op alcohol, drugs en medicijnen. Dat is geregeld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (BAGV) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) . 

Naast deze nationale opsporingsbevoegdheid voor strafbare feiten is er onder Europese regelgeving een veiligheidsverantwoordelijkheid van de exploitant. De EU-verordening nr. 965/2012, artikel CAT.GEN.MPA.170, geeft u als exploitant een verplichting én bevoegdheid om testen op alcohol, drugs en medicijnen bij piloten en ander veiligheidsgevoelig personeel uit te (laten) voeren. Dit in het kader van de vliegveiligheid. Deze verordening (Unierecht) heeft een rechtstreekse werking en heeft voorrang op nationale beperkingen, voor zover die het naleven van Europese veiligheidsverplichtingen zouden belemmeren. 

Neem daarom maatregelen om te voldoen aan de Europese regelgeving op het gebied van luchtvaart, waaronder:

  • Preventie en bewustwording.
  • Detectie van misbruik van psychoactieve stoffen.
  • Het testen en de melding van misbruik.

Leg deze maatregelen vast in uw Operations Manual. Hierna volgt een toelichting op deze maatregelen.

Beleid om misbruik van psychoactieve stoffen te voorkomen

De Arbowet vraagt al om een beleid op te stellen over de arbeidsomstandigheden. U heeft een zorgplicht voor bescherming tegen psychosociale arbeidsbelasting (PSA) en voor veiligheid en gezondheid op het werk aangaande alcohol, drugs en medicijnen (ADM). U kunt dit algemene beleid als basis gebruiken voor uw preventiebeleid.

Het beleid geldt voor al het "veiligheidsgevoelig personeel". Dat zijn personen die de luchtvaartveiligheid in gevaar kunnen brengen als zij hun taken en functies niet naar behoren uitvoeren. Hieronder valt onder andere: vliegtuigbemanning en cabinepersoneel, vliegtuig-onderhoudspersoneel en luchtverkeersleiders. In de praktijk zal het bij kleinere bedrijven voornamelijk gaan over de piloten. Alle piloten die onder de AOC werken vallen onder uw rechtstreekse controle als “exploitant”, zowel eigen werknemers als ingehuurde piloten (ZZP).

Preventie en bewustwording

Geef piloten en ander veiligheidsgevoelig personeel voorlichting over:

  • De effecten van psychoactieve stoffen op personen en op de vliegveiligheid.
  • De procedures binnen de organisatie om misbruik van psychoactieve stoffen te voorkomen.
  • Individuele verantwoordelijkheden met betrekking tot de wetgeving en het beleid.
  • De bijstand verleend door uw organisatie binnen het ondersteuningsprogramma.

Detectie van misbruik van psychoactieve stoffen 

Maak in uw Operations Manual een objectieve, transparante en niet-discriminerende procedure voor de preventie en detectie van misbruik van psychoactieve stoffen. 

Zorg dat een test op psychoactieve stoffen in ieder geval wordt uitgevoerd 
(zie CAT.GEN.MPA.170 en AMC2(b)):

  • Bij indiensttreding of bij inhuur van een piloot of ander veiligheidsgevoelig personeel voor werkzaamheden onder de AOC.
  • Na een redelijk vermoeden van misbruik en na een beoordeling door een persoon binnen de organisatie die is getraind in het detecteren van signalen van misbruik van psychoactieve stoffen.
  • Na een ernstig incident of ongeval, maar alleen als testen mogelijk is gezien de locatie van dit incident of ongeval.

Ook is het mogelijk om op willekeurige momenten piloten of ander veiligheidsgevoelig personeel te laten testen.

Zorg dat binnen uw organisatie 1 of meerdere personen zijn getraind in het vroegtijdig signaleren van mogelijk misbruik van psychoactieve stoffen. Deze personen zijn in staat om hierop te reageren in lijn met uw ADM-beleid en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). 

Hoe eerder duidelijk is dat een piloot of werknemer kampt met problemen, hoe eerder de juiste aanpak en hulp ingeschakeld kan worden. Nadrukkelijk gaat het hier om bedrijfspreventie dat los staat van de controles en testen die worden uitgevoerd door opsporingsambtenaren.

Hierna staat beschreven welke mogelijkheden u heeft om ADM-testen uit te voeren.

Testen op misbruik van psychoactieve stoffen 

U kunt een piloot of werknemer vragen om een zelftest uit te voeren. Zelftesten zijn geen erkende ADM-testen en dienen uitsluitend als een indicatie. Een voordeel van een zelftest is dat u deze als exploitant zelf eenvoudig kunt laten uitvoeren als niet-medische procedure. Andere testmethoden vereisen altijd een procedure door een arts of laboratorium. 

Volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een vrijwillige zelftest alleen toegestaan zonder verwerking van persoonsgegevens. De resultaten mogen niet met de werkgever of anderen worden gedeeld. Worden de testresultaten wel gedeeld of verwerkt? Dan valt de handeling onder de AVG en kan toestemming niet dienen als geldige grondslag. 

  • Het testen op vrijwillige basis mag alleen met instemming van de persoon.
  • De persoon is niet verplicht om aan de test mee te werken.
  • De persoon mag niet onder druk worden gezet om in te stemmen met een test.
  • De persoon mag niet worden benadeeld bij weigering om deel te nemen aan een test. 

Mag u dan toch een test laten uitvoeren? Ja. In dit kader is de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk om redenen van zwaarwegend algemeen belang namelijk ter waarborging van de vliegveiligheid volgens de Europese verordening. Dit valt onder de uitzondering van artikel 9, tweede lid, onder g, van de AVG. Volgens EU-verordening nr. 965/2012 bent u als exploitant immers verplicht om de veiligheidsmaatregel van artikel CAT.GEN.MPA.170 uit te voeren. Dit valt onder uw zorgplicht. Het veiligheidsbelang van de organisatie en de burgerluchtvaart weegt dan zwaarder dan het individuele privacybelang van de piloot of werknemer. 

De piloot of werknemer mag in principe weigeren om een zelftest uit te voeren of om de resultaten met u te delen. Maar u kunt dan niet vaststellen of de betrokkene fit for duty is. U moet dan uit veiligheidsoverwegingen de toegang tot operationele taken weigeren. Dit is geen disciplinaire straf, maar een veiligheidsvoorwaarde voor de uitvoering van de functie. Het gaat om een operationele voorwaarde en het doel is preventie en borging van veiligheid. Hier geldt dat zowel de werkgever als de piloot of werknemer moeten handelen in het belang van veiligheid en gezondheid op de werkvloer volgens de verordening en uw ADM-beleid (artikel 7:611 BW).

Soorten zelftesten

Een zelftest op alcoholgebruik kan via een gecertificeerde blaastest (volgens norm X20702, EN16280/EN15964). Bij alcoholgebruik in de luchtvaart geldt een grens van 0. Hierbij mag de foutmarge niet hoger zijn dan 90 microgram (90 µg) alcohol per liter uitgeademde lucht (0,2‰ of equivalent aan 0,2 gram Blood Alcohol Concentration). 

Voor het zelftesten op drugs bestaan gecertificeerde speekselscreeningstests die een beperkt aantal middelen kunnen opsporen. Deze zelftests worden gebruikt volgens de procedure die bij de bemonsteringskit is meegeleverd. De resultaten zijn niet altijd betrouwbaar. Neem 2 speekselmonsters om zo een meer betrouwbaar resultaat vast te stellen. 

Vermoeden van misbruik van psychoactieve stoffen 

Duiden de resultaten van een zelftest op (mogelijk) gebruik van middelen? Of weigert iemand een zelftest te ondergaan? Verwijs de piloot of werknemer dan zo snel mogelijk door naar een arts voor het afnemen van een erkende ADM-test door een geaccrediteerd laboratorium. Doe dit ook bij een vermoeden van misbruik van andere psychoactieve stoffen.

Een piloot is verplicht om luchtvaart medisch advies in te winnen bij twijfel over de medische geschiktheid (artikel MED.A.020 van EU-verordening 1178/2011). Alleen een geautoriseerde geneeskundige instantie of arts is bevoegd om misbruik van psychoactieve stoffen vast te stellen. Een arts verbonden aan een Aeromedical Centre (AeMC), of een Aeromedical Examiner (AME) mag medische onderzoeken en testen uitvoeren. Zij hebben toegang tot erkende laboratoria. 

Zolang het testresultaat niet bekend is, voert de piloot of werknemer geen werk uit dat betrekking heeft op de luchtvaartveiligheid. Bied hierbij hulp via uw ondersteuningsprogramma.

De testprocedure moet objectief, transparant en niet-discriminerend zijn. De standaard testprocedures moeten de psychoactieve stoffen beschrijven waarop moet worden getest, met inbegrip van de toepasselijke grenswaarden. Het is de verantwoordelijkheid van de exploitant om de vertrouwelijkheid van de testprocedure, de uitkomst en de rapportage te waarborgen.

De piloot of werknemer krijgt de resultaten van de test als eerste. Deze persoon moet uitdrukkelijke toestemming geven voor de verwerking van de eigen persoonsgegevens. Pas na toestemming krijgt de exploitant de resultaten. Geeft de betrokken persoon geen toestemming voor het in kennis stellen van de resultaten van de test? Dan ziet deze persoon in feite af van de mogelijkheid om geschiktheid aan te tonen om taken veilig uit te voeren. Als de veiligheid niet gegarandeerd kan worden, dan mag de persoon niet worden ingezet.

Ondanks het gebruik van zorgvuldige testmethoden is een vals-positieve test niet uit te sluiten. Daarom maakt een interne beroepsprocedure deel uit van de testprocedure. De piloot of de werknemer kan beroep aantekenen en de exploitant vragen om een nieuwe test.

Positief resultaat melden aan de ILT-Luchtvaartautoriteit 

Een positief testresultaat moet u verplicht melden bij de medische beoordelaar van de ILT-Luchtvaartautoriteit. U doet via het formulier Melding positief testresultaat psychoactieve stoffen. Stuur de testresultaten mee als bijlage. Hierin moet de uitslag van het laboratorium staan, de datum, het type test en de aangetroffen stoffen .

Een positieve test door een medisch laboratorium betekent dat de piloot of ander veiligheidsgevoelig personeel tijdelijk ongeschikt is. De medische geschiktheid moet opnieuw worden vastgesteld. Stel een procedure op om een positief geteste piloot of werknemer te schorsen van vliegtechnische- en veiligheidstaken en om hulp te bieden via uw ondersteuningsprogramma. 

Follow-up misbruik van psychoactieve stoffen 

Na de melding houdt de medische beoordelaar, de bevoegde keuringsarts of de medisch specialist een onderzoek. De medische beoordelaar van de ILT-Luchtvaartautoriteit moet opnieuw de medische geschiktheid vaststellen. U kunt dan overwegen om de schorsing op te heffen. Bij revalidatie en terugkeer naar het werk mag u onaangekondigde tests laten uitvoeren als onderdeel van een periodieke medische follow-up. Ook kan uw ondersteuningsprogramma daarbij hulp bieden.

Beoordeling van de psychologische kenmerken en geschiktheid van piloten

Als exploitant beoordeelt u de persoonlijkheid van piloten. U bepaalt of zij geschikt zijn voor de organisatie en de rol als piloot in kwestie. Dit geldt zowel voor eigen werknemers als ingehuurde piloten. De beoordeling moet passen bij de grootte en complexiteit van uw organisatie. 

Bent u een ‘niet-complexe exploitant’ met 20 voltijdse werknemers (fte) of minder? Dan mag u in plaats van een psychologisch assessment een interne bedrijfsbeoordeling uitvoeren. De piloot moet een geldig medisch certificaat hebben. U laat daarnaast een interne beoordeling uitvoeren over de psychologische kenmerken en geschiktheid van de piloot voor de specifieke vliegoperatie, zoals persoonlijkheidsassessment, cognitieve vaardigheidstest, loopbaanverwachtingen, passend in bedrijfscultuur, vragenlijst over loopbaanevenementen enzovoort. Het is gewenst om hierbij begeleiding door een psycholoog te hebben, maar dat is niet verplicht.

Uitvoering van de bedrijfsbeoordeling gebeurt bij voorkeur door een professional in de geestelijke gezondheidszorg die een luchtvaartachtergrond heeft of hierin is getraind. Dit kan bijvoorbeeld een luchtvaartpsycholoog zijn. Is er geen geschikte professional? Zorg er dan voor dat de persoon die de interne psychologische beoordeling uitvoert een geschikte training heeft gehad. Het is ook mogelijk om de psychologische evaluatie te contracteren. U definieert dan de inhoud van de evaluatie en blijft als exploitant verantwoordelijkheid voor de naleving van de wettelijke vereisten. De Accountable Manager neemt de eindbeslissing over de geschiktheid.

De beoordeling moet binnen de afgelopen 24 maanden vóór het begin van de vlucht zijn uitgevoerd, tenzij u vaststelt dat een eerdere beoordeling nog steeds voldoende is.

Ondersteuningsprogramma voor piloten

Zorg voor een ondersteuningsprogramma om piloten te helpen en te ondersteunen bij het herkennen, aanpakken en overwinnen van problemen die hun werk negatief kunnen beïnvloeden. Dat geldt ook voor het overig veiligheidsgevoelig personeel.

Moedig het gebruik aan van het programma door piloten en werknemers om persoonlijke en mentale gezondheidsproblemen te melden en te bespreken. Vertrouwen tussen management en personeel is hiervoor essentieel.

Het ondersteuningsprogramma stelt de piloten en werknemers in staat om problemen zelf te melden of zichzelf door te laten verwijzen bij een afname van de medische geschiktheid, met de nadruk op preventie en vroegtijdige ondersteuning. Dit in het kader van een Just culture

U kunt bijvoorbeeld een interne vertrouwenspersoon benoemen. Ook mag u het programma uitbesteden aan een derde partij of samenwerken met andere bedrijven. Ook is het mogelijk om een ondersteuningssysteem op afstand op te zetten, bijvoorbeeld via een telefoonnummer. U moet de contactgegevens in dat geval vastleggen in uw Operations Manual. 

Zorg voor bescherming van de vertrouwelijke status van alle informatie die uit de ondersteuning van de piloten en werknemers komt. Dit om de integriteit te waarborgen. Als exploitant blijft u verantwoordelijkheid voor de naleving van de wettelijke eisen. 

In overleg met de piloot of de werknemer kan het ondersteuningsprogramma of de vertrouwenspersoon aan de Accountable Manager vragen om tijdelijke vrijstelling van werkzaamheden of het doorverwijzen naar professioneel advies. Dit mag niet leiden tot ongerustheid om ontslagen te worden. Neem maatregelen om de risico’s te beheersen die voortkomen uit de angst van de piloot of werknemer om het brevet of inkomen te verliezen. 

Alleen bij een onmiddellijke en duidelijke bedreiging van de veiligheid, of in het belang van de openbare veiligheid, moet de vertrouwelijkheid worden doorbroken. Verwijs de piloot of werknemer dan direct door naar een Aero-medical Examiner of Aeromedical Centre.

Ook bij deelname aan een ondersteuningsprogramma is de piloot verplicht om luchtvaart medisch advies in te winnen bij een afname van de medische geschiktheid. Zie MED.A.020 van EU-verordening 1178/2011. 

Als exploitant moet u alleen geaggregeerde anonieme gegevens gebruiken voor het monitoren van de prestaties van het programma binnen uw veiligheidsbeheersysteem. Dit moedigt het gebruik van het programma aan en garandeert de integriteit ervan.