Op 8 april 2014 is EU Verordening 1178/2011 in werking getreden. Deze Verordening legt de criteria voor de ‘Language Proficiency Endorsement’ (LPE) vast. De invoering van deze Verordening wijzigt de manier waarop in Nederland de taalvaardigheid wordt geëxamineerd.
Inleiding
In Nederland kunnen de volgende taalbeoordelingsinstanties taalvaardigheidexamens afnemen:
- Een volwaardige language assessment body (LAB). Deze instantie is bevoegd tot het afnemen van initiële evaluaties en re-evaluaties op alle beoordelingsniveaus.
- Een beperkte LAB. Deze instantie is bevoegd tot het afnemen van een re-evaluatie op beoordelingsniveau 4). De voorwaarde is dat deze organisatie ook een Approved Training Organisation (ATO) of houder van een Air Operator Certificate (AOC) is.
Dit informatie op deze pagina geldt voor de beperkte LAB, bij een ATO of houder van een AOC.
De informatie op deze pagina vervangt de informatie in de brief van 8 januari 2014 met kenmerk VENW/IVW-2010/286 en de brief van 5 maart 2010 met kenmerk VENW/IVW-2010/1555.
Beoordeling taalvaardigheid
Een ATO of houder van een AOC kan de beoordeling doen voor de verlenging van de taalvaardigheid van houders van een bewijs van bevoegdheid. Deze organisatie moet dan wel door de ILT zijn erkend voor het uitvoeren van taalbeoordelingen (een beperkte LAB). En geïmplementeerd zijn binnen een goedgekeurd kwaliteitssysteem. De organisatie moet hierbij te voldoen aan de criteria uit FCL.055 Language proficiency en het bijbehorende AMC-materiaal. De taalbeoordeling mag worden uitgevoerd tijdens 1 van de bestaande toetsings- of trainingsactiviteiten (zie AMC1 FCL.055 (g), zoals:
- Afgifte van een bewijs van bevoegdheid
- Afgifte, verlenging, of hernieuwde afgifte van een bevoegdverklaring
- Lijntraining
- Lijnchecks van de operator
- Bekwaamheidsproeven
Een beperkte LAB kan alleen een verlenging afgeven van een level 4. De beoordeling staat in beginsel los van een volwaardige LAB. Voor ander niveau's kan de kandidaat terecht bij een volwaardige LAB.
Taalbeoordelaar beperkte LAB
De taalbeoordeling moet worden gedaan door een taalbeoordelaar met afgerond taalvaardigheidsexamen. Een taalbeoordelaar bij een beperkte LAB moet een examinator zijn met tenminste LPE level 5. De examinator mag een level 4 verlengen.
De beperkte LAB dient zeker te stellen dat een examinator vóór zijn aanstelling succesvol de initial training uit de LAB-handboeken heeft doorlopen.
Ook moet de beperkte LAB ervoor zorgen dat de examinator jaarlijks succesvol een herhalingstraining doet. Deze herhalingstraining staat in de handboeken van de LAB.
Afwijzende beoordeling door beperkte LAB
Constateert een examinator dat de kandidaat niet aan het minimumniveau van level 4 voldoet? Dan zakt de kandidaat. Dit heeft ook als gevolg dat de betrokken vlieger de radiotelefonie (RT)-bevoegdverklaring niet mag uitoefenen. De betrokken vlieger kan hierdoor alleen gebruikmaken van ongecontroleerd luchtruim.
Twijfelt een examinator aan het niveau van taalvaardigheid van de kandidaat? Of is de kandidaat het oneens met de beoordeling van de examinator? Dan moet de examinator de kandidaat doorverwijzen naar een door de ILT erkende, volwaardige LAB. Deze volwaardige LAB’s zijn gespecialiseerd in het beoordelen van taalvaardigheid. En kunnen zo de technische precisie leveren die in sommige gevallen noodzakelijk is.
Administratie
Uit AMC1 FCL.055 volgt dat de beperkte LAB een degelijke administratie en documentatie moet bijhouden. Met daarin vastgelegd de procedures voor het afnemen en documenteren van taalvaardigheidsexamens.
De operationele handboeken en trainingsprogramma's moeten deze procedures, administratie en documentatie beschrijven. Dat geldt ook voor de kaders waarbinnen de examinator handelt als het gaat om de taalbeoordeling.
Wijzigingen van de handboeken en trainingsprogramma's worden ter goedkeuring aan de ILT voorgelegd. De ingediende trainingsprogramma's moeten vermelden dat het taalvaardigheidsexamen is opgenomen.
Meer informatie over de aanvraag voor een erkenning Taalbeoordelingsinstantie (LAB) is te vinden op de ILT-website. Hetzelfde geldt voor meer informatie over wijzigingen van de handboeken en trainingprogramma’s.
Bijlage - FCL.055 Language proficiency
(a)
General. Aeroplane, helicopter, powered-lift and airship pilots required to use the radio telephone shall not exercise the privileges of their licences and ratings unless they have a language proficiency endorsement on their licence in either English or the language used for radio communications involved in the flight. The endorsement shall indicate the language, the proficiency level and the validity date.
(b)
The applicant for a language proficiency endorsement shall demonstrate, in accordance with Appendix 2 to this Part, at least an operational level of language proficiency both in the use of phraseologies and plain language. To do so, the applicant shall demonstrate the ability to:
(1) communicate effectively in voice-only and in face-to-face situations;
(2) communicate on common and work-related topics with accuracy and clarity;
(3) use appropriate communicative strategies to exchange messages and to recognise and resolve misunderstandings in a general or work-related context;
(4) handle successfully the linguistic challenges presented by a complication or unexpected turn of events which occurs within the context of a routine work situation or communicative task with which they are otherwise familiar; and
(5) use a dialect or accent which is intelligible to the aeronautical community.
(c)
Except for pilots who have demonstrated language proficiency at an expert level, in accordance with Appendix 2 to this Part, the language proficiency endorsement shall be re-evaluated every:
(1) 4 years, if the level demonstrated is operational level; or
(2) 6 years, if the level demonstrated is extended level
(d)
Specific requirements for holders of an instrument rating (IR). Without prejudice to the paragraphs above, holders of an IR shall have demonstrated the ability to use the English language at a level that allows them to:
(1) understand all the information relevant to the accomplishment of all phases of a flight, including flight preparation;
(2) use radio telephony in all phases of flight, including emergency situations;
(3) communicate with other crew members during all phases of flight, including flight preparation.
(e)
The demonstration of language proficiency and of the use of English for IR holders shall be done through a method of assessment established by the competent authority.