De Autoriteit woningcorporaties (Aw) houdt onder andere toezicht op de onderwerpen ‘governance en integriteit van beleid en beheer’ en ‘het beschermen van het maatschappelijk bestemd vermogen’ van woningcorporaties en hun dochtermaatschappijen. Om woningcorporaties bewust te maken van integriteit deelt de Aw een aantal casussen die zij in de praktijk tegenkomt. Dit doet de Aw om de sector in de gelegenheid te stellen te leren van wat soms buiten het zicht plaats vindt en herhaling in de toekomst te voorkomen.
De Aw ziet de laatste maanden een zorgwekkende stijging van het aantal gemelde fraudegevallen waarvan woningcorporaties het slachtoffer zijn geworden. Daarbij springt in de casuïstiek de bouwsector met (onder)aannemers en installateurs er uit. Deze handreiking staat daarom in het teken van fraude door dit type partijen die door de woningcorporaties worden ingehuurd.
Net als in eerdere handreikingen, licht de Aw dit jaar een aantal voorbeelden toe die zij heeft ontvangen om meer inzicht te verschaffen in de handelswijzen (modi operandi) van frauderende partijen. Daarnaast wordt een aantal overige signalen en de daarin aangetroffen modi operandi gedeeld. Verderop in deze handreiking besteedt de Aw aandacht aan de stappen die woningcorporaties kunnen ondernemen wanneer zij (mogelijk) slachtoffer zijn van fraude. Ook wordt aandacht besteed aan de maatregelen die een woningcorporatie (preventief) kan nemen om het risico op fraude te verkleinen. In dit kader wordt tot slot stilgestaan bij de mogelijkheid tot het doen van aangifte bij de Inspectie Leefomgeving en Transport – Inlichtingen en Opsporingsdienst (ILT-IOD).
Stijging onderwerp fraude bij meldingen integriteit
De Aw heeft tussen 1 juli 2023 en 1 juli 2024 87 meldingen binnengekregen. Het grootste deel daarvan werd direct of na onderzoek niet als een integriteitsvraagstuk aangemerkt. Daarnaast blijft er ook dit jaar een significant aantal vastgestelde integriteitszaken over. Het aantal meldingen waarbij specifiek vermoedens van fraude zijn geuit is opgelopen naar 13, waar dat tussen juli 2022 en juli 2023 nog nihil was. Hoewel nog niet van alle zaken het onderzoek is afgerond maakt de Aw zich ernstige zorgen over deze stijging.
Risico’s bij druk op de sociale huursector blijven bestaan
De prestatiedruk op woningcorporaties is groot, onder andere door de Nationale prestatieafspraken en de verplichtingen in het kader van de verduurzamingsopgave. De samenwerking tussen woningcorporaties en ontwikkelaars, bouwers, (onder)aannemers en installateurs (etcetera) wordt hiermee geïntensiveerd. Door schaarste van onder andere vakmensen en bouwmaterialen in combinatie met de prestatiedruk, neemt in theorie het risico op fraude toe. Dit ziet de Aw nu ook terug in de praktijk in een verhoging van het aantal (concrete) fraudesignalen en - meldingen. Deze meldingen hebben betrekking op fraude door partijen waarmee woningcorporaties zakendoen. Uit de eerste onderzoeksresultaten naar de meldingen blijkt dat de benadelingsbedragen oplopen tot € 1 miljoen. De sector wordt hierdoor geconfronteerd met ‘weglek’ van maatschappelijk vermogen. De Aw vindt dit een zeer zorgelijke ontwikkeling. Zeker in een tijd waarin woningcorporaties forse investeringen doen in het bouwen en onderhouden van woningen. Reden genoeg om aandacht te vragen voor dit onderwerp. Eerder deed de Aw dat al met
de handreiking Integriteit 2023.
Rode draad in de signalen en meldingen die de Aw recent heeft ontvangen is fraude door het ‘opplussen’ van facturen door (onder)aannemers. Het gaat daarbij zowel om materiaal als om uren. Dat de voorbeelden uit deze handreiking betrekking hebben op fraude door (onder)aannemers, wil overigens niet zeggen dat dit de enige vorm van fraude is waar woningcorporaties mee te maken kunnen krijgen. Woningcorporaties werken immers met veel meer soorten partijen samen die voor of namens hen werkzaamheden uitvoeren. Ook hier ziet de Aw in de recente meldingen voorbeelden van.
Voorbeelden uit de praktijk
In het kader van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKA) voerde een woningcorporatie een reguliere controle uit om te zien of de WKA-verplichtingen door een aannemersbedrijf werden nageleefd. Hieruit kwamen geen constateringen naar voren wat betreft de WKA-verplichtingen, maar viel wel op dat meerdere keren meer uren in rekening zijn gebracht dan gebruikelijk is op een werkdag. Simpel gezegd: een medewerker schreef 8 uur op een werkdag, maar de woningcorporatie kreeg er 9, 10 of 11 gefactureerd. Deze uren werden verdeeld over verschillende orders en facturen, zodat bij factuurcontrole het hogere aantal uren voor medewerker X niet zou opvallen. Dat wordt pas zichtbaar als de mandagenstaten van meerdere facturen worden samengevoegd en opgeteld.
Naar aanleiding van deze constatering nam de woningcorporatie contact op met de eigenaar van het bedrijf. De organisatie waar het om gaat is onderdeel van een samenwerkingsverband waar meerdere aannemers en installateurs bij zijn aangesloten. Naar aanleiding van de bevindingen rondom de ‘opgepluste uren’ besloot de woningcorporatie om een breder onderzoek in te stellen. Uit een eerste intern onderzoek blijkt dat ook bij andere partijen aanwijzingen zijn van mogelijke onregelmatigheden. Dit heeft aan de ene kant betrekking op het factureren van te veel uren en te veel materiaal en aan de andere kant op het schuiven van uren tussen medewerkers om zo aan de WKA-verplichtingen te voldoen. Het onderzoek loopt nog. Er zijn aanwijzingen dat het schadebedrag kan oplopen tot € 1 miljoen.
Een woningcorporatie heeft meerdere signalen gekregen over onregelmatigheden in de facturatie van een gecontracteerde aannemer. Direct nadat zij deze signalen kreeg, heeft de woningcorporatie een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat voor opdrachten voor dagelijks onderhoud, zoals reparaties en lekkages, opzettelijk extra uren boven op de daadwerkelijk gewerkte uren zijn gefactureerd. Ook zijn hogere materiaalkosten dan afgesproken in rekening gebracht. Het onderzoek wijst uit dat er geen medewerkers van de woningcorporatie zijn betrokken bij deze casus.
De projectleider van de aannemer heeft in het kader van het onderzoek verklaard dat de facturatie in lijn is met de werkwijze die hem bij indiensttreding is aangeleerd. Hoewel de aannemer erkent dat sprake is van onregelmatigheden in de facturatie, betwist hij uitdrukkelijk dat deze werkwijze gebruikelijk is. Hij verwerpt dan ook wat de projectleider daarover heeft verklaard. Het onderzoek laat echter zien dat ook de facturatie die door de voorganger van de projectleider is ingediend, niet volgens de afspraken in de raamovereenkomst is. De woningcorporatie heeft besloten om nieuwe opdrachten voor dagelijks onderhoud tot nader order niet meer aan deze aannemer te geven. De geraamde schade kan oplopen tot € 1 miljoen. De woningcorporatie spant zich ervoor in om het volledige schadebedrag terug te halen.
Een woningcorporatie is een overeenkomst aangegaan met een samenwerkingsverband van bedrijven voor meerdere projecten van het verduurzamen van woningen. De woningcorporatie vraagt het samenwerkingsverband op een bepaald moment om een onderbouwing van een factuur. Na herhaaldelijk aandringen, overlegt het samenwerkingsverband een onderlegger waar de woningcorporatie haar twijfels bij heeft. De slecht vormgegeven lay-out en verkeerde nummering doet de woningcorporatie twijfelen aan de authenticiteit van het stuk.
In een gesprek bevestigt het samenwerkingsverband de vervalste factuur. Naar aanleiding hiervan vraagt de woningcorporatie een extern bureau onderzoek te doen naar de stukken. Tijdens dat onderzoek is geconstateerd dat de factuur en recapitulaties niet authentiek zijn. Deze zijn aangepast om te dienen als onderbouwing van de eerdere factuur. De aanpassing was bedoeld om misbruik te kunnen maken van de met de woningcorporatie afgesproken risicoregeling. Door de onrechtmatig aangepaste stukken heeft de woningcorporatie te veel betaald.
Uit e-mails van medewerkers van het samenwerkingsverband blijkt hoe over de door de woningcorporatie gevraagde onderbouwing wordt gecommuniceerd. Uit deze communicatie bleek dat betreffende medewerkers zich negatief en met spot uitlieten over de woningcorporatie. De woningcorporatie constateert dat dit haaks staat op wat in de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen. Daarin staat dat partijen in de samenwerking rekening zullen houden met elkaars belangen en dat openheid in de samenwerking en transparantie van groot belang zijn voor een succesvolle samenwerking. Het vertrouwen van de woningcorporatie in het samenwerkingsverband is geschaad. Er is te veel gefactureerd, fraude gepleegd (vervalste factuur) en misbruik gemaakt van de risicoregeling. De totale afrekening inclusief het terugbetalen van de overwinst (als gevolg van de fraude), de onderzoekskosten en uren van de woningcorporatie waren substantieel.
Door het voeren van gesprekken met de bedrijven binnen het samenwerkingsverband, zijn die kosten volledig vergoed aan de woningcorporatie. Conclusie is dat het samenwerkingsverband zich niet aan de afspraken heeft gehouden. De woningcorporatie heeft daarop de samenwerking beëindigd. De bedrijven binnen het samenwerkingsverband hebben hun individuele maatregelen getroffen.
In aanvulling op de hierboven genoemde voorbeelden deelt de Aw hierbij nog een aantal ontvangen signalen van (mogelijke) fraude:
- Werkzaamheden in rekening gebracht die niet zijn uitgevoerd.
- Mindere kwaliteit producten/materiaal geleverd dan in rekening gebracht.
- Minder producten geleverd dan in rekening gebracht.
- Mogelijk sprake van onzorgvuldig handelen: Er is meer in rekening gebracht dan wat is uitgevoerd door een asbestsaneerder. En een vermoeden van het ten onrechte verstrekken van een verklaring dat het gesaneerde object kan worden vrijgegeven door een controlerend bedrijf (met potentiële gevaren voor de volksgezondheid tot gevolg).
- Werkzaamheden aan een woning van een medewerker van de woningcorporatie uitgevoerd door de aannemer van de woningcorporatie, zonder dat de woningcorporatie hier (voorafgaand) toestemming voor heeft gegeven dan wel door de medewerker op de hoogte is gesteld van deze werkzaamheden.
Rol van de Aw
De toezichthouders van de Aw streven naar openheid en transparantie in de contacten met de (bestuurders en Raden van Commissarissen (RvC) van) woningcorporaties. Vanuit die openheid verwacht de Aw dat woningcorporaties haar in een vroeg stadium en proactief informeren over mogelijke integriteitsproblemen. Door het vroegtijdig informeren kunnen de Aw en de ILT-IOD hun kennis en expertise op het gebied van integriteit inzetten in de overleggen met u als woningcorporatie. Het uitgangspunt van de Aw daarbij is toezicht vanuit vertrouwen. Het gemeenschappelijke doel is immers het creëren van maatschappelijke meerwaarde en effect vanuit de brede blik van het volkshuisvestelijk belang. De komende tijd wordt door de toezichthouders van de Aw tijdens de (toezicht)gesprekken meer aandacht besteed aan fraude en integriteit.
Wat kan een woningcorporatie zelf (preventief) doen?
De verantwoordelijkheid voor het handelen inzake fraude(preventie) ligt primair bij het bestuur en de RvC. Belangrijk is dat zij hierbij rekening houden met zowel het belang van de eigen woningcorporatie als het sectorale en bredere maatschappelijke/volkshuisvestelijke belang. Hier een aantal aanbevelingen om fraude vast te stellen of te voorkomen:
- Stel een fraudecalamiteitenplan op.
- Maak gebruik van de aanbevelingen uit de frauderisicoanalyse van de accountant.
- Beoordeel de interne processen met betrekking tot inkoop, aanbesteding, facturatie en kostencalculatie nog eens kritisch.
- Evalueer regelmatig de samenwerking en overeenkomsten met de samenwerkende partijen.
- Borg in processen ‘goed opdrachtgeverschap’ ook vanuit het perspectief van integriteit en besteed hier regelmatig aandacht aan.
- Controleer steekproefsgewijs of de ontvangen facturen overeenkomen met gemaakte afspraken.
- Vergelijk het aantal opgegeven uren in de mandagenstaten met het totaal aantal gefactureerde uren.
Mogelijk benadeeld door fraude en dan?
Mocht een woningcorporatie onverhoopt slachtoffer zijn geworden van (mogelijke) fraude, dan kan deze de volgende acties (laten) ondernemen:
- Stel de RvC en de toezichthouder van de Aw op de hoogte van de situatie en verdere ontwikkelingen.
- Stel een onderzoek in naar de (mogelijke) fraude. Maak gebruik van de expertise van de Aw in het bepalen van de onderzoeksopdracht.
- Stel een (extern) communicatieplan op. Overweeg om een bericht op de website te plaatsen, het anderszins informeren van stakeholders en houd daarbij rekening met mogelijk (negatieve) media-aandacht.
Het doen van aangifte
De Aw constateert dat het doen van aangifte geen vanzelfsprekendheid is voor woningcorporaties die slachtoffer zijn van frauduleus handelen. Hoewel het in individuele gevallen opportuun kan lijken om geen aangifte te doen, is het doen van aangifte vaak in het belang van de woningcorporatiesector als geheel en daarmee in het maatschappelijke/volkshuisvestelijke belang:
- Een strafrechtelijke interventie (veroordeling) heeft een signaalfunctie naar de branche waarin de fraude wordt gepleegd. Daarbij kan het niet doen van aangifte en het onbestraft blijven van frauderende partijen, ervoor zorgen dat het frauderisico blijft bestaan of toeneemt.
- Bij een opsporingsonderzoek kunnen meer frauduleuze handelingen worden blootgelegd die anders niet zouden zijn ontdekt.
- In zaken die woningcorporaties betreffen gaat het vaak om frauduleuze handelingen, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, oplichting en witwassen. Vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt is er dan sprake van weglek van maatschappelijk vermogen.
- De woningcorporatie kan zich als benadeelde partij voegen in het strafproces en de door het strafbare feit geleden schade vergoed krijgen.
- Bij vervolging en veroordeling van de verdachte(n) vindt er een registratie plaats in het justitieel systeem waardoor het moeilijker is om voor bepaalde functies een VOG-verklaring te krijgen. Hierdoor wordt het lastiger om een (openbare) functie te bekleden of lid te zijn van een vereniging.
Iedereen (zowel een natuurlijk- of rechtspersoon) die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte te doen (artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering). De aangifte kan zowel bij de politie als bij de ILT-IOD gedaan worden.
Op de webpagina over ILT-IOD vindt u meer informatie over het doen van aangifte.
Tot slot
Deze handreiking is op basis van de al ontvangen signalen vooraf besproken met Aedes, VTW, Bouwend Nederland en BZK om het bereik van dit signaal zo groot mogelijk te maken. Het belang van dit signaal wordt door allen erkend. De Aw blijft hierover in contact met deze belanghebbenden als dit noodzakelijk blijkt om eventueel verdere stappen te nemen.