De Autoriteit woningcorporaties (Aw) deelt in deze Handreiking beoordelen van verwevenheden haar visie en uitgangspunten bij de beoordeling van verwevenheden tussen personen. Deze handreiking en de casuïstiek geven richting aan het handelen van Raden van Commissarissen (RvC) in situaties waarin verwevenheid aan de orde is. Daarnaast wil de Aw met deze handreiking het bewustzijn van RvC’s vergroten. Ook omdat dit onderwerp nog geen plaats heeft in de Beleidsregel Aw.

Inleiding

Bestuurders en commissarissen van woningcorporaties staan midden in de maatschappij en hebben vaak uitgebreide netwerken. De Aw ziet steeds vaker dat kandidaten voor benoeming worden voorgedragen die afkomstig zijn uit het netwerk van een commissaris of bestuurder. Naast de voordelen die een netwerk biedt, kan er ook een ongewenste invloed zijn wanneer personen elkaar kennen. Bijvoorbeeld op het onafhankelijk (los van ieder deelbelang) en kritisch kunnen handelen van een kandidaat in de Raad van Commissarissen (RvC) of het bestuur. Daarnaast kan het tot daadwerkelijke belangenverstrengeling leiden en tot schijn van belangenverstrengeling. Dit kan schadelijk zijn voor het imago van de corporatie en de sector.

De Aw bekijkt of voorgedragen bestuurders en commissarissen hun taken onafhankelijk kunnen uitvoeren en of er geen sprake is van (schijn van) belangenverstrengeling. Inzicht in eventuele verwevenheden tussen personen en de mogelijke invloed daarvan hoort daarbij. De Aw wil corporaties meer inzicht geven in hoe de Aw naar verwevenheden kijkt, zodat RvC’s beter regie op dit onderwerp kunnen voeren. En daarmee (de schijn van) belangenverstrengeling en nadeel voor de corporatie voorkomen.

Verwevenheid

Het begrip verwevenheid ziet toe op een relatie of verbinding tussen personen. Dit kunnen relaties zijn in de zakelijke- of privésfeer, in het heden of in het verleden. Verwevenheid hoeft geen probleem te zijn, zolang er daardoor geen ongewenste dynamiek ontstaat. En deze verwevenheid geen belangen met zich meebrengt die kunnen concurreren met de belangen van de corporatie. Deze ongewenste dynamiek of concurrerende belangen kunnen de beraadslaging en besluitvorming in de RvC beïnvloeden. Wanneer andere belangen boven de belangen van de corporatie worden gesteld of de dynamiek beïnvloeden, dan is er sprake van belangenverstrengeling. Dit tast de onafhankelijkheid van een commissaris of bestuurder aan.

Beoordeling van een geconstateerde verwevenheid

In het formulier Aanvraag Zienswijze Geschiktheid en Betrouwbaarheid vraagt de Aw welke mogelijke verwevenheden tussen de kandidaat en de leden van de RvC en/of het bestuur zijn beoordeeld. Met deze vraag wil de Aw de RvC aansporen om te onderzoeken welke verwevenheden er mogelijk tussen personen bestaan. Hierdoor krijgt de RvC inzicht in mogelijke risico’s die deze met zich mee kunnen brengen, zoals het ontstaan van (de schijn van) belangenverstrengeling of nadeel voor de belangen van de corporatie. De RvC kan er dan voor kiezen om iemand niet voor te dragen als beoogd lid of bestuurder, of om passende maatregelen af te spreken om de risico’s te beheersen.

Om een goede inschatting te maken van de risico’s die een relatie tussen personen kan hebben op de onafhankelijkheid, kan de RvC de volgende zaken beoordelen:

  • Tijdsfactor 
    Bestaat de relatie nog of is deze inmiddels beëindigd? En zo ja, hoe lang geleden is deze relatie beëindigd? Hoe recenter de relatie, hoe groter het risico dat deze de onafhankelijkheid aantast of leidt tot (schijn van) belangenverstrengeling.
  • Soort relatie 
    Gaat of ging het om een gelijkwaardige of hiërarchische relatie? En is of was het een relatie in de zakelijke- of privésfeer? Hoe hiërarchischer of persoonlijker de relatie, hoe groter het risico dat deze de onafhankelijkheid aantast of leidt tot (schijn van) belangenverstrengeling.
  • Intensiteit 
    Hoeveel contact is er (geweest) en hoe lang duurde de relatie? Hoe langer een relatie duurt of heeft geduurd en hoe vaker er contact is of was, hoe groter het risico dat deze de onafhankelijkheid aantast of leidt tot (schijn van) belangenverstrengeling.
  • Omstandigheden of voorvallen 
    Dit zijn zaken die in het verleden speelden tussen personen die een onafhankelijke en professionele relatie in de weg kunnen staan. Denk bijvoorbeeld aan conflicten, maar ook aan  vriendschappen of verleende gunsten.

Het beoordelen van een verwevenheid is altijd maatwerk. Na het constateren van een verwevenheid beoordeelt de RvC de mogelijke invloed ervan op de onafhankelijkheid. Vervolgens kunnen maatregelen nodig zijn om de onafhankelijkheid te borgen, belangenverstrengeling te voorkomen en de mogelijke schijn van belangenverstrengeling bij derden weg te nemen. Als maatregelen echter zo ver gaan dat een bestuur/RvC niet meer goed kan functioneren, is het wellicht beter om de voordracht te heroverwegen.  

Maatregelen om de onafhankelijkheid te borgen  

Wanneer tijdens een werving- en selectieprocedure een kandidaat solliciteert die een bekende is van een bestuurder of commissaris kan dat de procedure (ongemerkt) beïnvloeden. Dit kan zowel op een positieve als negatieve manier zijn. Het is dus belangrijk dat de RvC een dergelijk risico herkent en passende maatregelen afspreekt om de mogelijke invloed van de verwevenheid op het verloop van de selectieprocedure uit te sluiten. 

Wordt een kandidaat benoemd die een verwevenheid heeft met een RvC-lid of bestuurder? Dan is het belangrijk om ook tijdens de zittingsperiode oog te houden voor de eventuele invloed ervan op de onafhankelijkheid. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in de dynamiek. Een open en kritische houding ten opzichte van elkaar (tegenkracht) kan onder druk komen te staan wanneer je elkaar kent. Het is belangrijk dat de RvC zich er bewust van is dat een verwevenheid invloed kan hebben op het kritische vermogen van zowel de betreffende personen als de hele Raad. Om het mogelijke effect van de verwevenheid te beoordelen, kan de RvC tijdens overleg of vergadering extra letten op de dynamiek. Ook kan de verwevenheid tijdens de jaarlijkse zelfevaluatie aan de orde zijn. Dan kan de RvC bijvoorbeeld beoordelen in hoeverre de verwevenheid in het afgelopen jaar effect heeft gehad op het functioneren van de betreffende RvC-leden/bestuurder of de RvC/bestuur als geheel. Aan de hand van de uitkomsten kan worden bezien of extra maatregelen noodzakelijk zijn. 

Maatregelen om de schijn van belangenverstrengeling weg te nemen 

Is de relatie pas recent beëindigd of bestaat deze nog tijdens de zittingstermijn? Dan moet voor derden duidelijk zijn dat er door de verwevenheid geen daadwerkelijke belangenverstrengeling kan ontstaan. Wanneer dit niet duidelijk is, kan bij derden de schijn van belangenverstrengeling ontstaan. Door bijvoorbeeld naar buiten toe transparant te zijn over de geconstateerde verwevenheid en getroffen maatregelen, wordt de mogelijke schijn van belangenverstrengeling bij derden weggenomen. Verantwoording achteraf in het jaarverslag neemt de schijn op het moment van benoeming niet weg.  

Uiteraard is het erg belangrijk om zorgvuldig te communiceren. Te weinig of onduidelijke informatie kan juist vragen oproepen. Wanneer een en ander moeilijk te verwoorden is, is het de vraag of de situatie überhaupt voldoende uitlegbaar of verdedigbaar is.

Voorbeelden uit de praktijk

Hieronder vindt u voorbeelden die de Aw regelmatig terugziet in haar toezichtspraktijk. Vergelijkbare casussen kunnen mogelijk ook bij andere woningcorporaties spelen. De Aw wil hiermee op hoofdlijnen inzicht geven in haar beoordeling. Iedere verwevenheid vraagt om maatwerk. Met onderstaande casuïstiek laat de Aw zien hoe ze deze specifieke situaties heeft beoordeeld.

Samenvatting

Wanneer verwevenheid niet nadelig is voor de belangen van de woningcorporatie en niet kan leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling geeft de Woningwet hier ruimte voor. Het is aan de RvC om onderbouwd te motiveren waarom in het specifieke geval de verwevenheid niet nadelig is voor de belangen van de corporatie en niet kan leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling. Bijvoorbeeld doordat er passende maatregelen zijn afgesproken. 

Daarnaast is het belangrijk dat de RvC ervan overtuigd is dat de beste en meest passende kandidaat voor de functie wordt voorgedragen. En dat de verwevenheid geen invloed heeft gehad op de selectie van de kandidaat. Bovendien mag de verwevenheid op geen enkele manier het onafhankelijk en kritisch handelen in de weg staan. Passende maatregelen geven blijk van bewustzijn en professionaliteit van de RvC. Transparantie over de verwevenheid en maatregelen is een manier om te voorkomen dat er schijn van belangenverstrengeling bij derden kan ontstaan.