Dit beoordelingskader fusie beschijft op basis van welke stukken en aan de hand van welke criteria, de Autoriteit woningcorporaties (Aw) een bedrijfsfusie of een juridische fusie van 2 of meer woningcorporaties, beoordeelt. Het aangaan van zo’n fusie moet voorafgaand ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Aw.
Inleiding
Wettelijke grondslag juridische fusie
Toegelaten instellingen (woningcorporaties) kunnen volgens artikel 53 van de Woningwet met elkaar of met andere rechtspersonen onder algemene titel fuseren. In de artikelen 91 tot en met 99 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (Btiv 2015) zijn nadere regels opgenomen over de in te dienen stukken bij een fusieverzoek, de wijze waarop de toegelaten instelling belanghebbenden in het fusietraject betrekt en de gronden waarop de minister de fusie kan goed- of afkeuren.
Wettelijke grondslag bedrijfsfusie
Toegelaten instellingen kunnen volgens artikel 53 lid 7 van de Woningwet met elkaar fuseren, indien een toegelaten instelling het gehele vermogen van een of meerdere andere toegelaten instellingen onder bijzondere titel verkrijgt. Artikel 53 lid 2 tot en met 5 van de Woningwet zijn van overeenkomstige toepassing verklaard op de bedrijfsfusie.
Het toetsdossier
2.1 Scheiding DAEB en niet-DAEB
Een fusie kan gevolgen hebben voor het scheidingsregime. Voorafgaand aan de fusie moeten beide fusiepartners hetzelfde scheidingsregime hebben (of krijgen) om de financiële cijfers te kunnen samenvoegen. Het regime van de fusiedrager is bepalend tenzij dit als gevolg van de fusie niet langer passend is (verlicht regime vervalt als de omzet vanwege de fusie boven de gestelde grenzen uitkomt). Als de fusiedrager gescheiden is dan zal de fusiepartner, als deze is gekwalificeerd voor verlicht regime, alsnog een scheiding moeten doorvoeren. Hierbij moet de meest recente jaarrekening als ijkpunt worden gehanteerd. De solvabiliteit in de gecreëerde niet-DAEB tak moet tussen de 40% en de 60% uitkomen. Via de omvang van de interne lening kan dit worden bepaald.
In de bijlage DAEB en niet- DAEB zijn de mogelijke situaties in beeld gebracht. Per situatie wordt de aan te leveren informatie nader beschreven en toegelicht.
2.2 Toets geschiktheid en betrouwbaarheid
Commissaris
Als een lid van de Raad van Commissarissen van een fuserende toegelaten instelling, na toepassing van het bepaalde in artikel 53 Woningwet, toetreedt tot de Raad van Commissarissen van de verkrijgende toegelaten instelling, dan wordt dat voor de toepassing van artikel 30 lid 4 Woningwet niet aangemerkt als een benoeming of herbenoeming. Het restant van de oorspronkelijke benoemingstermijn kan uitgediend worden met een maximum van 8 jaar bij de (rechtsvoorgangers van) verdwijnende en verkrijgende corporatie gezamenlijk.
Bestuurder
Als een lid van het bestuur van een fuserende toegelaten instelling, na toepassing van het bepaalde in artikel 53 Woningwet, toetreedt tot het bestuur van de verkrijgende toegelaten instelling, dan wordt voor de toepassing van artikel 25 Woningwet, deze toetreding aangemerkt als een benoeming. De Raad van Commissarissen dient vooraf, minimaal 8 weken voor de benoemingsdatum, een melding voor de voorgenomen (her)benoeming digitaal indienen bij de Aw.
2.3 In te dienen toetsdossier
Het verzoek om goedkeuring van een voorgenomen fusie wordt digitaal via de website ingediend. De Aw neemt het verzoek alleen in behandeling wanneer het compleet is. Hieronder volgt een beschrijving van de benodigde informatie per onderwerp en de eisen waaraan deze moet voldoen. Zie, waar aan de orde, ook de bijlage DAEB niet-DAEB.
| Onderwerp | Toetsingscriteria en minimale inhoud | Grondslag |
|---|---|---|
| Fusievoorstel |
|
|
| Fusie-effectrapportage |
Een rapportage over de gevolgen van de voorgenomen fusie voor:
|
|
| Opgave van de beleidswaarde voor het bezit na fusie en van de gehanteerde uitgangspunten |
| |
| Zienswijze van de huurdersorganisatie(s) en andere huurders |
|
|
| Zienswijze van de gemeente(n) |
|
|
| Mededingingswet |
|
|
Het toetsproces
3.1 Uitgangspunten voor goedkeuring
De Aw besluit namens de minister van BZK over verzoeken tot goedkeuring van een fusie. Een fusie wordt niet goedgekeurd als een of meer van onderstaande situaties zich voordoet:
- De verzoekende toegelaten instelling heeft niet aannemelijk gemaakt dat het belang van de volkshuisvesting met de fusie beter is gediend dan met andere vormen van samenwerking tussen die toegelaten instelling en andere rechtspersonen of vennootschappen (artikel 53 Woningwet).
- De verzoekende toegelaten instelling:
- Is voornemens te fuseren met een toegelaten instelling die na toepassing van artikel 41b of 41d, op grond daarvan niet in dezelfde gemeenten, die zijn gelegen in het gebied, bedoeld in artikel 41b, lid 2, als zij feitelijk werkzaam mag zijn (art. 53 lid 4 sub b onder 1 Woningwet), én
- Heeft niet aannemelijk gemaakt dat het belang van de volkshuisvesting met de fusie beter gediend is dan met een fusie met een toegelaten instelling die na toepassing van artikel 41b of 41d, op grond daarvan in dezelfde gemeenten, die zijn gelegen in het gebied, bedoeld in artikel 41b, lid 2, als zij feitelijk werkzaam mag zijn (artikel 53 lid 4 sub b onder 2 Woningwet).
- De financiële continuïteit van de toegelaten instelling die uit die fusie zou voortkomen is niet voldoende gewaarborgd (artikel 53 lid 4 sub c Woningwet).
- De toegelaten instelling die uit die fusie zou voortkomen zou beschikken over een zodanig bedrag aan financiële middelen dat is aangetrokken van instellingen die behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 21c, lid 1 van de Woningwet, dat dat bedrag zou liggen boven 50% (artikel 13 lid 4 Btiv).
- Het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt is negatief (artikel 53 lid 4 sub e Woningwet).
- De lokale binding van de verkrijgende toegelaten instelling is niet voldoende gewaarborgd (artikel 98 lid 1 Btiv).
3.2 Procedure en termijnen
Na ontvangst van de aanvraag wordt een ontvangstbevestiging verzonden. Voor de aanvraag geldt een beslistermijn van 8 weken. Bij vragen en/of opmerkingen wordt de beslistermijn opgeschort. Meer informatie over de procedure staat op de website.
De verkrijgende toegelaten instelling doet onverwijld een gewaarmerkt afschrift van de notariële akte waarbij de fusie is geschied en, indien de fusie gepaard is gegaan met een wijziging van de statuten van de fuserende toegelaten instelling, van de notariële akte waarin die wijziging is vervat, aan Onze Minister (lees Autoriteit woningcorporaties) toekomen.
Let op: voor een wijziging van de statuten moet tegelijk met het verzoek tot goedkeuring van de fusie, een apart verzoek tot goedkeuring van de statuten ingediend worden.
3.3 Bezwaar en beroep
Tegen een besluit kan door belanghebbenden bezwaar worden gemaakt door het indienen van een bezwaarschrift. Dit moet binnen 6 weken na de dag waarop het besluit is verzonden. Het bezwaarschrift wordt behandeld door een ambtelijke hoorcommissie. Na de hoorzitting zal een beslissing op het bezwaar worden genomen. Tegen deze beslissing op bezwaar kan beroep ingesteld worden bij de Rechtbank.