Autoriteit woningcorporaties: Geen onterechte staatssteun verleend aan huurders

De Autoriteit woningcorporaties (Aw)heeft beoordeeld in hoeverre woningcorporaties vrijgekomen sociale huurwoningen op de juiste wijze toewijzen aan huurders die voor deze woningen in aanmerking komen. De Aw concludeert dat dit op de goede manier is gebeurd en heeft daarom geen zorgen of de staatssteun terecht verstrekt is.

Alle corporaties die de verantwoordingsinformatie over 2016 hebben aangeleverd, hebben vorige week het oordeel inzake staatssteun over verslagjaar 2016 van de Autoriteit woningcorporaties ontvangen. Vanwege de nauwe verwantschap is het oordeel over de passendheidsnorm ook in deze brief opgenomen.

Het oordeel inzake staatssteun ziet toe op het in voldoende mate toewijzen van sociale huurwoningen aan de doelgroep(huishoudens met een laaginkomen). Om in aanmerking te komen voor staatssteun dienen corporaties onder andere aan deze toewijzingsnorm te voldoen. Zij moeten 90% van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan de doelgroep. Alleen zo komt de financiële bijdrage van de staat via goedkope huisvestingterecht bij huishoudens die dat het hardst nodig hebben. De EU heeft destijds voorwaarden aan Nederland gesteld om staatssteun te mogen verstrekken.

Deze staatssteunnorm bestaat al enkele jaren en ook nu weer is in bijna alle gevallen voldoende toegewezen aan de doelgroep. In enkele gevallenmoet er gecompenseerd worden of voldeed de corporatie niet aan de eisen van juiste administratieve vastlegging en is er een waarschuwing afgegeven.

Het oordeel inzake passendheid ziet toe op het in voldoende mate huisvesten van huishoudens met recht op huurtoeslag in goedkope huurwoningen. Deze norm is ingesteld om enerzijds het beslag op de huurtoeslag te beperken en anderzijds om de betaalbaarheid van woningen voor huishoudens met lage inkomens te bevorderen.

Deze passendheidsnorm is nieuw en dit is het eerste jaar dat daar op toe wordt gezien. Mede om die reden is verslagjaar 2016 als een proefjaar geoormerkt. Dit geeft de gelegenheid aan corporaties om de toewijzingseisen te verwerken in de eigen procedures.Bij nog niet alle corporaties is dat het geval: in 2016 voldeden 99 van de 331 beoordeelde corporaties nog niet aan deze norm, sommige corporaties zaten er zelfs ruim onder op basis van de huidige cijfers uit deverantwoordingsinformatie. Dit proefjaar geeft ook de Aw de gelegenheid om de uitvraag op dit punt te verfijnen.

Integrale oordeelsbrieven
De wijze van beoordeling van corporaties vindt vanaf dit jaar op een andere wijze dan in voorafgaande jaren plaats. Corporaties ontvangen de integrale oordeelsbrieven niet meer allemaal op hetzelfde moment in december, maar gedurende het jaar. Het specifieke oordeel over staatssteun is echter gebonden aan een wettelijke termijn van 1 december. Daarom is dit element is losgekoppeld van het integrale oordeel.