Verplichte tankwasbeurten bij paraffine en oliën (MARPOL Annex II)

De Internationale Maritieme organisatie (IMO) voert een nieuwe verplichting in voor schepen, die in (West)-Europese havens komen, met als lading persistente drijvende producten (persistent floaters). Voorbeelden daarvan zijn paraffine en oliën. Als schipper moet u de ladingtanks voortaan verplicht voorwassen en het waswater daarvan afgeven aan de wal. Het is verboden om het waswater na het reinigen van ladingtanks van deze lading op zee te lozen. Deze wetgeving gaat op 1 januari 2021 in.

De wijzigingen van MARPOL Annex II vindt u in resolutie MEPC.315 (74):

Persistent floaters hebben een viscositeit (maat voor stroperigheid) gelijk aan of groter dan 50 mPa.s bij 20 ° C en / of een smeltpunt ≥ 0 ° C. Dit zijn de stoffen, die worden aangeduid met '16 .2.7 'in kolom' o 'van hoofdstuk 17 van IBC Code (2020 Edition). Hierbij gelden de volgende regels:

  • u past een voorwasprocedure toe volgens de aanwijzingen uit bijlage VI van Marpol Annex II;
  • het restant / watermengsel dat ontstaat tijdens de voorwas, moet u afvoeren naar een ontvangstvoorziening in de loshaven, totdat de tank leeg is;
  • water dat u na de voorwas in de tank opslaat, mag u in zee lozen volgens de lozingsnormen in voorschrift 13.2."

De nieuwe wijzigingen hebben ook invloed op het standaardformaat van de Procedures and Arrangements (P&A) Manual. Daarom moeten alle schippers de P&A handleidingen vóór 1 januari 2021 wijzigen.

In 2018 sloten de Nederlandse overheid, redersvereniging KVNR, een aantal gebruikers van paraffine, de haven Rotterdam en Stichting De Noordzee het ‘paraffineconvenant’. Dit was vooruitlopend op de strengere internationale wetgeving. Het convenant was gericht op het al eerder niet meer lozen van paraffine van Nederlandse schepen op vrijwillige basis, waarbij Havenbedrijf Rotterdam het afgeven en verwerken van de waswaters vergoedde.