Sanitair afval zeeschepen

Interpretaties Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen en Marpol Annex IV

Deze interpretaties van de Wet Voorkoming Verontreiniging door Schepen en Marpol Annex IV op het gebied van sanitair afval van zeeschepen zijn niet dwingend. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken. In deze wetgeving wordt dynamisch verwezen naar onder meer de Internationale Conventie voor preventie van verontreiniging door schepen, MARPOL 1973.

Toepassing schepen

Annex IV van het Marpol verdrag gaat over sanitair afval (sewage) installaties aan boord van schepen en is van toepassing op schepen die internationale reizen maken van het volgende type:

  • nieuwe schepen gelijk of groter dan 400 gross tonnage (GT)
  • nieuwe schepen kleiner dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren
  • bestaande schepen gelijk of groter dan 400 GT
  • bestaande schepen kleiner dan 400 GT die gerechtigd zijn meer dan 15 personen te vervoeren

Bovengenoemde schepen, waarop Annex IV van toepassing is, moeten in het bezit zijn van een Sewage Pollution Prevention Certificate.

Met artikel 5f, onderdeel b van de 'Regeling voorkoming verontreiniging door schepen' wordt uitvoering gegeven aan voorschrift 4.2. van Annex IV bij het Verdrag.

Op grond van dit voorschrift moet Nederland passende maatregelen vaststellen voor schepen waarop Annex IV van het Verdrag niet van toepassing is, om te waarborgen dat ook deze schepen overeenkomstig de voorschriften van Annex IV lozen. Het betreft schepen van minder dan 400 GT die maximaal 15 personen mogen vervoeren. Deze schepen maken over het algemeen korte reizen waardoor de mogelijkheid tot afgifte van sanitair afval in havens voldoende is verzekerd. Deze schepen kunnen bijvoorbeeld worden uitgerust met een verzameltank of een chemisch toilet en hoeven dan ook niet te beschikken over een behandelingsinstallatie voor sanitair afval dan wel een goedgekeurd systeem voor versnijding en ontsmetting van sanitair afval. Op grond van artikel 12a kan de inspecteur-generaal voor deze schepen op verzoek van de reder een verklaring afgeven.

MARPOL Bijlage IV is niet van toepassing op niet bemande pontons ongeacht het GT.

Omschrijving nieuw/bestaand schip

Een nieuw schip is een schip dat is gebouwd op of na 27 september 2003. Daarnaast moeten bestaande schepen gebouwd voor 2 oktober 1983 zoveel als mogelijk aan Annex IV voldoen.

Voorgeschreven sanitaire systemen

Schepen die onder Annex IV vallen moeten een van de volgende sanitaire systemen aan boord hebben:

  1. een goedgekeurde *1) behandelingsinstallatie voor sanitair afval, of
  2. een goedgekeurd systeem voor versnijding en ontsmetting van sanitair afval met voldoende opslag, of
  3. een verzameltank met voldoende capaciteit. De inhoud van deze verzameltank moet visueel kunnen worden vastgesteld *2)
  4. In alle gevallen een standaard afgifte flens conform Annex IV artikel 10

*1 De behandelingsinstallatie moet zijn goedgekeurd volgens IMO Resolutie MEPC.2(VI). Sinds 1 januari 2010 geldt resolutie MEPC.159(55). Vanaf 1 januari 2016 geldt resolutie MEPC.227(64). Voor bestaande schepen zijn nationale specificaties acceptabel.
*2 Interpretatie visueel vaststellen: Het gebruik van een peilstok wordt om hygiënische redenen afgeraden.

Lozen van sanitair afval

Sanitair afval in zee lozen is verboden, met uitzondering van:

  • het lozen door middel van een goedgekeurde behandelingsinstallatie voor sanitair afval
  • het lozen van versneden en ontsmet afval op een afstand van ten minste 3 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land
  • het lozen van niet versneden en ontsmet afval op een afstand van ten minste 12 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land
  • het lozen vanaf een schip binnen de jurisdictie van een staat in overeenstemming met de voorschriften van die staat welke minder streng zijn dan de voorschriften opgenomen in dit besluit

Het lozen van sanitair afval in zee vanuit een verzameltank geschiedt in matig tempo waarbij het schip de vaarroute vervolgt met een snelheid van ten minste 4 knopen. Het matige tempo volgt uit IMO Resolutie MEPC.157(55).

Onderzoek ‘Sewage treatment plants’
ILT/Scheepvaart heeft in 2011 opdracht gegeven onderzoek te doen naar sanitaire behandelingsinstallaties op zeeschepen. Dit onderzoek is uitgevoerd door Hatenboer Water, een bedrijf gespecialiseerd in waterbehandeling voor de maritieme sector. Uit het onderzoek bleek een tekort aan onderhoud en onvoldoende controle op de goede werking van de behandelingsinstallaties. Geen van de 32 onderzochte schepen voldeed ten tijde van het onderzoek aan de normen van Resoluties MEPC.2(VI) en 159(55). Daarnaast bleek ook de handhaving onvoldoende. Zie het onderstaande rapport 'Sewage treatment plants' voor meer informatie over het onderzoek.