Lozing sanitair afvalwater in zeehavens

Scheepsafvalstoffenbesluit en –regeling wijzigt per 1 juli 2020:

Zeeschepen mogen gezuiverd sanitair afvalwater in zeehavens lozen.

Tot voor kort was het voor zeeschepen verboden om afvalwater uit  kombuizen, salons, wasruimten, bijkeukens (grijs water) en sanitair afvalwater (zwart water) te lozen in zeehavens en daarnaar leidende zeetoegangswegen. Vanaf 1 juli 2020 is dit onder voorwaarden mogelijk.

In het verdrag over de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI) staat een verbod op het lozen van grijswater en zwartwater voor schepen met meer dan 50 personen aan boord. Het CDNI bepaalt dat dit verbod niet geldt voor zeeschepen in zeehavens, die moeten voldoen aan de bepalingen van MARPOL. Voor zeeschepen is MARPOL Annex IV (sewage) van toepassing zodra het schip buitengaats komt. Tot 3 mijl uit de kust geldt daarbij dat zeeschepen alleen behandeld zwart water mogen lozen. MARPOL stelt  geen lozingsvoorwaarden op het gebied van grijs water.

Het CDNI was niet correct geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Daardoor waren lozingen van grijs en zwart water van zeeschepen in Nederlandse havens in geen enkel geval mogelijk. Met de onderhavige wijziging van de Scheepsafvalstoffenregeling formuleert de wet voorwaarden waaronder de lozingen mogen plaatsvinden. Op 30 april 2020 zijn het aangepaste scheepsafvalstoffenbesluit en de -regeling in de Staatscourant gepubliceerd. Ze treden op 1 juli 2020 in werking. Zie hiervoor ook het Scheepsafvalstoffenbesluit en de Scheepsafvalstoffenregeling.

De lozingsvoorwaarden voor schepen met meer dan  50 personen aan boord zijn (volgens het nieuwe artikel 22a van de SAR) als volgt:

Het lozen van grijs en zwart water mag alleen als het zeeschip het afvalwater behandelt in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan de eisen van IMO resolutie MEPC.159(55) of nieuwer. Verder gelden de volgende regels:

  • Het zeeschip mag geen zichtbare verontreiniging veroorzaken (verkleuring of vaste deeltjes in het water);
  • De installatie is voldoende groot en het zeeschip onderhoudt en beheert deze aantoonbaar goed;
  • Het zeeschip mag slib (sludge) dat uit de installatie komt niet in de haven lozen.

Bij een inspectie zou bemonstering van het effluent een onderdeel kunnen vormen. Voor het monster gelden de volgende eisen:

  • BZV5     : 40 mg/l
  • CZV       : 180 mg/l
  • pH         : 6-8,5
  • vrij chloor: maximaal 0,5 mg/l

Inspecteurs kunnen in plaats van monstername ook gebruik maken van al aan boord beschikbare gegevens.

Voor schepen met minder dan 50 personen aan boord mag grijs water onbehandeld geloosd worden. Zwart water moet wel behandeld worden volgens bovenstaande voorschriften.

Het toezicht is als volgt:

  • Voor schepen met meer dan 50 personen aan boord geldt de eis dat het effluent aantoonbaar moet voldoen aan de norm.
  • Schepen met minder dan 50 personen aan boord moeten het certificaat hebben als bewijs dat de installatie is gecertificeerd volgens hoofdstuk 4.1 van MEPC.159(55).