Debunkering: product of afval?

Debunkeren is het uit een schip halen van brandstof die bedoeld was om op te varen. De bunkerolie moet in sommige gevallen als afval worden aangemerkt, in andere gevallen gaat het om een gewoon product. De specifieke situatie bepaalt of, en zo ja waar in de keten van leverancier- transporteur- reder- gebruiker sprake is van een afvalstof of een product. Daarvan hangt dus ook af welke regelgeving van toepassing is. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), die op de naleving van die regelgeving toeziet, maakt hieronder zichtbaar hoe zij in welke situatie oordeelt.

Terugleveren van een product

In onderstaande situaties beoordeelt de ILT een debunkering als het terugleveren van een product.

  • Een bunkerbedrijf heeft bunkerolie aan een schip afgeleverd in Nederland, maar een groter volume dan afgesproken. De scheepseigenaar wil/kan het extra volume niet betalen. Een deel van de partij wordt weer gelost.
  • Een schip is gechartered voor gebruik binnen de EU-wateren, maar de charterperiode loopt af. De eigenaar van het schip wil het schip niet terugnemen met de in de brandstoftanks aanwezige stookolie. Deze stookolie moet dus uit het charterschip gepompt worden, gelost worden en separaat verkocht worden.
  • Er is een product met niet gewenste specificaties geleverd, bijvoorbeeld er wordt hoogzwavelige stookolie geleverd in plaats van laagzwavelige stookolie. De hoogzwavelige stookolie wordt weer gelost. 
  • Het schip komt van buiten de EU en is aan het einde van de charterperiode. De eigenaren willen het schip zonder bunkerolie opgeleverd hebben.
  • Een zeeschip moet naar de werf omdat er reparaties uitgevoerd moeten worden, bijvoorbeeld aan de brandstoftanks. De brandstof (geen brandstofrestanten) moet eruit worden gepompt.
  • Een schip komt buiten de EU met hoogzwavelige stookolie. Aangekomen in Nederland krijgt het schip nieuwe orders. Het blijft voorlopig in de EU-wateren. De hoogzwavelige stookolie moet er vanwege het in de EU geldende regiem uit. Daarvoor in de plaats moet laagzwavelige stookolie die voldoet aan de SECA-eisen, worden ingenomen.
  • Een zeeschip vaart op bunkerolie die niet geschikt is voor gebruik in koudere wateren. Het schip krijgt nu als bestemming een haven in bijv. Noord-Europa. De bunkerolie met een hoog pour point (zomerkwaliteit) wordt vervangen door bunkerolie met een laag pour point (winterkwaliteit).   

In al deze gevallen moet het wel zo zijn dat bij de bunkerolie geen onregelmatigheden zijn geconstateerd.

Indicatie voor afval

Hieronder volgen gevallen waarin de ILT bunkerolie als afval beoordeelt. Dat is zo als:

  • er afvalstoffen in zitten
  • er verboden stoffen, bijvoorbeeld PCB’s of PCB houdende olie, freonen of gebromeerde vlamvertragers (Pop-verordening) in zitten
  • toegestane gehaltes aan organische halogenen worden overschreden (Besluit Organisch Halogeengehalte van Brandstoffen)
  • de stookolie stoffen bevat die op grond van Marpol niet zijn toegestaan, bijvoorbeeld niet-aardoliederivaten zoals steenkoolteer, bruinkoolteer en creosootolie

Ook als geen van dergelijke stoffen aanwezig zijn, kan de olie toch als afval worden aangemerkt. Dat is zo in gevallen waarin de geleverde bunkerolie:

  • de veiligheid van het schip in gevaar kan brengen
  • de machinerie nadelig kan beïnvloeden
  • schadelijk kan zijn voor de bemanning, of
  • extra luchtverontreiniging kan veroorzaken