Voor een spoorwegonderneming heeft u een veiligheidscertificaat nodig. Ook heeft u een bedrijfsvergunning nodig. Daarnaast kunt u een erkenning als beoordelingsinstantie (RasBo) krijgen.

Veiligheidscertificaat

Het veiligheidscertificaat wordt verstrekt door de inspectie aan een spoorwegonderneming wanneer deze een goed en werkend veiligheidsbeheersysteem (VBS) heeft ingericht. Het VBS moet passen bij de organisatie en activiteiten van de spoorwegonderneming en wordt getoetst aan de vereisten van de Europese Verordening 1158/2010.

Het veiligheidscertificaat bestaat uit een A en een B deel. Deel A van het veiligheidscertificaat wordt afgegeven door het land van eerste vestiging van de spoorwegonderneming. Deel B wordt afgegeven in het land of de landen waarin de onderneming rijdt.

Bij significante wijzigingen (op basis van risicobeoordeling) van technische, operationele of organisatorische aard dient de correcte invulling hiervan getoetst te worden door een onafhankelijke beoordelingsinstantie (RasBo).

Afgegeven veiligheidscertificaten worden geregistreerd in ERADIS (European Railway Agency Database of Interoperability and Safety). Deze database is publiek toegankelijk en raadpleegbaar.

Naast een veiligheidscertificaat moet een spoorwegonderneming onder meer ook beschikken over een bedrijfsvergunning (zie verder onderaan op deze pagina) om toegang te verkrijgen tot het hoofdspoor.

Erkenning als beoordelingsinstantie (RasBo)

Het is voor een spoorwegonderneming mogelijk om, naast het veiligheidscertificaat ook een erkenning als beoordelingsinstantie (RasBo) te verkrijgen. Hiervoor moet de spoorwegonderneming aantoonbaar voldoen aan de Verordening 402/2013, inclusief amendement 1136/2015 en de ISO norm 17020:2012.

De aanvraag om erkenning als RasBo kan gelijktijdig ingediend worden met de aanvraag voor het veiligheidscertificaat. Na goedkeuring zal in het veiligheidscertificaat opgenomen worden dat de onderneming ook een beoordelingsinstantie is conform de Verordening 402/2013.

Vrijstelling veiligheidscertificaat voor rangeren en historische voertuigen

De eis om een veiligheidscertificaat te hebben voor rangeren en voor historische voertuigen op het hoofdspoor is vervallen. Daarvoor volstaat een melding aan de ILT (zie onder). Met deze maatregel wil de overheid bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten. 


Voorwaarden vrijstelling

Omdat bij deze vrijstelling de veiligheid gegarandeerd moet zijn, gelden enkele voorwaarden:

  • de vrijstelling geldt niet voor de machinisten en voertuigeisen;
  • de aanwezigheid van een veiligheidsbeheersysteem (deze moet aan bepaalde eisen voldoen); 
  • voertuig wordt gebruikt voor rangeren op het hoofdspoor;
  • voertuig is een historisch voertuig.

Melden

Als deze niet belemmerend zijn voor het toewijzen van de vrijstelling, volstaat het om als volgt te melden:

  • ga naar de meldingenpagina;
  • Kies bij de ‘rubriek’ voor ‘Railvervoer’, bij ‘soort’ voor ‘vrijstelling veiligheidscertificaat spoorwegondernemingen’ en vervolgens ‘nieuwe melding’;
  • daar kunt u vervolgens uw melding afhandelen.

Bedrijfsvergunning

Het vergunningstelsel van de bedrijfsvergunning is op Europese regelgeving gebaseerd. Het is opgezet om voorafgaande aan de start van de activiteiten op de hoofdspoorwegen te kunnen beoordelen of een spoorwegonderneming naar behoren kan functioneren en aan de verplichtingen die daarbij horen. Deze vergunning geeft op zich nog geen toegang tot de hoofdspoorwegen, maar is wel een noodzakelijke voorwaarde om hiervoor in aanmerking te kunnen komen. Er zijn vier eisen waaraan voldaan moet worden om een bedrijfsvergunning te verkrijgen en te behouden: de vereisten van goede naam, van financiële draagkracht, van beroepsbekwaamheid en de spoorwegonderneming moet voldoende verzekerd zijn.

De bedrijfsvergunning wordt afgegeven door de inspectie, namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, of door de bevoegde autoriteit in een van de andere EU-landen.
Er bestaan in Nederland drie categorieën bedrijfsvergunning:

  • de EU-bedrijfsvergunning, voor algemeen personen- en goederenvervoer;
  • de beperkte bedrijfsvergunning A, voor rangeren, voor eigen vervoer en voor deelnemen aan het spoorverkeer zonder vervoer te verrichten;
  • de beperkte bedrijfsvergunning B, ten behoeve van overgave- of stationsfaciliteiten berijden van de hoofdspoorweg, uitsluitend binnen de begrenzing van een spoorwegemplacement en /of deelnemen aan het spoorverkeer met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van de hoofdspoorweg dat, ten behoeve van deze werkzaamheden, buiten dienst is gesteld.

De EU-bedrijfsvergunning is geldig in alle EU-landen. Een spoorwegonderneming vraagt die aan in haar land van vestiging. De categorie A- en B bedrijfsvergunningen gelden alleen binnen Nederland. Naast een bedrijfsvergunning moet een spoorwegonderneming ook beschikken over een veiligheidscertificaat.