Spoorwegonderneming

Voor een spoorwegonderneming is er een Single-Safety-Certificate (voorheen veiligheidscertificaat) nodig. Ook is een bedrijfsvergunning noodzakelijk.

Single-Safety-Certificate en bedrijfsvergunning

Gewijzigd proces vergunningaanvraag voor spoorwegondernemingen
Op 16 juni 2019 is het Vierde Spoorwegpakket ingevoerd. Dit is een pakket van Europese wetgevingsmaatregelen dat beoogt bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit, de concurrentiekracht en de efficiëntie van de Europese spoorwegsector. Als gevolg hiervan verandert het proces van het aanvragen van een vergunning. Veiligheidscertificaten en voertuig(type)toelatingen zijn aan te vragen via de webapplicatie 'one-stop-shop' (OSS).

Voordelen voor u als spoorwegonderneming
• Minder kosten en administratieve lasten als uw onderneming in meer dan 1 land actief is.
• Permanent inzicht in de status van uw aanvraag via de webapplicatie OSS.
• De beoordeling van het EU-deel van een vergunning of certificaat is in heel Europa geldig. Het hoeft niet opnieuw te worden beoordeeld.

One-stop-shop (OSS)
Deze webapplicatie wordt aangeboden door de European Railway Agency (ERA). Vanaf 16 juni 2019 verstrekt de ERA vergunningen en certificaten (mits internationaal). Doet u een aanvraag voor een vergunning of certificaat zonder grensoverschrijdende activiteiten, dan neemt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) deze aanvraag in behandeling. Als nationaal opererende onderneming kunt u in de OSS aangeven of u de ERA of ILT als behandelaar wenst. Kiest u voor de ILT als behandelaar, dan ligt de volledige verantwoordelijkheid bij de ILT.

Verandering in rollen ILT en ERA
De ERA is verantwoordelijk voor het EU-deel van de aanvragen voor vergunning en erkenning. De ILT blijft verantwoordelijk voor de nationale component van de aanvragen. Verder blijft de ILT toezichthouder op ondernemingen en voertuigen. De ILT speelt nog een rol bij de Europese certificering en (type)toelating van treinen zodra deze in meerdere landen gaan rijden. Vanaf 16 juni 2019 gaan deze taken volledig over naar de ERA. Een totaaloverzicht van de gewijzigde wetgeving vindt u op de website van de ERA.

Wijziging van Spoorwegwet
Het Vierde Spoorwegpakket brengt wijzigingen in de regelgeving met zich mee. Naast de vernieuwde richtlijnen en verordeningen, wijzigt ook de Spoorwegwet. De nieuwe Spoorwegwet werd tegelijk met de invoering van het Vierde Spoorwegpakket van kracht, namelijk op 16 juni 2019. De nieuwe Spoorwegwet bevat aangepaste regels voor spoorwegondernemingen.

Meer informatie
De ERA biedt op zijn website een uitgebreide lijst aan van meest gestelde vragen met antwoorden (ERA/FAQ). Neemt u voor overige vragen of aanvullende informatie contact op met de ILT.

Bedrijfsvergunning

Het vergunningstelsel van de bedrijfsvergunning is op Europese regelgeving gebaseerd. Het is opgezet om voorafgaande aan de start van de activiteiten op de hoofdspoorwegen te kunnen beoordelen of een spoorwegonderneming naar behoren kan functioneren en aan de verplichtingen die daarbij horen. Deze vergunning geeft op zich nog geen toegang tot de hoofdspoorwegen, maar is wel een voorwaarde om hiervoor in aanmerking te kunnen komen. Er zijn vier eisen waaraan voldaan moet worden om een bedrijfsvergunning te verkrijgen en te behouden:

  • een goede naam,
  • financiële draagkracht,
  • beroepsbekwaamheid en 
  • de spoorwegonderneming moet voldoende verzekerd zijn.

De bedrijfsvergunning wordt afgegeven door de inspectie, namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, of door de bevoegde autoriteit in een van de andere EU-landen.
Er bestaan in Nederland drie categorieën bedrijfsvergunning:

  • de EU-bedrijfsvergunning, voor algemeen personen- en goederenvervoer;
  • de beperkte bedrijfsvergunning A, voor rangeren, voor eigen vervoer en voor deelnemen aan het spoorverkeer zonder vervoer te verrichten;
  • de beperkte bedrijfsvergunning B, voor overgave- of stationsfaciliteiten, het berijden van de hoofdspoorweg, uitsluitend binnen de begrenzing van een spoorwegemplacement, en /of het deelnemen aan het spoorverkeer met zelfrijdend gereedschap of een daarmee vergelijkbaar voertuig om werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg uit te voeren op een deel van de hoofdspoorweg dat, voor deze werkzaamheden, buiten dienst is gesteld.

De EU-bedrijfsvergunning is geldig in alle EU-landen. Een spoorwegonderneming vraagt die aan in haar land van vestiging. De categorie bedrijfsvergunningen A en B gelden alleen binnen Nederland. Naast een bedrijfsvergunning moet een spoorwegonderneming ook beschikken over een veiligheidscertificaat.

Vrijstelling veiligheidscertificaat voor rangeren en historische voertuigen

De eis om een veiligheidscertificaat te hebben voor rangeren en voor historische voertuigen op het hoofdspoor is vervallen. Daarvoor volstaat een melding aan de ILT (zie onder). Met deze maatregel wil de overheid bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten. 


Voorwaarden vrijstelling
Omdat bij deze vrijstelling de veiligheid gegarandeerd moet zijn, gelden enkele voorwaarden. Namelijk de volgende:

  • de vrijstelling geldt niet voor de machinisten- en voertuigeisen;
  • er is een veiligheidsbeheersysteem aanwezig (dat moet aan bepaalde eisen voldoen); 
  • het voertuig wordt gebruikt voor rangeren op het hoofdspoor;
  • het voertuig is een historisch voertuig.

Hoe kunt u een nieuwe melding indienen? Doorloop hiervoor de volgende stappen:

  • Ga naar de meldingenpagina;
  • Kies bij de ‘rubriek’ voor ‘Railvervoer’, bij ‘soort’ voor ‘vrijstelling veiligheidscertificaat spoorwegondernemingen’ en vervolgens ‘nieuwe melding’;
  • Daar kunt u uw melding invoeren en vervolgens indienen.