Rondvaartboten

Tijdelijke uitzonderingen voor elektrisch aangedreven rondvaartboten (binnenvaartregeling)

Per 1 januari 2020 is Hoofdstuk 11 van ES-TRIN van kracht. Dit hoofdstuk gaat over de elektrische voortstuwing van binnenvaartschepen. In de praktijk blijkt dat een aantal bepalingen niet toepasbaar zijn op open rondvaartboten en rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt in overleg met de erkende keuringsinstanties aan een voorstel om deze knelpunten op te lossen.

Tot het moment dat deze aanpassingen formeel zijn krijgen de nationaal varende rondvaartboten onder voorwaarden toestemming om zonder volledig geldig certificaat te varen.

Hieraan zijn 2 voorwaarden verbonden:

•          Het schip voldoet aan alle (andere) gestelde eisen uit de betreffende bijlage van de Binnenvaartregeling;

•          Het schip voldoet niet aan alle eisen van Hoofdstuk 11 van ES-TRIN, maar uit onderzoek door de keuringsinstantie is gebleken dat de elektrische voortstuwing van het schip technisch veilig is.

Tijdelijk andere werkwijze

Nadat er door een keuringsinstantie is geconstateerd dat uw vaartuig aan bovenstaande voorwaarden voldoet ontvangt u hiervan een brief.

Deze brief ontvangt u van de Inspectie Leefomgeving Transport en is het bewijs dat u aan de hierboven gestelde voorwaarden voldoet en dat u dus, in afwachting van aangepaste regelgeving uw vaartuig mag exploiteren.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat het om een tijdelijke werkwijze totdat aanstaande wijzigingen in de Binnenvaartregeling zijn doorgevoerd.

Tijdelijke inhoudelijke wijzigingen bijlage 3.3 en 3.4

Rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype en open rondvaartboten worden tijdens de inspectie niet getoetst aan de hieronder opgesomde eisen in ES-TRIN.

Algemene artikelen:

  • Artikel 10.02: tweede energie voorziening;
  • Artikel 13.07: bijboot

Specifiek hoofdstuk 11

  • Artikel 11.01, lid 1, alleen als het vaargebied van het vaartuig is beperkt tot zone 4 wateren;
  • Artikel 11.01, lid 2;
  • Artikel 11.01, lid 6;
  • Artikel 11.02, lid 2;
  • Artikel 11.02, lid 3;
  • Artikel 11.04, lid 3, alleen als het vaargebied van het vaartuig is beperkt tot zone 4 wateren;
  • Artikel 11.05, lid 1 laatste zin “en bij de voortstuwingsinstallatie worden aangegeven”;
  • Artikel 11.07, lid 5 b);
  • Artikel 11.08, lid 2;
  • Artikel 22.03 lid 1: alarminstallatie.