Rij- en rusttijden openbaar vervoer

Om te beoordelen of de rij- en rusttijden worden nageleefd, gaat de inspectie na of de regels worden gevolgd. U vindt een overzicht van deze regels op deze pagina.

Dienstrooster en dienstregeling

Is er geen tachograaf geïnstalleerd? Dan stelt de vervoerder voor chauffeurs in het openbaar busvervoer een dienstrooster en een dienstregeling op. Deze bevatten voor iedere bestuurder in ieder geval het volgende:

  • Naam van de bestuurder.
  • Standplaats van de bestuurder.
  • Vooraf vastgesteld rooster:
    • Verschillende rijperioden.
    • Andere werkzaamheden.
    • Onderbrekingen.
    • Bschikbaarheid.
    • Ruimte aantekening afwijking tijden.

Het dienstrooster moet:

  • Alle eerder genoemde gegevens bevatten, over een periode van minimaal 28 dagen.
  • Binnen 1 maand bijgewerkt worden.
  • Ondertekend zijn door het hoofd van de onderneming (of gevolmachtigde).
  • Na afloop van de periode 1 jaar bewaard worden door de vervoerder. Op verzoek van de bestuurder wordt aan hem een uittreksel gegeven.
  • Op verzoek controleambtenaar getoond en gegeven worden.

Afwijkingen van de op het dienstrooster vermelde werkzaamheden moeten door de bestuurder op het dienstrooster handmatig worden aangetekend aan het begin en einde van elke gereden lijn, iedere pauze en bij wisseling van de bestuurder. De vervoerder mag een (digitale) tachograaf plaatsen in een bus waarmee openbaar busvervoer wordt uitgevoerd. In ieder geval gelden de volgende regels:

Pauze

Een pauze duurt tenminste 15 aaneengesloten minuten waarmee de dienst wordt onderbroken. Er zijn in die tijd geen verplichtingen vanuit de arbeid of werkgever. Voor openbaar busvervoer geldt voor wat betreft pauzes niet de ononderbroken rijtijd, maar het pauzeartikel van de Arbeidstijdenwet. Daarom gelden de volgende regels:

  • Bij meer dan 5,5 uur arbeid moet dit worden onderbroken door een pauze van minimaal 30 minuten. Deze kan worden gesplitst in 2 pauzes van elk 15 minuten.
  • Bij meer dan 10 uur arbeid moet de arbeid worden onderbroken door een pauze van minimaal 45 minuten. Deze kan worden gesplitst in pauzes van elk tenminste 15 minuten.

Bij collectieve regeling kan van deze regels worden afgeweken. Dat kan als volgt. Verricht de werkenmer meer dan 5,5 uur werk per dienst? Dan moet deze worden onderbroken door een pauze van tenminste 15 minuten.

Dagelijkse rusttijd

Bij dagelijkse rusttijd is er een onderscheid in:

Normale dagelijkse rusttijd

Periode van minimaal 11 uur aaneengesloten rust. Deze mag gesplitst worden in 2 perioden:

  • 1e periode van minimaal 3 ononderbroken uren.
  • 2e periode van minimaal 9 ononderbroken uren.

Verkorte dagelijkse rust

Periode van minimaal 9 uur, en minder dan 11 uur, aaneengesloten rust. Tussen 2 wekelijkse rusttijden mag er 3 keer een verkorte dagelijkse rusttijd plaatsvinden.

Wekelijkse rusttijd

Bij wekelijkse rusttijd is een onderscheid in:

Normale wekelijkse rusttijd

  • Periode van minimaal 45 uur aaneengesloten rust

Verkorte wekelijkse rust

Periode van minimaal 24 uur aaneengesloten rust. Dit moet u uiterlijk 3 weken nadat u de verkorte wekelijkse rusttijd hebt genomen compenseren.

In iedere periode van 2 weken moet:

  • ┬á2 keer een normale wekelijkse rusttijd worden gehouden.

Of:

  • 1 keer een normale en 1 keer een verkorte wekelijkse rusttijd worden gehouden.

Uiterlijk na iedere periode van 6 keer 24 uur moet een nieuwe wekelijkse rusttijd starten.

Dagelijkse rijtijd

De totale rijtijd tussen 2 rusttijden (dagelijks of wekelijks) is:

  • Normaal maximaal 9 uur.
  • Maximaal 2 keer per week 10 uur.

Wekelijkse rijtijd

Mag niet meer zijn dan 56 uur.

Tweewekelijkse rijtijd

Mag niet meer zijn dan 90 uur.