Wijzigen aflossing en rente op de interne lening

Bij de voorstellen die corporaties moesten doen in het kader van de administratieve of de hybride scheiding vormden de condities van de interne lening aan de niet-DAEB-tak binnen de Toegelaten Instelling (omvang, aflossingsschema en renteniveau) een belangrijk onderdeel. Voor wat betreft de duur en het aflossingsschema gold de geborgde leningenportefeuille op 1 januari 2017 als een belangrijk ijkpunt. Maximaal moest het voorstel van de corporaties qua looptijd en aflossing gelijk zijn aan de condities van de geborgde portefeuille. Een voorstel met een kortere looptijd en dus een snellere aflossing was eveneens mogelijk. Het door de corporaties voorgestelde aflossingstempo, mits passend binnen de hiervoor geschetste condities, heeft de Aw vastgelegd in het besluit definitief scheidingsvoorstel DAEB/niet-DAEB.

Beleidsaanpassingen en gewijzigde marktomstandigheden kunnen aanleiding zijn om de investeringsvoornemens in de niet-DAEB portefeuille aan te passen. De financieringsbehoefte kan als gevolg van deze voornemens veranderen. Hierdoor kan het wenselijk dan wel noodzakelijk zijn om de aflossing op de interne lening te temporiseren ten opzichte van het definitieve scheidingsbesluit.

Het verschuiven van het moment van aflossen binnen de 5-jaarsperiode valt binnen de vrije ruimte van een corporatie. Een voornemen om minder af te lossen op de interne lening binnen de eerste of de tweede 5-jaarsperiode ten opzichte van het scheidingsvoorstel moet worden voorgelegd aan de Aw.  De beoordelingswijze van dit voornemen door de Aw is afhankelijk van de snelheid van aflossen van de interne lening ten opzichte van de aflossing van de geborgde leningen. De volgende 2 situaties kunnen zich in een voorstel voordoen:

1.       De interne lening wordt minder snel afgelost dan geborgde leningen. Zoals is bepaald in artikel 70 lid 3 BTIV kan de Aw een verzoek om de aflossing te temporiseren dan alleen inwilligen indien naar oordeel van de Aw daardoor wordt voorkomen dat de financiële continuïteit van de niet-DAEB-tak niet meer is gewaarborgd. Een aanvullende randvoorwaarde is dat de financiële continuïteit van de DAEB-tak gewaarborgd blijft.

In de toelichting op het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) wordt aangegeven dat aflossing van de interne lening geheel of gedeeltelijk achterwege kan blijven voor zover en zolang alternatieve externe financiering aantoonbaar niet mogelijk is en aflossing uit de kasstromen van de niet-DAEB-tak de financiële continuïteit van de niet-DAEB-tak in gevaar brengt (bedrijfsmatige toets). Om een verzoek om temporiseren van de aflossing van de interne lening te beoordelen dient een kasstroomoverzicht van de niet-DAEB-tak te worden overgelegd en de negatieve reacties van financiers op een verzoek van de corporatie om een  niet-geborgde lening te verstrekken. Dit verzoek om toestemming wordt beoordeeld door de afdeling Vergunningverlening van de Aw en kan worden gericht aan ILT_Autoriteitwoningcorporaties_vergunningen@ilent.nl.

2.       De interne lening wordt na temporiseren van de vastgelegde condities in het door de Aw afgegeven besluit nog steeds sneller of even snel afgelost als de geborgde leningen. Ook in deze situatie dient u uw voornemen aan de Aw voor te leggen; u bent immers voornemens om de aflossing op de interne lening aan te passen aan het besluit definitief scheidingsvoorstel. De volgende stukken dienen te worden overgelegd:

  • schema van de aflossing op de geborgde leningen op peildatum 1-1-2017;
  • motivatie van het voornemen om de aflossing op de interne lening te wijzigen;
  • toelichting op uw beleidsaanpassingen ten opzichte van het moment van scheiding blijkens uw definitieve scheidingsvoorstel.

Dit voornemen dient u voor te leggen aan uw toezichthouder van de Aw, die uw voornemen zal toetsen aan:

  • de vraag of de aflossing van de interne lening minimaal even snel gebeurd als de aflossing van de geborgde leningen,
  • de overwegingen voor het temporiseren van de aflossing te volgen en verklaarbaar zijn.

Wijzigen rente

Bij de administratieve en hybride scheiding werd de minimale rente op de interne lening aan de niet-DAEB-tak binnen de Toegelaten Instelling bepaald op 1,83%, zijnde de toentertijd marktconforme rente. Een aantal corporaties koos ervoor om een hogere rente overeen te komen.

Beleidsaanpassingen en gewijzigde marktomstandigheden kunnen aanleiding zijn om de destijds overeengekomen rente op de interne lening aan te passen. Een voornemen hiertoe dient voorgelegd te worden aan de Aw die het voornemen zal beoordelen op grond van het volgende kader:

  • de rente dient minimaal 1,83% te bedragen,
  • de overwegingen voor het verlagen van de rente dienen te volgen en verklaarbaar te zijn,- de ratio’s van de DAEB-tak en  de niet-DAEB-tak blijven voldoen aan de normen.

Om deze toets te kunnen uitvoeren dient de volgende informatie te worden overgelegd:

  • opgave van de huidige rente op de interne lening en de voorgenomen rente,
  • onderbouwing van de voorgenomen wijziging, bijvoorbeeld door overlegging van een wijziging in uw beleidsplannen,
  • opgave van de door Aw gehanteerde ratio’s voor en na de wijziging.

Uw toezichthouder zal uw voornemen beoordelen.