Op 20 september vond er een tragisch ongeluk plaats met een Stint. Dat is de aanleiding voor meerdere onderzoeken, ook voor een onderzoek naar de veiligheid van de Stint als product.

Na het ongeval in Oss hebben de politie, het Nederlands Forensisch Instituut en de Inspectie Leefomgeving en Transport eind september een eerste verkennend technisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van de potentiële veiligheidsrisico’s die in dat verkennend onderzoek zijn geconstateerd, is een aantal onderzoeksvragen opgesteld.

De inspectie heeft vervolgens TNO als onafhankelijk instituut de opdracht gegeven om een uitgebreid technisch onderzoek te doen naar de veiligheid van de Stint als product.

Het onderzoek is gebaseerd op de veiligheidsanalyse van drie voertuigen, waaronder de Stint, waarvan de fabrikant heeft aangegeven dat deze bij de toelating door de RDW is getest én twee nieuwere Stints. Dit is het rapport ‘Technisch onderzoek Stint’.

Daarnaast is op 16 november een bijeenkomst geweest waarbij verschillende personen en bedrijven concrete verbetervoorstellen voor de Stint konden aandragen. TNO heeft de verbetervoorstellen geanalyseerd en geëvalueerd. Hier vindt u het rapport ‘Analyse verbetervoorstellen’.

De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft een eigen onderzoek uitgevoerd naar de Stint-modellen en modificaties op de Stints die sinds de introductie hebben plaatsgevonden. Het rapport doet ook verslag van de schouwen die de ILT hebben uitgevoerd. ILT-rapport ‘Onderzoek Stint: modificaties en modellen’.  

De volgende onderzoeken lopen nog:

  • Een onderzoek naar eventuele invloed van elektromagnetische velden vanaf het spoor (van onder andere de overweg, de bovenleiding en de treinen) op de Stint. Dit onderzoek loopt nog. De ILT voert dit samen met het Agentschap Telecom uit. De resultaten worden rond de jaarwisseling verwacht.
  • Een onderzoek naar de aard en omstandigheden van het ongeval in Oss. Dit wordt uitgevoerd onder leiding van het Openbaar Ministerie Oost-Brabant, door de politie, het Nederlands Forensisch Instituut en de ILT. Dit onderzoek loopt nog en zal naar verwachting in 2019 worden gepubliceerd.