1. Home
  2.   Onderwerpen
  3.   Leefomgeving
  4.   Producten
  5.   Biociden
  6. Toelatinghouders en gebruikers

Toelatinghouders en gebruikers

Informatie voor toelatinghouders, consumenten, professionele gebruikers en opdrachtgevers

Op deze pagina vindt u informatie voor consumenten, toelatinghouders, professionele gebruikers en opdrachtgevers van biociden. Er is een afzonderlijke webpagina over biociden zelf, toelating en speciale gevallen en een over handhaving en toezicht.

Consumenten

Bijna iedere consument komt min of meer dagelijks met biociden in aanraking: als hij zijn handen wast met desinfecterende zeep, zijn badkamer schoonmaakt met een schimmelwerende reiniger, muizen bestrijdt met gif, of tankt met benzine waar additieven aan zijn toegevoegd. Voor consumenten is het van belang dat ze zich realiseren dát ze een biocide gebruiken en dat ze die zorgvuldig moeten gebruiken.

Let op: lees vóór gebruik altijd de gebruiksaanwijzing 
Particulieren mogen alleen middelen gebruiken die zijn bestemd voor niet-professioneel gebruik. Of het een dergelijk middel betreft, staat op de verpakking vermeld.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert alle consumentenproducten – en dus ook biociden – die voor particulier gebruik op de Nederlandse markt worden aangeboden. Op internet worden veel middelen uit EU-lidstaten aangeboden. Als die niet door het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) tot Nederland zijn toegelaten, zijn ze hier verboden.

Een plaagdierbeheersbedrijf opdracht geven 
Indien u overlast ervaart van ratten en muizen kunt u ervoor kiezen een professioneel plaagdiermanagementbedrijf in te schakelen.

Toelatinghouders

Registratie van toelatinghouders 
Wie voor het eerst een biocide op (een deel van) de Europese markt aanbiedt, levert of gebruikt moet daarvoor een zogeheten toelating aanvragen bij het Ctgb. Zodra hij die toelating heeft gekregen, staat hij als toelatinghouder bij het Ctgb geregistreerd.

In de toelatingendatabank van de Ctgb staan 495 toelatinghouders waarvan het Ctgb één of meer biociden tot de Nederlandse markt heeft toegelaten. Daarvan zijn er 294 gevestigd in Nederland en 201 in het buitenland (cijfers van oktober 2015).

Toelatinghouders moeten gegevens bijhouden 
Elk bedrijf dat biociden distribueert, levert of aflevert is wettelijk verplicht daar gegevens van bij te houden. Het gaat om:

• de naam van de biocide en het toelatingsnummer,
• het aantal verpakkingseenheden per levering,
• de totale voorraad en mutaties in de voorraad,
• de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier en de afnemer van de biocide.

Distributeurs van biociden zijn bovendien verplicht ervoor te zorgen dat ze hun biociden uitsluitend leveren aan gebruikers (of hun personeel) die in de toelating staan vermeld.

Voorschriften voor classificatie, de verpakking en de etikettering van biociden 
Toelatinghouders moeten voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van de classificatie, de verpakking en de etikettering van biociden.

Voor de classificatie van toegelaten biociden moeten toelatinghouders zich houden aan de classificatie van het Ctgb.

Het Ctgb gebruikt de etiketteringeisen uit Europese regelgeving, vooral voor wat betreft de aanduidingen van de gevaren die aan biociden zijn verbonden (bekend als de H- of risicozinnen) en de veiligheidsaanbevelingen (de P- of voorzorgszinnen). In de bijlage van een toelatingsbesluit vermeldt de Ctgb bovendien de (gebruiks)voorschriften van het Wettelijk Gebruiksvoorschrift en Gebruiksaanwijzing of de zogeheten Samenvatting van ProductKenmerken (SPC).

Tot slot moet een toelatinghouder het toelatingsnummer, zijn naam en adres op het etiket vermelden.

Voorschriften voor reclame en aanprijzing van biociden 
Het is niet toegestaan niet-toegelaten biociden aan te prijzen of aan te bevelen op internet, in folders/brochures of anderszins. Daarnaast moet een toelatinghouder in elke reclame voor een biocide de volgende zin opnemen: ‘Gebruik biociden veilig. Lees vóór het gebruik eerst het etiket en de productinformatie.’ Tot slot mag reclame voor biociden niet misleidend zijn en in geen geval de volgende vermeldingen bevatten: ‘biocide met gering risico’, ‘niet-giftig’, ‘onschadelijk’, ‘natuurlijk’, ‘milieuvriendelijk’, ‘diervriendelijk’ en dergelijke.

Meldingen en verzoeken van toelatinghouders 
Toelatingshouders moeten de volgende omstandigheden/gevallen op het gebied van biociden melden:

• het voornemen – ter voorbereiding op een toelatingsaanvraag – om voor onderzoek of ontwikkeling een proef of experiment met biociden uit te voeren;
• het intrekken van een toelating (op grond van een Europees verbod of op verzoek van de toelatinghouder zelf);
• een voorgenomen wederzijdse erkenning: de erkenning van een biocide of product waarin een biocide is verwerkt dat al in een ander land is toegelaten.

Let op: meld bij het Ctgb, niet bij de ILT 
Meld de genoemde gevallen bij het Ctgb. Het Ctgb brengt de ILT op de hoogte van zijn besluiten in voornoemde gevallen, zodat die kan toezien op productie en gebruik.

Opdrachtgevers

Als u overlast ervaart van plaagdieren of insecten kunt u besluiten een plaagdiermanagement bedrijf in te schakelen. Niet alle diersoorten of insecten mogen worden verstoord, verjaagd of bestreden. Welke diersoorten beschermd zijn is wettelijk bepaald. Op dit moment is de soortenbescherming geregeld in de de Flora- en Faunawet, vanaf 1 januari 2017 de Wet Natuurbescherming. Vanaf 2018 (planningsdatum) gaat deze laatstgenoemde wet op in de Omgevingswet. Daarnaast mogen niet alle vangmiddelen worden gebruikt, bijvoorbeeld in verband met dierenwelzijn. Plaagdiermanagers die werken met biociden dienen in het bezit te zijn van een vakbekwaamheidsbewijs. Zij kunnen u adviseren of er mogelijkheden zijn om de overlast te beheersen.

Integrated Pest Management (IPM) 
Professionele plaagdiermanagers zijn verplicht om te werken volgens de methode van geïntegreerde plaagdierbeheersing. Dit kan betekenen dat er in de eerste instantie zonder biociden gewerkt dient te worden en alleen in noodsituaties direct kunnen overgaan tot de inzet van biociden. Een van de beleidsdoelstellingen van de overheid is om de uitstoot van biociden naar het milieu te verminderen. Vanwege deze doelstelling moeten plaagdiermanagementbedrijven vanaf 1 januari 2017 gecertificeerd zijn voor de beheersing van overlast van ratten buiten. Zie verder hieronder over overgangsregeling rattenbestrijdingsmiddelen buiten gebouwen.

Professionele gebruikers

(1) Bedrijven die biociden in hun product verwerken 
Bedrijven die biociden gebruiken in hun bedrijfsproces, bijvoorbeeld omdat ze een (biocidaal) conserveringsmiddel toevoegen aan lijm die ze produceren, moeten een toegelaten biocide gebruiken en zich houden aan de concentraties uit het wettelijk gebruiksvoorschrift. Hun product moet voldoen aan de hierboven genoemde etiketteringsvoorwaarden. Ook moeten ze hun werknemers informeren over de gevaren.

(2) Plaagdierbeheersers 
Om mollen, woelratten en plaagdieren te bestrijden of af te weren, houtrotverwekkende schimmel te bestrijden of gasvormige dan wel gasvormende biociden te verhandelen en toe te passen, is een bewijs van vakbekwaamheid vereist. Ook agrariërs die op hun eigen bedrijf plaagdieren bestrijden hebben een vakbekwaamheidbewijs nodig. Naast een persoonlijk vakbekwaamheidsbewijs is per 1 januari 2017 ook een bedrijfscertificaat vereist voor het buitengebruik van rodenticiden.

De opleiding om plaagdieren te mogen bestrijden volgt u bij het Certificeringsinstituut Plaagdierbeheersing, Milieu en Volksgezondheid of de Stichting Examen- en Certificeringsinstituut Plaagdierpreventie.

Let op: buitenlandse diploma’s niet altijd geldig! 
Een in het buitenland verkregen diploma voor plaagdierbestrijding is niet zonder meer geldig in Nederland. Het ministerie van I&M beoordeelt of een buitenlands diploma in ons land wordt erkend.

Vanaf 1 januari 2017 nieuwe regels voor plaagdierbeheersing buiten gebouwen 
Voor plaagdierbeheersing van muizen en ratten worden bestrijdingsmiddelen gebruikt: de zogenaamde anticoagulantia. Voor het gebruik van anticoagulantia gelden gebruiksvoorschriften, opgesteld door het Ctgb die er voor zorgen dat veilig met deze producten gewerkt kan worden. Als een vergiftigde rat wordt opgegeten door een roofdier, is er sprake van doorvergiftiging. Bij het gebruik van anticoagulantia buiten lopen roofvogels, andere roofdieren en huisdieren risico’s op doorvergiftiging. Om dit risico te beperken zijn de regels voor het gebruik van anticoagulantia buiten -om gebouwen en voedselopslagplaatsen- aangescherpt vanaf 1 januari 2017.
Daarmee is de overgangsregeling van 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2017 beëindigd en hoeft u vanaf 1 januari 2017 niet meer te melden bij de ILT.

Waarop moet u letten bij het inschakelen van plaagdiermanagement bedrijven? 
Professionele plaagdierbeheersers dienen in het bezit te zijn van een vakbekwaamheidsbewijs indien ze werken met bestrijdingsmiddelen. Vanaf 1 januari 2017 geldt daarnaast dat professionele plaagdierbeheersers die buiten gebouwen ratten bestrijden met anticoagulantia, gecertificeerd moeten zijn door een aangewezen Certificerende Instelling (CI) voor de beheersing van ratten buiten volgens de module IPM Rattenbeheersing. Als u een professioneel plaagdiermanagement bedrijf opdracht wilt geven om buiten plaagdieren te beheersen, controleer dan vooraf of het bedrijf voor deze module is geregistreerd in het KPMB register. Indien een plaagdiermanagement bedrijf op 1 juni 2017 niet is ingeschreven in het KPMB register mag het buiten géén anticoagulantia inzetten. Er mag dan alleen met klemmen of kastvallen worden gewerkt (volgens artikel 3.10 Besluit natuurbescherming juncto artikel 3.24 Wet natuurbescherming). 

Buiten anticoagulantia toepassen door professionele plaagdierbeheersers en agrariërs op het eigen bedrijf 
Anticoagulantia mogen enkel worden gebruikt als laatste schakel in een bestrijdingsprogramma dat geheel gebaseerd is op de principes van geïntegreerde plaagdierbeheersing (IPM). Als u als plaagdiermanagement bedrijf of agrariër op het eigen bedrijf vanaf 1 januari 2017 anticoagulantia om gebouwen wilt gebruiken, dient u als bedrijf hiervoor gecertificeerd te zijn. De plaagdiertechnici moeten in het bezit zijn van een vakbekwaamheidsdiploma en te werk te gaan volgens de meest recente versie van het Handboek beheersing rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen.

Bedrijven, die op 1 januari 2017 niet beschikken over het certificaat IPM rattenbeheersing, dienen aan te tonen een overeenkomst rechtstreeks met de stichting KPMB of via een erkende certificerende instantie te zijn aangegaan en dat de audit plaatsvindt vóór 1 juni 2017.
Indien toch buiten gebouwen anticoagulantia worden toegepast en niet aan de bovengenoemde voorwaarden én de wettelijke gebruiksvoorschriften (in de SPC of WGGA) behorende bij de betreffende toelating wordt voldaan kan de Inspectie handhavend optreden. 

Regels binnengebruik anticoagulantia 
Om verwarring te voorkomen: de regels voor het buitengebruik gelden alléén voor buiten en wel om gebouwen en voedselopslagplaatsen. De aanwijzingen voor de beheersing van muizen en ratten op het etiket en in de wettelijke gebruiksvoorschriften van bestrijdingsmiddelen binnen gebouwen blijven ongewijzigd van kracht. De professionele plaagdierbeheerser dient alert te zijn op het toepassen van de juiste regels binnen en buiten. 

Voorwaarden overgangsregeling tot 1 juni 2017 voor professionele plaagdiermanagement bedrijven en agrariërs op het eigen bedrijf 
Vanaf 1 januari 2017 kan de Inspectie professionals, zowel in de agrarische sector als professionele plaagdierbeheersing controleren. Tot 1 juni 2017 geldt een overgangsregeling. De eisen zijn cumulatief de volgende:

1. ingeschreven als gecertificeerd bedrijf bij het KPMB ofwel een overeenkomst aangegaan met een (door KPMB) erkende CI en
2. met deze CI aantoonbaar een auditdatum hebben gepland, die audit dient plaats te vinden vóór 1 juni 2017.

Meer informatie hierover vindt u op de website van het Ctgb. 

Gebruik van gasvormige biociden verplicht melden 
Wie giftige gassen gebruikt om ongewenste organismen in ruimten, woningen en/of schepen te bestrijden, is verplicht daar melding van te maken. Alleen een zogeheten gassingsleider die over een bewijs van vakbekwaamheid beschikt mag de gassing uitvoeren. Hij is ook degene die de gassing bij de ILT moet melden. Hij moet elke nieuwe gassing afzonderlijk melden.

Let op: hoe u een gassing kunt melden 
Ga via Contact naar ‘Melden’ en vervolgens naar ‘Nieuwe melding’. Kies in de rubriekenlijst ‘Risicovolle stoffen’ en vervolgens ‘Kennisgeving gassingen en gasvrijverklaring’. U ontvangt na verzending op het e-mailadres dat u hebt ingevuld meteen een e-mailbericht met een link naar het meldformulier.

Let op: meldformulier gebruik voor gasvrijverklaring 
Na de gassing moet met metingen worden aangetoond dat er geen biocidegassen meer aanwezig zijn in een mate die hoger is dan de gestelde waarden in het toelatingsbesluit van het toegepaste middel. Daarmee wordt voldaan aan de eisen van de gasvrijverklaring. U kunt het formulier voor het melden van een gassing gebruiken om een gasvrijverklaring mee te sturen. Klik op de hierboven genoemde link, ga naar ‘Melden’ en vervolgens naar ‘Vervolg op bestaande melding’ en voeg uw gasvrijverklaring toe.