De inspectie ziet er op toe of provincies hun medebewindtaken op het gebied van milieu en (externe) veiligheid conform de wet uitvoeren. Op 4 december 2015 wees de voormalig minister van Infrastructuur en Milieu de inspecteurs van ILT aan als toezichthouder.

Zij doet dat overeenkomstig het bepaalde in de Wet revitalisering generiek toezicht. De nadruk ligt hierbij op de uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van de meest risicovolle bedrijven. Het gaat hierbij zowel om de BRZO- en grote chemische bedrijven (RIE 4 ) als om overige bedrijven waar de Inspecteur als wettelijk adviseur is aangewezen. Het betreft totaal ca. 750-800 bedrijven.

Het toezicht kent twee sporen. Een pro-actief vorm van monitoring en beeldvorming van de taakuitvoering door de provincie en een re-actieve vorm van onderzoek naar aanleiding van klachten en of signalen.

De Inspectie gaat bij haar toezicht op de provincies uit van een gerechtvaardigd vertrouwen. Het toezicht is daarom selectief en doelmatig vorm gegeven. Concreet betekent dit dat de Inspectie voor het toezicht de noodzakelijke informatie betrekt uit openbare bronnen, reeds bij de inspectie aanwezige gegevens en informatie uit bilaterale overleggen. Indien nodig vindt nader overleg en onderzoek bij de provincies plaats. Het gevormde beeld op basis van documenten zoals beleidsplannen, programma’s en strategieën wordt afgezet tegen een reeks normen uit wettelijke bepalingen. Het gevormde beeld wordt voorgelegd aan de provincie om de feiten te checken.

Naast het opstellen en monitoren van provinciebeelden onderzoekt de inspectie (milieu)klachten of anderszins signalen over provincies over haar taakuitoefening als bevoegd gezag. Het gaat hier over de zogenaamde vermeende misstanden. De nadruk ligt hierbij op BRZO- en Rie4-bedrijven, maar kan ook betrekking hebben op overige bedrijven waar de Inspectie wettelijk adviseur is.

Interveniëren

Bij toezicht hoort de mogelijkheid om te interveniëren als daartoe aanleiding is. Op voorstel van de ILT kan de minister van Infrastructuur en Waterstaat maatregelen treffen die de Provinciewet biedt.
Als een provincie de uitvoering van een taak verwaarloost, kan in het uiterste geval, de minister in de plaats treden met andere woorden: zelf deze taak op zich nemen. Als een besluit van de provincie in strijd is met het recht of het algemeen belang, kan de minister een dergelijk besluit voordragen voor schorsing of vernietiging.